Nederland werd verrast, is de waterhuishouding wel op orde?

Hoogwater Het hoge water van deze week kwam als een verrassing. Heeft Nederland zijn waterhuishouding wel op orde?

Overstroomde huizen aan de Maas bij Westbroek, in Zuid-Limburg.
Overstroomde huizen aan de Maas bij Westbroek, in Zuid-Limburg. Foto Remko de Waal / ANP

Een snelle, korte, uitzonderlijk hoge golf water spoelt door de Maas. Het water is de hellingen van het Zuid-Limburgse Heuvelland afgestroomd, de beken en kleine rivieren hebben hun water in de Maas gestort en dat bedreigt de komende dagen andere delen van Nederland. Watermanagers durven de vraag naar de overstromingskans voor verschillende gebieden niet te beantwoorden en slaken liever een hartenkreet. „Denk als bewoner niet dat je drijvende goederen uit het water kunt halen. Het water heeft een enorme kracht. Laat het werk over aan de professionals”, zegt voorzitter Bart Vonk van de Landelijke Coördinatiecommissie Overstromingsdreiging bij Rijkswaterstaat.

Het natuurgeweld heeft ook watermanagers verrast; hoogwaters als van nu zijn sowieso al zeldzaam, en komen doorgaans alleen ’s winters voor. „Het zijn schokkende beelden, vooral uit België en Duitsland. Er zijn mensenlevens verloren gegaan. We zitten in uncharted territory. Dit zijn uitzonderlijke omstandigheden. Maar de frequentie ervan neemt toe”, zegt deltacommissaris Peter Glas, die jaarlijks voorstellen doet voor het deltaprogramma, dat Nederland beschermt tegen overstromingen, zorgt voor voldoende zoetwater en bijdraagt aan een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van het land.

De wateroverlast in Limburg, die sinds donderdag officieel te boek staat als een nationale ramp, roept de vraag op of Nederland z’n zaakjes eigenlijk wel op orde heeft. Je zou zeggen van wel: in België en Duitsland heeft de hevige regenval meer schade en leed veroorzaakt dan in Nederland. Doet Nederland het beter dan de buurlanden? Glas: „In Duitsland heeft een rivier een oude bedding gezocht en dat bleek te zijn op de plaats waar misschien al honderden jaren huizen staan. Zelfs achteraf kun je dus niet zeggen dat daar niet gebouwd had mogen worden.”

Een man in Hoensbroek. In die Limburgse gemeente dreigen woningen onder te lopen doordat een nabijgelegen waterbuffer overvol is. Foto Marcel van Hoorn/ANP

Niettemin is duidelijk dat de inspanningen van Nederland sinds de grote hoogwaters in de jaren negentig hebben bijgedragen aan het voorkomen van meer ellende. Op ruim dertig plaatsen is de afgelopen tien jaar meer ruimte voor de rivier gemaakt. En er zijn sterkere dijken en hogere keringen gebouwd, onder meer langs de Maas. „Zonder twijfel hebben de Maaswerken effect gehad”, zegt Glas. „Tot in de jaren negentig werd Limburg beschouwd als een rivierdal, en vielen de waterkeringen daar niet onder de landelijke normen. Dat is pas vier jaar geleden in de wet vastgelegd. Dat is winst.”

Tot zover de complimenten.

Waar opstuwing ontstaat

Wat er schort aan het watermanagement, is het gebrek aan lokale en regionale maatregelen. „Er is veel ruimte voor de grote rivieren vrijgemaakt, maar de aandacht voor beken en kleine rivieren en de ruimtelijke ordening moet op de zelfde leest geschoeid worden”, aldus Glas. Uitgerekend op de plaatsen waar de beken en kleine rivieren de Maas in stromen, ontstaat overlast. „Daar krijg je opstuwing”, zegt Bas Jonkman, hoogleraar waterbouwkunde aan de TU Delft. „Hebben we dat effect voldoende meegenomen in het ontwerp van de dijken en riviermonden? Daar lijkt wat te moeten gebeuren.”

Er zijn buffers aangelegd in het Heuvelland om overtollig regenwater tijdelijk te bergen, maar dat zijn er nog steeds veel te weinig, en bovendien bestaat het risico dat als ze vol zitten, de omringende dijken breken en er een vloedgolf de heuvels af rolt. Dat is in Limburg op enkele plaatsen gebeurd. „Het is wijsheid achteraf, maar die waterreservoirs waren kennelijk niet zo ontworpen dat ze niet door kunnen breken”, zegt Jonkman. We moeten overigens niet te veel van zulke buffers verwachten.

Ook Frans Klijn, specialist rivierbeheer bij kennisinstituut Deltares en hoogleraar watermanagement aan de TU Delft, dempt het enthousiasme dat met name waterschappen de laatste jaren aan de dag leggen voor het vasthouden en bergen van water. Klijn: „Bij deze hoeveelheden stroomt het water over het land en hoopt zich onderaan de helling op. Het idee dat je water bij zulke hoeveelheden kunt vasthouden in de bodem en veengebieden moet je loslaten.”

Simpele remedie

Al deze maatregelen zijn natuurlijk niet nodig als er geen mensen in de overstroomde gebieden wonen. De simpele remedie tegen wateroverlast is dan ook: blijf weg uit gebieden waar het water af en toe komt, stelt Klijn. „Blijf weg uit de uiterwaarden. En wat Limburg betreft: blijf weg uit het dal. Helaas is dat besef uit het collectieve geheugen verdwenen. Zelfs op zoveel water als in Limburg is gevallen, kun je je voorbereiden. Er is donderdag bij de Nederlandse grens 3.168 kubieke meter water per seconde naar Maastricht gestroomd. Als de stad niet was volgebouwd, had al dat water zich al verspreid.”

Lees ook deze reportage vanuit het Duitse Bad Neuenahr: ‘Bedden, auto’s, de hele drogisterij met parfumflesjes stroomde voorbij’

Ook deltacommissaris Peter Glas denkt dat bij de ruimtelijke ordening het bewustzijn hiervoor wel mag worden vergroot. Hij wil niet zo ver gaan om te stellen dat er gebouwen en woningen in risicovolle gebieden moeten worden gesloopt – behalve als zich een kans aandient. Maar wel wil hij dat „bij elke schop in de grond” watermanagers worden geraadpleegd. Een watertoets, die eerder juist is afgeschaft? „Noem het zoals je wilt. Wat ik wil is dat mensen die verstand van water en bodem hebben, verplicht aan tafel zitten.”

Rekening houden met water maakt projecten duurder en ingewikkelder. Glas: „Als dat wordt gezegd, waarschuw ik nadrukkelijk. Dan wijs ik erop dat als we niets doen en de mondiale temperatuur met gemiddeld twee graden stijgt, de schade in Nederland tot 2050 om en nabij zeventig miljard euro bedraagt.”