Willemijn Fock (1942-2021) wijdde zich ijverig aan de kunstnijverheid

De laatste bladzijde In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Willemijn Fock onderzocht gebruiksvoorwerpen, ook via bouwplannen en boedelinventarissen.

De latere Leidse hoogleraar Willemijn Fockals model in een historische modeshow in museum De Lakenhal in Leiden, jaren zestig.
De latere Leidse hoogleraar Willemijn Fockals model in een historische modeshow in museum De Lakenhal in Leiden, jaren zestig. Foto privécollectie

Vooral haar archaïsche Italiaans viel in de smaak. Tijdens een studieverblijf van een jaar in Florence in 1968-1969, gaf de jonge kunsthistorica Willemijn Fock enkele lezingen over typisch Nederlandse onderwerpen als windmolens en het fenomeen ‘Randstad’. Italiaanse toehoorders waren verrukt van haar ouderwetse taalgebruik.

Fock werkte in die tijd aan haar promotie-onderzoek naar goudsmid en steensnijder Jaques Bylivelt. Deze on-Nederlands klinkende naam – in Italië ook wel Giacomo Biliverti – behoorde toe aan de Delftse Jacob Bijlevelt (1550-1603), die werkte aan het Florentijnse hof van de Medici. Misschien volgde Focks gesproken Italiaans de taal van de zestiende-eeuwse archiefstukken die ze bestudeerde. Dat zou een mooie illustratie zijn van de manier waarop voor haar het verleden het heden kleurde, en de studie naar de vroegmoderne kunstwereld doorklonk in haar dagelijks leven.

Het proefschrift over Bylivelt vormde het begin van de lange en succesvolle wetenschappelijke carrière van Cornelia Wilhelmina Fock, die op 3 juni 2021 in Den Haag overleed. Ze werd hoogleraar in Leiden en lid van de prestigieuze Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Ze was erelid van de Nederlandse Vereniging van Kunsthistorici, ereburger van de stad Leiden en officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Willemijn Fock werd geboren op 25 juni 1942 te Surabaya in het toenmalige Nederlands-Indië, waar het gezin van luitenant-ter-zee Bart Fock zich kort voor de Tweede Wereldoorlog had gevestigd. „Ze heeft een bijzonder leven gehad, vanaf het begin”, zegt haar vier jaar oudere zus Erna. Ruim drie maanden voor haar geboorte was haar vader overleden aan de verwondingen die hij opliep bij de Japanse luchtaanval op de torpedobootjager Hr. Ms. Van Nes in de Javazee. Na de capitulatie van de Nederlandse strijdkrachten werd het gezin door de Japanse bezetter geïnterneerd. Door de precaire voedselvoorziening in het kamp heeft de kleine Willemijn gezweefd tussen leven en dood. Na de bevrijding kon het gezin gedurende twee maanden op krachten komen in Australië.

Door de precaire voedselvoorziening heeft de kleine Willemijn gezweefd tussen leven en dood

Begin 1946 waren moeder Ans Fock, haar zoon en twee dochters terug in Nederland, waar ze konden terugvallen op het netwerk van de families Fock en Lely – Willemijns overgrootvader van moederskant was de befaamde Zuiderzee-ingenieur Cornelis Lely. Het huis in Den Haag dat ze vier jaar later betrokken is in de familie gebleven. Na haar emeritaat in 2007 verliet Willemijn Fock haar monumentale maar minuscule stadshuisje aan de Hooglandse Kerkgracht in Leiden. De zusters Fock, die altijd een hechte band met hun moeder en elkaar hebben onderhouden, namen samen hun intrek in het ouderlijk huis.

Als scholier onderscheidde Willemijn Fock zich door een brede interesse en een levendige intelligentie. Erna Fock vertelt hoe haar zus twijfelde tussen het volgen van een exacte of een letterenstudie. Tijdens een verblijf van een jaar in Zwitserland in 1960-1961, waar ze hoog in de bergen haar gezondheid verbeterde, haar Frans perfectioneerde en koken leerde, zal het idee zijn gerijpt om kunstgeschiedenis te gaan studeren in Leiden. Daar leerde ze het vakgebied van de toegepaste kunsten kennen door professor Theo Lunsingh Scheurleer, internationaal de eerste die dit specialisme op hoogleraarsniveau beoefende.

Ook buiten de studie richtte zich haar belangstelling op de kunstnijverheid. „In ons eerste of tweede jaar mochten wij – dankzij onze bescheiden maatjes 36 – showen voor het kostuummuseum in Den Haag”, zegt studiegenote Peggie Breitbarth. Bij een van die historische modeshows, in het kader van het staatsbezoek van het Thaise koningspaar, trad de legendarische acteur en kostuumexpert Cruys Voorbergh op als spreekstalmeester. „Magisch,” zegt Breitbarth, „voor de beleving van onze rol als mannequin”.

Hoogleraarsportret van Willemijn Fock door Anju van Wersch uit 2018.

Willemijn Fock was achtereenvolgens student, assistent en wetenschappelijk medewerker van Lunsingh Scheurleer, en na diens emeritaat volgde ze hem in 1982 op als hoogleraar. Haar kunsthistorische opvatting van de kunstnijverheid, die zich niet alleen richtte op het determineren van gebruiksvoorwerpen, maar ook bijvoorbeeld op de studie van boedelinventarissen, bouwplannen en andere archivalia, leidde onder veel meer tot een reeks publicaties over de historische panden aan het Leidse Rapenburg (1986-1992), en het meer dan vijfhonderd pagina’s dikke boek Het Nederlandse interieur in beeld dat in 2001 onder haar redactie verscheen. Het zijn onder vakgenoten nog altijd hogelijk geprezen standaardwerken. Ze vormen de vrucht van de formidabele vakkennis van Willemijn Fock, en van haar opmerkelijke arbeidsethos. Decennialang reserveerde ze de weekenden voor de familie in Den Haag. Maar daarvan bracht ze de zaterdagen wel steevast door in de studiezaal van het Nationaal Archief.