Ondervoeding flink toegenomen in 2020 – met name in conflictgebieden

Voedselzekerheid De coronapandemie heeft de voedselsituatie van miljoenen mensen verslechterd. Het aantal hongerigen nam voor het eerst in vijf jaar fiks toe.

Bewoners van de sloppenwijk Oworonshokiin Lagos, Nigeria, in de rij voor voedselpaketten van een lokale organisatie.
Bewoners van de sloppenwijk Oworonshokiin Lagos, Nigeria, in de rij voor voedselpaketten van een lokale organisatie. Foto Sunday Alamba / AP

Het zijn somber stemmende cijfers, die vijf VN-organisaties deze week presenteerden. Na vijf jaar min of meer op hetzelfde niveau te zijn gebleven, zijn honger en ondervoeding in 2020 sterk toegenomen, mede door de coronapandemie. Naar schatting 768 miljoen mensen hadden vorig jaar geen toegang tot voldoende voedsel, ofwel bijna 10 procent van de wereldbevolking. Dat zijn er 118 miljoen meer dan in 2019.

De cijfers staan in het jaarlijkse rapport dat de VN-voedsel- en landbouworganisatie (FAO) opstelt met vier andere VN-organisaties, waaronder Unicef en het Wereldvoedselprogramma (WFP). Van de mensen die te weinig te eten hebben, leven er 418 miljoen in Azië, 282 miljoen in Afrika en 60 miljoen in Latijns-Amerika, aldus het rapport. De categorie die kampt met ‘matige tot hevige voedselonzekerheid’, zoals het in jargon heet, omvat zelfs 30 procent van de wereldbevolking.

Het verwezenlijken van een van de VN-ontwikkelingsdoelen – honger de wereld uithelpen vóór 2030 – „zal, als de huidige trend zich doorzet voor bijna 660 miljoen mensen niet gehaald worden”, aldus het rapport. „Zo’n 30 miljoen daarvan kan in verband gebracht worden met het effect van de pandemie.”

De problemen zijn het grootst in conflictgebieden. Meer dan de helft van de mensen met ondervoeding, en 80 procent van de kinderen met een groeiachterstand wonen in landen met waar conflicten of geweld spelen, aldus het rapport.

„We maken ons grote zorgen over de voedselzekerheid in Jemen, Soedan, Syrië, Tsjaad en delen van Nigeria en van Burkina Faso”, zegt Josef Schmidhuber, FAO-onderdirecteur van de divisie handel en markten, telefonisch vanuit het FAO-hoofdkantoor in Rome. „Als een land veel geweld kent, is het ook bijna onmogelijk iets te doen aan Covid-19.”

Corona is met name een probleem voor de minder ontwikkelde eilandstaten. Veel van die landjes zijn arm én afhankelijk van toerisme én van voedselimporten. „De problemen stapelen zich dan op, zeker als zo’n land ook nog een zwakke munt heeft. Over Haïti maken we ons bijvoorbeeld grote zorgen.” Dat land dreigt momenteel in chaos af te glijden na de moord op president Moïse begin juli.

Varkenspest en coronavirus

De FAO publiceerde onlangs nog andere op het oog zorgwekkende cijfers, over almaar stijgende voedselprijzen. In juni lagen die wereldwijd gemiddeld 33,9 procent hoger dan een jaar geleden, al vertoonde de ‘voedselprijzenindex’, een gemiddelde van vijf categorieën basisvoedsel, in die maand voor het eerst in twaalf maanden een daling.

De stijging ontstond onder meer door de snel gegroeide vraag naar graan in China, dat veel extra veevoer inkocht voor het snelle herstel van de varkensteelt, nadat het land eerder miljoenen varkens had geruimd na een uitbraak van de varkenspest. Daarnaast dreef de door corona bijna stilgevallen vrachtvaart en het gebrek aan containers de vrachtprijzen, en dus de voedselprijzen op de wereldmarkt op.

Beide zijn volgens Schmidhuber echter problemen van voorbijgaande aard. „In de eerste maanden van de pandemie zijn de voedselprijzen scherp gedaald”, zegt hij. „Als je het huidige niveau vergelijkt met dat van januari 2020 liggen de prijzen niet 34 maar slechts 21 procent hoger. En de prijzen zullen verder afvlakken. Tenzij we extreem slechte oogsten krijgen, gaan we terug naar normaal, verwacht ik.”

Wel zorgelijk vindt hij de huidige ontwikkeling van de olieprijs, nu 72 dollar per vat. „Als de energieprijzen blijven stijgen, gaan automatisch ook de prijzen voor voedsel omhoog, omdat in de landbouw veel olie, gas en stroom nodig is.”

30 miljoen mensen lijden honger door de pandemie

Een factor die indirect bijdraagt aan het stijgen van de voedselprijzen is dat rijke landen geld pompten in hun economieën om hun bevolkingen tegen klappen te beschermen. „Door alle fiscale en monetaire maatregelen tijdens de pandemie, groeiden daar de spaartegoeden. Dat is iedereen nu aan het uitgeven, met groeiende economieën als gevolg. Prima voor de betrokken landen, maar de aantrekkende vraag drijft de prijzen wereldwijd op. Dat gaat ten koste van landen die afhankelijk zijn van voedselimport.”

Afrika is er relatief het slechtst aan toe: 21 procent van de bevolking heeft niet genoeg te eten, ruim twee keer meer dan het gemiddelde wereldwijd. Van de 45 landen waarin delen van de bevolking voedselhulp nodig hebben, liggen er 34 in Afrika.

Informele sector

De gevolgen van de pandemie leken op het Afrikaanse continent aanvankelijk mee te vallen, omdat ze werden gecamoufleerd door de grote informele sector: als er weinig formele banen zijn, ontstaat ook geen grote formele werkloosheid, aldus Schmidhuber.

Verder is er veel zelfvoorzienende landbouw, en een jonge bevolking, die minder gevoelig is voor Covid-19. „Maar door de nieuwe coronavarianten dreigt een gezondheidscrisis boven op een economische crisis te komen. Niet alleen meer in Zuid-Afrika.”

Het VN-rapport pleit vooruitbreiding van humanitaire en vredesoperaties in conflictgebieden, verzekeringen tegen het verlies van oogsten, en het uitdelen van cash om te voorkomen dat mensen hun zaaigoed opeten of verkopen.

Schmidhuber wijst erop dat de effecten van de door lockdowns en dichte grenzen lokaal stijgende voedselprijzen afgelopen jaar soms verzacht werden door sociale vangnetten. „Een land als Brazilië bijvoorbeeld had er veel slechter voor kunnen staan. Daar had het bestaan van de bolsa familia , ingevoerd door de sociaal-democratische president Lula da Silva, een heilzame werking. Wel is het zo dat veel mensen uit de middenklasse er zijn afgezakt naar de onderklasse. Ze zullen geen honger krijgen, maar het is onzeker of ze ooit terugkeren in de middenklasse.”

Bijna 14 miljoen Braziliaanse gezinnen vallen onder dit programma, dat een uitkering koppelt aan de leerplicht voor hun kinderen. De huidige president Jair Bolsonaro was als populist wijs genoeg om dit steunpakket te handhaven. Schmidhuber: „De bolsa familia heeft een enorme ramp voorkomen op het gebied van voedselzekerheid.”

Lees ook dit artikel: Honger in Madagaskar: modder eten om je maag te vullen