Opinie

Monorail

Marcel van Roosmalen

We waren in het Efteling Hotel, in ‘de vergulde familiekamer’. Alles was er van goud, er was een knop waardoor het leek alsof je een pot met munten omgooide. Er was ook een sjoelbak, je moest gouden munten in een spaarpot mikken, waarna de spaarpot begon te knorren. Lucie van Roosmalen (5) en Leah van Roosmalen (3) drukten veel op de knop. We sliepen die nacht weinig, Frida van Roosmalen (0) ook niet. De tweede dag regende het weer, ik beet bij het ontbijt een kroon stuk op een Duits broodje.

Het park was overvol en het was, vriendelijk gezegd, ‘hondenweer’. Je zag groepen uit elkaar vallen, als ik ergens moed uit zou kunnen putten dan toch uit het idee dat we het nog niet zo slecht deden. Wat hielden we ons goed, zelfs toen we vanwege de coronamaatregelen in de stromende regen poffertjes stonden te eten.

„Kijk”, zei Leah van Roosmalen. „Mijn klontje boter drijft in water.”

Het besluit om onze minivakantie eerder af te breken viel bij het bordje ‘vanaf hier nog 25 minuten’ in de rij voor de monorail die ons boven het Volk van Laaf zou rijden. De man in Feyenoord-trainingspak viel over de sigaret met een rode streep erdoor op hetzelfde bordje.

„Ik vat het even samen”, zei hij. „Het regent, het duurt nog heel lang en nu zeggen ze ook nog dat ik niet meer mag roken.”

In de monorail zei Leah van Roosmalen dat ze onderhand zin had om thuis op de bank de poezen te aaien. Ik antwoordde dat ik naar een tandarts wilde.

Ik vond het een dapper besluit om af te haken, toen we op weg naar de uitgang tegen de stroom in liepen.

Lees ook deze necrologie van Peter R. de Vries: Zijn gedrevenheid was van een uitzonderlijk niveau

Het goede humeur verdween in de auto terug, toen we ter hoogte van Werkendam hoorden van het overlijden van Peter R. de Vries. In de aanloop naar de bekerfinale (Ajax-Vitesse) waren Peter R. de Vries en ik een item in het televisieprogramma De Vooravond. We hadden elkaar nog nooit ontmoet, maar tijdens het stamppot eten viel het al heel erg mee. We werden aangekondigd als een bokswedstrijd: ‘Peter R. de Vries versus Marcel van Roosmalen.’ Het verbaasde me dat hij zich hiervoor leende, waarop hij niet ongeestig opmerkte: „Hoezo, ik heb volgens jou toch verstand van alles?”

Het nieuws zat er al wel aan te komen, het was alsof het had gewacht op een lelijke dag om te landen.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.