Opinie

Leesbevordering op het strand

Michel Krielaars

Op de kleine boulevard van het Normandische kustplaatsje Veules-les-Roses staat een wit houten wachthuisje met een zeegroen dak. Zowel op dat dak als op de zijwand zijn de woorden ‘Lire à la Plage’ (Lezen op het Strand) geschilderd. Op de zijwand staat ook een citaat van Flaubert: ‘Un livre, cela vous crée une famille éternelle dans l’humanité.’ (Een boek, dat schept voor u een eeuwige familie in de mensheid).

Op het terras ervoor zitten twee vrouwen in luie stoelen te lezen, de een in een roman, de ander in een strip. Twee medewerkers van het departement Seine-Maritime beheren het strandbibliotheekje, want dat is het huisje. „Ze staan ook in twaalf andere plaatsen aan de Côte d’Albâtre”, zegt een van hen. „Het is een initiatief van de openbare bibliotheek in de strijd tegen de ontlezing. Het lenen van boeken is hier gratis, maar je moet ze dan wel op ons terras lezen.”

Binnen valt mijn oog op het werk van Flaubert, wiens 200ste geboortedag dit jaar in Frankrijk uitbundig wordt gevierd. Als een vorm van bescheiden eerbetoon ligt het in pocketedities op de toonbank. Ook zie ik enkele nieuwe romans óver Flaubert, zoals Le dernier bain de Gustave Flaubert van Régis Jauffret, een vermakelijk boek over de laatste gedachten van de jarige schrijver, terwijl hij in 1880 in zijn ‘sterfbad’ in Croisset lag. Ik neem het mee naar buiten, zijg neer in een stoel en begin te lezen, onderwijl de zilte zeelucht inademend en naar de krijtrotsen turend. Een boek van of over Flaubert, die vaak langs deze kust flaneerde, is altijd een genot.

De zomerse strandbibliotheekjes zijn een jaarlijks terugkerend fenomeen in Normandië. Dertienduizend boeken van uiteenlopende soort moeten de Fransen er tussen begin juli en eind augustus aan het lezen houden. Ook worden in de nabije omgeving talloze tentoonstellingen, theatervoorstellingen en lezingen rondom literatuur georganiseerd. Met Flaubert als hoofdthema kun je je zoiets niet beter wensen, want over hem en zijn werk raak je niet uitgepraat. De roman van Régis Jauffret bewijst het.

In Mijn hoofd is een zieke vulkaan, de onlangs in Privé-domein verschenen brieven van en aan Charles Baudelaire, komt Flaubert ook voor. Zo complimenteert hij de dichter met zijn Les Fleurs du Mal: ‘Eerst heb ik uw boek van begin tot eind verslonden, als een kokkin een feuilleton, en nu herlees ik het sinds een week, vers voor vers, woord voor woord, en het bevalt me en betovert me, eerlijk waar.’ En: ‘U bent hard als marmer en doordringend als de mist in Engeland.’ Alleen al om zulke zinnen (vertaald door Kiki Coumans) wil je hem lezen.

Het Franse voorbeeld zou de organisatoren van het W.F. Hermans-jaar tot lering kunnen zijn. Op 1 september is het een eeuw geleden dat de schrijver in Amsterdam werd geboren. Een dag eerder wordt daar in de Nieuwe Kerk een gedenksteen voor hem onthuld. Daarna wordt er een jaar lang gejubeld.

Nu is er al een mooie Hermans-biografie gepubliceerd, geschreven door Willem Otterspeer. Ook komt het laatste deel van zijn verzameld werk uit en worden er tentoonstellingen georganiseerd. Maar hoe mooi zou het niet zijn als Hermans’ boeken in het centrum van iedere grote stad in een houten wachthuisje gratis te lezen zijn? Gezien de populariteit van boeken en films over de Tweede Wereldoorlog is er geen beter middel denkbaar om in Nederland de ontlezing tegen te gaan.