Wéér een Nederlander met een techbedrijf van meer dan een miljard dollar

Start-ups Het aantal nieuwe techbedrijven dat meer dan 1 miljard dollar waard is, is in een jaar tijd verdubbeld. Wat is er aan de hand? „De vraag is: is dit een bubbel? Dat gevaar zit er altijd in”.

Onlinebank Bunq van Ali Niknam bereikte eerder deze maand de unicorn-status.
Onlinebank Bunq van Ali Niknam bereikte eerder deze maand de unicorn-status. Foto Roger Cremers

Het is opnieuw een Nederlander gelukt: een techbedrijf oprichten dat meer dan een miljard dollar waard is. Deze week maakte Remote, het bedrijf van Job van der Voort en zijn Portugese collega Marcelo Lebre, bekend dat onder meer Accel en Sequoia 150 miljoen dollar (127 miljoen euro) investeren in de start-up. Remote is een online platform dat bedrijven helpt bij het aannemen van personeel in het buitenland.

Daarmee is Van der Voort de derde Nederlander in drie weken tijd die kan worden toegevoegd aan het rijtje techondernemers dat erin geslaagd is een miljardenbedrijf (een zogeheten unicorn) op te richten. Adriaan Mol (van betaalbedrijf Mollie) en Ali Niknam (van onlinebank Bunq) gingen hem voor. Zowel Mollie als Bunq presenteerden de afgelopen weken investeringsrondes van respectievelijk 665 miljoen en 193 miljoen euro voor 10 procent van de aandelen.

De nieuwe miljardenbedrijven volgen elkaar overal ter wereld in hoog tempo op. Uit een nieuw rapport van CB Insights blijkt dat in de afgelopen zes maanden wereldwijd 249 nieuwe start-ups de status van unicorn bereikten. Dat is twee keer zo veel als een jaar geleden.

Opvallend is de inhaalslag van Europa ten opzichte van zijn Amerikaanse concurrenten

Het tweede kwartaal van 2021 was, gezien de hoeveelheid geïnvesteerd kapitaal (156 miljard dollar), zelfs het beste kwartaal ooit voor start-ups.

Opvallend is de inhaalslag van Europa versus zijn Amerikaanse concurrenten. Amerikaanse investeerders hebben hun aandacht verlegd naar Europa, vooral naar het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk. Van de tien grootste deals kwamen er afgelopen jaar vier uit Europa: Northvolt (batterijen, uit Zweden), Celonis (software, uit Duitsland), Trade Republic (beleggingsapp, ook Duits,) en de Amsterdamse betaaldienst Mollie.

Lees ook een interview met Adriaan Mol: ‘Ik vind het niet leuk om de baas te zijn’

Ongekend grote belangstelling

Waarom wordt er nu zo veel geïnvesteerd? Door de lage rente is sparen al jaren onaantrekkelijk en stroomt er meer geld naar beleggingsfondsen. De laatste zien nu hun kans schoon en nemen een belang in bedrijven die in coronatijd zijn komen bovendrijven.

De pandemie zorgt voor een enorme versnelling op bepaalde gebieden, zoals online betalen, thuiswerken of maaltijdbezorging. De beste start-ups op deze terreinen worden „gek benaderd” door investeerders, zegt Johan van Mil van de Amsterdamse investeringsmaatschappij Peak. „En wij krijgen ook twee of drie keer per week een telefoontje van Amerikaanse investeerders, die vragen of we nog interessante bedrijven hebben waar zij in kunnen meedoen. Het is een enorm boeiende tijd.”

De angst voor een bubbel is het grootste bij ‘flitsbezorgers’ als Gorillas, Flink en Getir

Gevolg van de toegenomen concurrentie: investeerders betalen veel voor weinig aandelen. Dat stuwt de waarde van de jonge bedrijven omhoog. De durfkapitalisten hopen dat hun investeringen zich uiteindelijk terugbetalen als de start-ups doorgroeien, worden overgenomen of naar de beurs gaan. „De vraag is: gaan de investeringen renderen, of is dit een bubbel?”, zegt Van Mil. „Dat gevaar zit er altijd in.”

De angst voor een bubbel is het beste zichtbaar bij de ‘flitsbezorgers’: bedrijven als Gorillas, Flink en Getir, die binnen tien of vijftien minuten boodschappen aan de deur brengen. In hun concurrentieslag verbranden zij honderden miljoenen. Sinds het begin van de pandemie ging er al 14 miljard dollar naar deze start-ups, zonder dat duidelijk is hoe ze ooit geld gaan verdienen.