Opinie

Het is te hopen dat de weg naar vrijheid in Cuba vreedzaam is

Demonstraties Cuba

Commentaar

De beelden die dezer dagen uit Cuba komen, zijn uniek. Niet eerder werd er zó massaal gedemonstreerd, op het hele eiland en door talloze nieuwe groepen demonstranten. Hun simpele eis is er een die alleen maar kan worden toegejuicht: het recht op een leven.

Het is een combinatie van factoren die de Cubanen de straat opdrijft. De economie is door de coronacrisis verder vastgedraaid, de dollarstroom is met het wegblijven van toeristen opgedroogd. Het feit dat het land al decennia afhankelijk is van buitenlandse valuta om te overleven, toonde al eerder het falen van het Cubaanse socialistische model.

Nu blijkt het regime ook geen back-up te hebben. De kleine economische hervormingen die Raúl Castro een aantal jaar geleden in gang zette, zoals marginaal vrij ondernemerschap voor kappers en taxichauffeurs, iets waar zijn broer Fidel lang niet toe bereid was, hebben weinig geholpen.

Want tekorten aan basisvoorzieningen zijn sinds de val van de Sovjet-Unie in de jaren negentig en de ineenstorting van laatste bondgenoot Venezuela deze eeuw alleen maar opgelopen. Rijen van meer dan twaalf uur voor vrijwel lege schappen zijn inmiddels gebruikelijk, frequente en langdurige stroomuitval is de dagelijkse praktijk, ziekenhuizen en apotheken hebben gebrek aan aspirine en penicilline. Het eiland van suikerriet moet zelfs suiker importeren.

Lees ook: Grootste maatschappelijke protesten in decennia: Cubanen zijn het zat

Wie Cuba nog associeert met een socialistische heilstaat met een goede gezondheidszorg en onderwijs, doet er goed aan zijn mening te herzien. Wie ziet hoe het Cubaanse regime omgaat met (politieke) tegenstanders, met de vrijheid van meningsuiting en mensenrechten, was al lang overtuigd dat dit relikwie van de Koude Oorlog zijn langste tijd heeft gehad.

Lees ook dit profiel van Díaz-Canel: De eerste niet-revolutionaire president

Het is de vraag wat president Miguel Díaz-Canel doet nu de geest uit de fles is. Internet en zeker sociale media geven de demonstraties een dynamiek die er bij eerdere protesten niet was. Díaz-Canel is bovendien geen Castro. Hem ontbreekt het aan de steun en het charisma dat Fidel en Raúl nog hadden, aan wie altijd het imago van revolutionairen bleef kleven. Het kan zijn dat hij met harde hand probeert de demonstraties neer te slaan, de eerste berichten over massale arrestaties wijzen daarop. Op de voorpagina van staatskrant Granma liet hij optekenen dat „ze over onze dode lichamen moeten lopen als ze revolutie willen”. Dat belooft weinig goeds.

Voor de VS, dat op vier uur varen ligt, geldt ‘handle with care’. Eerdere Amerikaanse interventies, van de invasie in de Varkensbaai in 1961 tot de economische sancties die president Trump weer instelde en opvolger Biden in stand houdt, hebben het tegenovergestelde effect gehad van democratisering. Anders dan president Dwight Eisenhower ooit dacht, leidde Amerikaanse steun aan de opstand tot nu toe juist niet tot het einde van het regime. Díaz-Canel noemt de demonstranten al Amerikaanse huurlingen, iedere vorm van materiële hulp aan hen kan daardoor contraproductief zijn.

Europa moet wel met een stevigere verklaring komen dan tot nu toe vanuit Spanje is gegeven, waar de linkse regering worstelt met het veroordelen van een alleen nog op papier socialistische overheid.

De Cubanen hebben recht op vrijheid, op een toekomst en op een hogere levensstandaard. Op ‘een vaderland én een leven’, zoals de demonstranten in een verwijzing naar het motto van de communistische partij (‘vaderland of de dood’) zeggen. Het is te hopen dat de weg daarheen vreedzaam zal zijn.