Reportage

‘Winnaars van de Koninklijke Prijs tonen lef tot de schilderscanon te willen toetreden’

Kunstenaarsprijzen De jonge kunstenaars Rinella Alfonso, Philipp Gufler en Hend Samir mochten woensdag de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst in ontvangst nemen. De prijs viert het 150-jarig bestaan.

Winnaars Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2021. v.l.n.r.: Rinella Alfonso, Philipp Gufler, Hend Samir
Winnaars Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2021. v.l.n.r.: Rinella Alfonso, Philipp Gufler, Hend Samir Foto Willemieke Kars

Rinella Alfonso, Philipp Gufler en Hend Samir zijn de kunstenaars die woensdagmiddag uit handen van koning Willem-Alexander de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2021 in ontvangst mochten nemen. Jaarlijks wordt deze prijs uitgereikt aan veelbelovende jonge kunstenaars. Met hun surreële landschappen, gezeefdrukte spiegels en een abstracte fusie van westerse en Midden-Oosterse beeldtradities laten de drie kunstenaars volgens het juryrapport zien hoe veelzijdig de schilderkunst anno nu is.

Rinella Alfonso, ‘Upward Splash and Peek’. Olieverf en lak op doek, 100 × 143 cm, 2021. Foto Tom Haartsen

Er werden 15 genomineerden gekozen uit 566 kunstenaars, een verdubbeling van het aantal aanmeldingen ten opzichte van 2019. De winnaars ontvangen elk 9.000 euro, hun werk staat samen met de uitbundige en indringende stukken van de andere genomineerden geëxposeerd in de stoïcijnse galerijen van het Paleis op de Dam.

Drie winnaars

Rinella Alfonso’s (1995) sterke vloeiende bewegingen en volle donkere rode en blauwe kleurtonen vallen op in haar olieverfschilderijen Slith-her-in en Upward Splash and Peek. Ze vertelt in de bijbehorende tentoonstellingscatalogus hoe het eiland Curaçao als vanzelf kunst voor je creëert, met fantastische toevallige installaties, zoals een oude plastic stoel die al jaren onder een boom staat en opgevreten wordt door mos en begroeiing. Philipp Gufler (1989) gebruikt zeer oude, historische pigmenten voor zijn zeefdrukken op hoekige spiegels, als reactie op de commerciële lading die de regenboogvlag heeft gekregen. Hend Samirs (1986) afbeelding in acrylverf met de titel The Playground laat naast de samenvloeiing van objecten en de omgeving op het doek fijngeschilderde gezichten van kinderen zien.

Hend Samir, ‘Dream Home with Cable Cars’. Acrylverf op doek, 170 × 140 cm, 2021. Foto Tom Haartsen

De lichting 2021 raakt op meerdere vlakken een lange traditie. De aanmoedigingsprijs werd in 1871 ingesteld door koning Willem III en viert zijn 150ste jaar dit jaar met de gelijktijdige tentoonstelling Grensverkenners. Het spanningsveld tussen de gevestigde orde en buitenstaanders staat in deze jubileumtentoonstelling centraal. Curatoren Mirjam Westen en Richard Kofi selecteerden voor de tentoonstelling bestaande werken van voorgaande winnaars en genomineerden. Die zijn nu in verschillende ruimtes van het paleis te vinden.

Lees ook: Prijs voor Vrije Schilderkunst 2020 naar Janne Schipper, Charlott Weise en Dan Zhu

Curator Kofi vindt het opvallend dat de voorgaande prijswinnaars zich daarna niet hebben aangepast aan verwachtingen die er wellicht gewekt worden na zo’n prijs. „Ze zijn hun eigen gang blijven gaan en hebben een eigen ontwikkeling doorgemaakt, ze zijn geaccepteerd met hun werk terwijl het bijvoorbeeld door het onderwerp en kleurgebruik heel erg van de norm afwijkt. Het is grensverleggend, gaat zelfs over grenzen heen.”

Dat laatste ziet hij terug bij bijvoorbeeld de robot van Isabel Cordeiro, die omhuld met een felgekleurde lappendeken door de verstilde Kamer van de Grootmeesters beweegt. Maar ook bij Sara Sejin Changs asymmetrische imperialistische dataserver-installatie in de Rekenkamer en de glitterende vloerinstallatie van Suzan Drummen in het Koninklijk Appartement.

Fictieve koninklijke samenkomst

Op het olieverfschilderij The Family van Helen Verhoeven worden de patronen van het tapijt en het behang uit de Troonzaal meegenomen op het doek. Ze schilderde een fictieve samenkomst van familieleden uit het heden en verleden van de Oranjes, met hun blik naar de toeschouwer gericht op een doek van 425 cm breed. Het is de meest expliciete referentie naar het koningshuis in de tentoonstelling.

In de Burgemeesterskamer grijpt Natasja Kensmil ook terug op de sterke stijlconventies van het staatsportret met het schilderij Ferdinand II en Isabella I. In de audiotour gaat curator Kofi met Kensmil in gesprek en beschrijft ze dat ze het fenomeen om in portretten alleen je mooie kant te laten zien in zichzelf herkent. Dat veranderde ze door de aristocraten die achter het instellen van de inquisitie en het begin van de koloniale expansie in Spanje zaten in haar werk een verteerd gezicht te geven.

Philipp Gufler, ‘Kobaltviolett, dunkel Nelkenfarbe dunkel’. Zeefdruk op spiegel, 85 × 90 cm, 2020 Foto Tom Haartsen

Bij zowel de prijswinnaars nu als bij het overzicht van de 150 jaar Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst valt het Kofi op dat kunstenaars krachtige keuzes maken: „Je zegt eigenlijk, ik wil toetreden tot die canon. Ik vind dat dit erkend moet worden. Het was niet niks om mee te doen. Ze hebben het geflikt, en nu zijn ze hier op deze tentoonstelling.”

De tentoonstelling Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2021 is gelijktijdig te zien met de jubileumtentoonstelling Grensverkenners, 15/7 t/m 3/10, Koninklijk Paleis, Amsterdam. Inl: paleisamsterdam.nl