Twee Duiven

Fabels rondom parfumerie La Fontaine De mores en sores van de fabeldieren van Aesopus en La Fontaine zijn tijdloos. bewerkte ze naar het fabelachtig bevoorrechte Amsterdamse Oud-Zuid in de zomer van 2021.

Illustratie Machteld van Gelder

Duif en Duifje woonden in een honderd jaar oude Olijvenboom op het dakterras van Mijnheer en Mevrouw Beroemd en Rijk. Zij keken veel televisie en zo zagen Duif en Duifje dat de regering aan alle inwoners van het dierenrijk verzocht, met klem, om niet meer te reizen. Niet voor de lol en niet voor de ernst. Niet over zee en niet per trein. „U moet allemaal de hele zomer naar het gemeentezwembad en fietstochten maken vanuit uw eigen woonplaats. Koopt u allemaal maar een thermoskan en een dagrugzak, wij gaan nu met reces, tot na de pruimentijd”, waren de laatste woorden van de premier.

Duif en Duifje waren even stil. En toen zei Duif: „Heel goed dat de regering dit zegt, maar voor mij is het helaas niet mogelijk. Ik heb een party op Ponza, werkgerelateerd, en ik heb er ook een in Saint-Tropez, ik zou graag thuisblijven als het kon, maar alles voor de zaak.”

Duif en Duifje maakten ruzie tot de volgende ochtend de zon opkwam.

Voordat Duif zou vertrekken, probeerde Duifje het nog één keer. Zij zette voor Duif een Milanese espresso, maakte een breakfast tortilla en zei: „De hele wereld ís al bij ons hier in de Olijvenboom, kalmeer toch en blijf bij mij. Dan zal ik je eens wat laten meemaken hier, in ons nest”, en daarbij knipoogde zij schalks. Maar Duif had gehoord dat wie verre reizen maakt, veel kan verhalen, en daar zit ook iets in, maar dat geldt vooral wanneer men ter plaatse een fikse aardbeving, vloedgolf of terreuraanslag meemaakt. Wie de reis doorbrengt op een paar feestjes in een rustig hotel, is meestal snel uitgepraat over avonturen. Maar al deze woorden waren aan dovemansoren gericht, het werd weer ruzie en Duif vloog die ochtend weg.

Duifje amuseerde zich uitstekend zonder Duif. Zij vloog elke ochtend naar het gemeentebad met een thermoskan Milanese espresso en bezocht in de middag boekenborrels in de zonnige tuinen van uitgeverijen waar leuke jonge auteurs rondliepen. Zij bladerde thuis door haar boeken en genoot van het kwelen van liefdesgedichten in de oortjes van de jonge auteurs met wie zij heerlijke uren doorbracht. Duifje had zonder op reis te zijn straks ook heel veel te vertellen aan Duif. Dat u niet denkt dat een reisduif avontuurlijker is dan een boekenduif. Daar gaat deze fabel niet om.

Maar de grote liefde, die bewaarde Duifje voor Duif, voor als hij terug zou keren.

Duifje begon zich te verdiepen in het vormgeven van de grote liefde, straks, en bestelde boeken over tortel-tantra. Een tactiele liefdeswereld ging voor Duifje open en zij kon nauwelijks wachten tot zij de vleugelslag van Duif zou horen om hem mee te nemen op avontuur in hun eigen nest.

Duif, die in Ponza was neergeschoten door de kok van het plaatselijke hotel, was herstellende van een schampwond aan zijn vleugel. In Saint-Tropez raakte Duif van slag toen hij tijdens een onweersbui met zijn lamme vleugel niet op tijd op de zakenparty kon zijn. Ontregeld en rillend was hij bij de garderobe blijven hangen. Vlak bij Brussel, bijna thuis, werd de verzwakte Duif nog in de ogen gepikt door een gier en daarna boven Rotterdam geringd door een hobbyvogelaar. Duif was er echt aan toe om naar huis te komen maar hield hongerig nog halt bij café de Posthoorn in Den Haag, voor een broodje bal van de terrastafel van de vakantievierende regering.

Toen Duif eindelijk hinkepotend wilde landen in de Olijvenboom op het dak, zag hij dat alles weg was. Er woonden nieuwe bewoners onder het dakterras en die hadden de honderd jaar oude Olijvenboom weggegooid met nest, Duifje en al.

Duif huilde van spijt en verdriet. Hij liep treurend de dorpsstraat in en kwam voor Parfumerie La Fontaine Mijnheer en Mevrouw Haas tegen. Die wezen naar de ingang van het grote park, daar was Duifje heen gevlogen, zo hadden zij gezien.

Duif gilde het uit van opluchting en vloog enigszins asymmetrisch met de kapotte vleugel richting het park. Hij koerde en koerde en koerde de naam van zijn geliefde Duifje zo hard hij kon en ja, zij hoorde hem en vloog hem tegemoet. Ze kusten elkaar in de lucht en brachten zeven etmalen met elkaar door in hun nieuwe nest, dat Duif beloofde nooit meer te verlaten.

Duif vertelde Duifje alles van de reis, de schietende kok in Ponza en de gier in Brussel.

Toen vertelde Duifje ook alles over haar reis: langs de boekenborrels, de jonge auteurs en de tantra-lessen.

Ze kregen ruzie tot de volgende ochtend de zon opkwam.

En dat, zie je, was een goed teken.

Vrij naar ‘Twee Duiven’ van La Fontaine.