Tegen zoveel e-bikes en zonnepanelen valt niet op te recyclen

Elektronisch afval Nederland zamelde vorig jaar meer elektronisch afval in dan ooit. De recycledoelstelling – 65 procent van alle verkochte elektronica – is onhaalbaar.

Door de coronacrisis zijn in 2020 meer apparaten verkocht. Met name de verkoop van beeldschermen en computers steeg als gevolg van de thuiswerkhausse.
Door de coronacrisis zijn in 2020 meer apparaten verkocht. Met name de verkoop van beeldschermen en computers steeg als gevolg van de thuiswerkhausse. Foto Olivier Middendorp

Nederlandse consumenten leverden vorig jaar bijna 220.000 ton aan elektronica en elektrische apparaten in. Dat is een stijging van 10 procent ten opzichte van 2019, blijkt uit nieuwe cijfers die Stichting OPEN dinsdag publiceerde. Deze organisatie regelt de inzameling van elektronisch afval in Nederland.

Ondanks deze toename, deels te wijten aan de opruimwoede gedurende de lockdownperiode, valt het inzamelpercentage lager uit dan voorgaande jaren. Dat percentage wordt berekend op basis van de hoeveelheid verkochte elektronica.

Er zijn in 2020 meer apparaten verkocht dankzij de coronacrisis. Met name de verkoop van beeldschermen en computers steeg als gevolg van de thuiswerkhausse, legt Jan Vlak van Stichting OPEN uit. „Veel mensen gingen ook aan de slag in de tuin of verbouwden hun keuken, dus werd er meer tuingereedschap en keukenapparatuur verkocht.”

De inzameling van e-waste of elektronisch afval wordt gemeten in kilo’s. Volgens Europese richtlijnen moeten lidstaten 65 procent van de verkochte elektronica (gemiddeld over drie jaar) recyclen. Nederland haalt 44 procent; 57 procent als je de zonnepanelen niet meerekent.

Zware zonnepanelen

De recyclecijfers vallen vooral laag uit omdat relatief nieuwe elektronicacategorieën als zonnepanelen en elektrische fietsen op grote schaal verkocht worden, maar de komende jaren nog niet worden ingeleverd. Het gaat om producten die letterlijk zwaar meewegen: in 2020 kwam er 518.000 ton aan elektronica op de Nederlandse markt, inclusief zonnepanelen was dat 755.000 ton.

Vlak pleit ervoor dat de inzameldoelstellingen worden aangepast. Die zijn onhaalbaar zolang de hoeveelheid verkochte producten als maatstaf dient. „Je kunt niet inzamelen wat niet beschikbaar is.” Daarnaast is het milieu er doorgaans bij gebaat dat producten zo lang mogelijk in gebruik zijn – niet dat ze zo snel mogelijk worden ingeleverd.

Stichting OPEN sprak afgelopen week met staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur & Waterstaat, D66) over nieuwe normen die gebaseerd zijn op apparaten die wel beschikbaar zijn voor inzameling. „Daar willen we 100 procent van halen”, zegt Vlak. Dit najaar wordt de discussie voorgezet.

Lees ook: Waarom weggooien zo moeilijk is

De recycledoelstelling is een probleem in alle EU-lidstaten, aldus Vlak. Nederland zit volgens hem in de ‘subtop’ als het gaat om inzameling van e-waste. „Scandinavische consumenten zijn nog net iets milieubewuster.”

Geen witgoed naar de ijzerhandel

Het inzamelpercentage zou kunnen stijgen als consumenten minder kleine apparatuur weggooien in het normale afval en er geen afgedankt witgoed meer naar de ijzerhandel gaat. Elektronica van koelkasten of droogtrommels verdwijnt daar vaak in de shredder, terwijl je grondstoffen nog kunt hergebruiken.

Van elektronica die wordt ingezameld via 13.000 zogeheten Wecyclepunten verandert 80 procent in herbruikbare grondstoffen als ijzer, koper en kunststof. 18 procent van het gewicht wordt met een hoog energetisch rendement verbrand en zo’n 1 procent belandt uiteindelijk op de stort. Hergebruik van chips is lastig. Weliswaar zijn nieuwe chips schaars, maar ingeleverde elektronica is te zeer verouderd.