Reportage

De Tourmalet is een mythische beklimming in de Tour de France. Maar deze 'col' heeft nu concurrentie

Col de Portet De klassementsmannen zorgden voor spektakel op de Col du Portet, pas voor de tweede keer opgenomen in het parcours. Maar er is meer nodig om de klim de ‘nieuwe Tourmalet’ te noemen, zoals de ASO doet.

Tadej Pogacar (in het geel), Jonas Vingegaard (in het wit) en Richard Carapaz op de Col du Portet
Tadej Pogacar (in het geel), Jonas Vingegaard (in het wit) en Richard Carapaz op de Col du Portet Foto Daniel Cole/AP

‘C’est parti!”, roept de commentator bovenop de Col du Portet. Ergens beneden in de vallei is de groep met klassementsrenners begonnen aan de slotklim van de zeventiende etappe. De weg voert langs de flank van de Pyreneeënberg de renners in 16 steile kilometers (gemiddeld percentage van 8,7 procent) naar de top.

Op een heldere dag kun je ze van boven als mieren slingerend omhoog zien kruipen. Maar op de top, op 2.215 meter hoogte, is er woensdag niets dan een witte muur te zien. De gondellift die media en vip’s op de top afzet draait verder en verdwijnt naar beneden in de wolken.

Het slechte uitzicht kan het publiek niet deren; het lijkt de voorpret alleen maar te verhogen. Als wordt aangegeven dat er geen helikopterbeelden van de laatste kilometers getoond kunnen worden, verzamelen de mensen zich opgewonden voor het grote scherm. Met deze omstandigheden zijn alle ingrediënten aanwezig om er een legendarische beklimming van te maken.

Lees ook: ‘Bij wielrennen moet je een favoriet hebben, anders is er niks aan'

Het was woensdag pas de tweede keer in de geschiedenis van de Ronde van Frankrijk dat het peloton de Col du Portet beklom. Het is een typische Pyreneeënklim: smal, steil, met een slecht wegdek en een ruig uiterlijk. Het geitenpad is pas in 2018 geasfalteerd – speciaal voor de Tour – en werd dat jaar in een ultrakorte etappe van 65 kilometer als slotklim bedwongen. De Colombiaan Nairo Quintana kwam als eerste over de streep, vlak voor de klassementsrenners.

Nu is de Tour de France terug, voor de tweede keer in vier jaar. Tourorganisator ASO ziet in de klim een nieuwe topattractie. „Het is een reus, een nieuwe Tourmalet en dan nog een beetje”, zei directeur Christian Prudhomme bij de presentatie van de klim.

Status als de Mont Ventoux

Daarmee heeft Prudhomme de lat hoog gelegd. De Tourmalet is de meest beklommen berg in de Tourgeschiedenis, al 87 keer werd de berg opgenomen in het parcours. Een berg met een status als de Mont Ventoux, Alpe d’Huez en de Galibier. Doorstaat de Col du Portet die vergelijking?

„Wat maakt een beklimming mythisch?”, vraagt Frederik Backelandt zich hardop af. De Belg schreef Mythische cols, een salontafelboek met grote foto’s en verhalen over de beroemdste beklimmingen in het wielrennen. Dat zijn de renners, zegt hij. „Zij maken de koers, en de koers bestaat uit verhalen. De renners kunnen geschiedenis schrijven.” De Tourmalet, met 87 beklimmingen in de Tour, kent verhalen genoeg, zegt Backelandt.

Neem de editie van 1913, waarin Eugène Christophe, op dat moment virtueel klassementsleider, zijn frame brak in de afdaling en dat zelf moest lassen. Hij verloor vijf uur en kreeg ook nog een tijdstraf omdat hij een zevenjarige jongen de blaasbalg had laten bedienen, maar hij fietste de etappe wel uit.

Of de Tour van 1969, zegt Backelandt, „waarvan iedereen weet dat Merckx daar demarreerde, vlak voor de kop van de Tourmalet”. De Belg, toen al geletruidrager, was na de afdaling alleen en besloot tot een solo van 105 kilometer. Zijn concurrenten kwamen pas na minimaal acht minuten over de streep. „Qua gevoel kan de Col du Portet daar niet aan tippen. Zulke zinderende Tourgeschiedenis moet daar nog plaatsvinden.”

Lees ook: 174 meter op één wiel achter het peloton aanfietsen. Daar was de Tour niet van gediend

Als burgemeester Laurent Grandsimon van het Pyreneeëndorpje Luz-Saint-Sauveur, aan de voet van de Tourmalet, de vraag per mail krijgt of de Col du Portet te vergelijken is met de Tourmalet, reageert hij snel. „You can’t be serious?!!” Kom maar langs, schrijft hij, dan zal ik je laten zien waarom.

In een smal straatje in het centrum van het dorp, naast een kruidenierszaakje met produits locaux, een restaurant en een fietswinkel, wijst Grandsimon – gekleed in pak met stropdas en Franse sjerp – naar de grond. De vingers van Bernard Hinault, de handtekening van Miguel Indurain en de naam van Bernard Thevenet zijn hier vereeuwigd in stoeptegels die een walk of fame van wielrenners vormen – naar Hollywoods voorbeeld. Bij een houten plaquette, vervaardigd door een lokale kunstenaar, ligt kilometer nul; hier begint de beklimming van de Tourmalet, 18,6 kilometer waarin 1.405 hoogtemeters bedwongen moeten worden, naar de top op 2.115 meter.

De stoeptegels worden met een bezem en flink wat water en zeep schoon geschrobd. „Hè, hè, eindelijk”, zegt Grandsimon. „Ze moesten het eigenlijk gisteren al doen, heel goed dat het nu gebeurt.” Alles moet brandschoon zijn als donderdag de Tour de France in de achttiende etappe, na de afdaling van de Tourmalet, door zijn dorp komt. Zeker nu president Macron een bezoek komt brengen.

De wielergeschiedenis ligt hier op straat, wil Grandsimon maar zeggen. „We hebben het over meer dan honderd jaar aan legendarische etappes aan beide kanten van de Tourmalet.” En dat niet alleen, zegt Grandsimon. „De klim is een natuurlijke weg die vroeger een vitale verbindingslijn met de rest van de wereld was. Dat maakt de Tourmalet een onderdeel van de identiteit van deze regio.”

Zijn favoriete herinneringen aan de Tourmalet zijn de dagen in zijn jeugd dat de Tour langskwam. „Dan ging ik samen met mijn opa, die schooldirecteur was, op het schoolplein kijken hoe het peloton langs kwam fietsen.”

Wrede klim

Voor de renners is de Col du Portet vooralsnog gewoon een beklimming, zij het een lastige. „Het is een wrede klim”, zegt Chris Froome, viervoudig Tourwinnaar en achtste in de etappe in 2018. „Het is een van de meest uitdagende beklimmingen die we krijgen deze Tour.” Qua lengte lijkt hij wel op de Alpe d’Huez, zegt de Brit, „maar verder kan ik hem niet met andere beklimmingen vergelijken.”

Steven Kruijswijk werd zesde in de etappe in 2018. Hij stapte woensdag ziek af in de Tour, maar blikte eerder deze week vooruit naar de Col du Portet. „Hij is superlastig, vooral het laatste stuk is heel steil en zwaar. Maar uiteindelijk hangt het allemaal af van je vorm. Dan maakt het niet zoveel uit welke berg het is.”

De Col du Portet heeft wel de potentie om uit te groeien tot een mythische klim zoals de Tourmalet, zegt Froome. „Daar heeft de organisatie helemaal gelijk in. Hij heeft zijn eigen karakteristieken.”

Dan moet er wel nog wat gebeuren, zegt Backelandt. De komende decennia een keer of vijfentwintig opgenomen worden in het Tourparcours, dat is een goed begin. „Wat ook kan helpen is als de ASO het opklopt en er een mooi mediasausje overheen giet. Dan is het niet onmogelijk.” Wat in dat opzicht voor de Col du Portet spreekt, zegt Backelandt, is dat het altijd een aankomstplek is – je kunt er niet aan de andere kant afdalen. Ook eindigt de klim 100 meter hoger dan de Tourmalet.

Misschien over een jaar of vijftig, zegt Kruijswijk. „Dan hangt er ook verleden aan deze berg.”

Aan de renners ligt het woensdag niet. Al op 8,5 kilometer van de finish valt geletruidrager Tadej Pogacar aan, met nog ruim twintig minuten klimmen voor de boeg. Hij krijgt Richard Carapaz en Jonas Vingegaard mee, ze tonen zich al de hele Tour de drie sterkste klimmers. Achter hen spat de koers uiteen, op de gehele klim bevinden zich plukjes renners. Overal dreigt minutenverlies.

De drie koplopers rijden weg van de andere klassementsmannen. De achterblijvers, volgmotoren en toeschouwers verdwijnen als schimmen in de wolken. Carapaz probeert het op 1,5 kilometer van de finish nog eens. Pogacar kan mee, Vingegaard eerst niet, maar de Deen van Jumbo-Visma weet terug te komen.

Uiteindelijk sprint Pogacar als eerste over de finish. Na de streep knijpt hij in de remmen, precies op de plek waar het asfalt ophoudt. „Ik wilde vandaag voor de etappezege gaan”, zegt hij. De klim noemt Pogacar een „never ending story”, vanwege de lengte. „Het was heel zwaar”, zegt hij, „maar ik heb ervan genoten”.