Opinie

Soms vraag ik mezelf af of wij de generatie worden die zichzelf voorbijliep

Honderden jongeren, van Groningen tot Maastricht, vonden de weg naar mijn inbox op sociale media na mijn opiniestuk in NRC in februari over de voortdurende coronasluiting van hogescholen en universiteiten. Sommigen kwamen hun bed niet uit, anderen huilden tien dagen op rij, een enkeling vormde een gevaar voor zichzelf. Ik voelde met ze mee, want het veelkoppige monster dat de mentale gezondheid kan teisteren heb ook ik onder ogen moeten komen.

De slachtoffers van dat monster zijn even veelkoppig. Zo werd ik op Utrecht Centraal aangesproken door een donkerblonde jongen die fit leek, maar wiens grijze capuchon over zijn hoofd en lege blik verrieden wat hij me daarna toevertrouwde: door het vele thuiszitten was hij depressief geworden en liep hij bij een psycholoog. Hij deed me denken aan mijn beste vriendin, die tijdens haar afstuderen dusdanig aan de rand van de afgrond van een burn-out bungelde, dat ze maandenlang maar twee tot drie uur per nacht kon slapen.

Ik zie hier een patroon dat al vóór het coronavirus bestond. Onze samenleving is gebouwd op een meritocratisch ideaal: je waarde wordt bepaald door je prestaties. Dat zie je terug in het feit dat sommige opleidingen, zoals geneeskunde, al van 18-jarigen eisen dat ze ‘relevante werkervaring’ hebben. In het feit dat we gefixeerd zijn op het delen van succes op onze Instagrams, Facebooks en LinkedIns. In het feit dat door het leenstelsel nog altijd een prijskaartje zit aan elke minuut die je investeert in de rest van je leven. En in het idee dat alles altijd beter, sneller en mooier moet, met een overdonderende hoeveelheid keuzes – of het nou gaat om studie, werk, of relaties – dat je van gekheid niet weet wat je moet doen en in een permanente staat van twijfel belandt.

De keerzijde van dat meritocratische ideaal is dat jongeren geplet worden door de angst om niet te voldoen en ten gevolge daarvan mentale klachten ontwikkelen. Soms vraag ik mezelf af of wij de generatie worden die zichzelf voorbijliep.

Dat begint al jong. Zo kreeg ik, toen ik op een huiswerkinstituut werkte, de opdracht een 9-jarige jongen taalbijles te geven voor de Entreetoets in groep 7. Vader en moeder wilden dat hij naar het vwo ging. Maar de Entreetoets is dusdanig ontworpen dat je er amper bijles voor kúnt geven. „Het is helemaal goed als je straks havo of vmbo haalt”, zei ik tegen de jongen aan het begin van de bijles.

Maar wat kun je zelf doen, in afwachting van duurzame systeemverandering en gezien de lange ggz-wachtlijsten?

Het essay ‘How to do what you love’ van programmeur en schrijver Paul Graham biedt een aangename relativering: „Als je twijfelt tussen twee baantjes, maar het ene prestigieuzer is, dan moet je waarschijnlijk voor het andere kiezen.”

Prestige leidt er volgens hem immers toe dat mensen zich met allerlei commissies, besturen, baantjes en projecten inlaten waar ze in werkelijkheid geen energie van krijgen en die louter voortkomen uit prestatiedruk. Ik lees daarin geen narcistische of zelfzuchtige vorm van prestige, maar prestige waarmee de maatschappij je beloont wanneer je toegeeft aan haar prestatiedruk. Wie dat niet doet, kan een carrière later wel schudden.

Zo dacht ik ook toen ik in mijn eerste studiejaar vijf baantjes had, een commissie deed, tweemaal per week naar de sportschool ging, naar elke borrel van de studievereniging wilde, en – o ja, bijna vergeten – met een nieuwe studie was begonnen. Gelukkig was daar dan mijn moeder, afkomstig uit medio vorige eeuw, die tegen me zei: „Tahrim, je gedraagt je alsof je niet ouder dan dertig wordt.”

Tahrim Ramdjan is journalist en student staats- en bestuursrecht. Hij vervangt deze week Clarice Gargard.