‘Laf’ is het woord van de angsthaas

‘Laf’ vertelt meer over het slachtoffer dan over de dader, merkt

Bruut, weerzinwekkend, schokkend, ronduit verschrikkelijk – de gezagsdragers waren uit het veld geslagen door de moordaanslag op Peter R. de Vries en gebruikten de woorden die pasten. Op één opmerkelijke kwalificatie na, meende ik, die toch alom gebruikt werd, van politiechef tot zenderdirectie en Kamerleden: dat het neerschieten van de misdaadjournalist een „laffe daad” was.

Laf – daarbij stelde ik me toch iets anders voor. Het is het woord van de angsthaas, de slapjanus, de lafaard. Een woord uit een ridderverhaal, waarin een koene strijder oprukt naar de vijandige linies en de tegenstander zozeer overrompelt dat die bij de aanblik van dat naderende machtsvertoon niet het gevecht aangaat, maar met de staart tussen de benen het hazenpad kiest. Laf!

Ongemakkelijke vaststelling: wie op klaarlichte dag in een druk stadscentrum denkt een Bekende Nederlander te kunnen neerschieten en dan te ontkomen en vrijuit te gaan, opteert eerder voor ‘dapper’ of ‘vermetel’ dan voor ‘laf’. Maar dat is niet de bedoeling! Want wat zou een dappere dader van zijn antagonist Peter R. de Vries maken? De Vries is toch de „nationale held” (dixit Halsema), het sláchtoffer is dapper. Daar gaat het mis met de tegenstelling dapper-laf – tenzij er een nieuwe invulling aan het woord ‘laf’ gegeven wordt.

Nou ja: helemaal niet zo nieuw, al ontbreekt deze betekenisvariant nog in de Van Dale, zoals woordenboekmaker Ton den Boon al eens opschreef in Trouw. In de context van „laffe daad” gebruiken we ‘laf’ om te zeggen dat het slachtoffer sympathiek en weerloos was, dat de overmacht oneerlijk en in feite onridderlijk was. Media – volgens de krantenbank met name het AD en De Gelderlander – gebruiken het grif. Als kwalificatie van (zinloos!) geweld tegen heel jonge of juist heel oude mensen, maar ook afgelopen jaar nog, toen er een coronateststraat in Bovenkarspel met explosieven werd bestookt of toen er een poes in Geldermalsen werd doodgeschoten met een luchtbuks. ‘Laf’ gaat dan niet zozeer over de dader, maar vertelt ons iets over het slachtoffer.