Opinie

Koel het verhitte Europese migratiedebat met cijfers

Luuk van Middelaar

Migratie is meer dan asiel. Vorige week zette het ministerie van Justitie en Veiligheid de cijfers voor Nederland op een rij. Wat blijkt? Van iedere tien migranten die naar ons land komen, vraagt er slechts één asiel aan (herkomst: Syrië blijft koploper). De andere negen melden zich voor werk, studie of gezin. Van die groep komen er ruim vijf uit andere EU-lidstaten (Polen en Duitsland voorop); de rest van buiten de EU (India, China en de VS).

Deze eerste ‘Staat van Migratie’ biedt ook mondiale cijfers en trends. Wereldwijd leven naar schatting 280 miljoen mensen buiten hun eigen land, circa 4 procent van de bevolking. Grote migrantenstromen bewegen binnen hun wijdere regio, zoals zuidelijk Afrika of westelijk Azië. Ook in Europa is het aandeel migranten uit Europa zelf erg hoog (51 procent), dankzij het vrije EU-personenverkeer. In Nederland heeft ruim 6 procent van de inwoners een andere nationaliteit; in België en Duitsland circa 12 procent.

Koele cijfers kunnen emotie temperen, beleidskeuzes verhelderen, spookverhalen en wegwuiffictie hun plek wijzen, kortom: rust brengen in het gekakel. Een wezenlijke functie. Tegelijk weten politici dat één geweldsincident de debattemperatuur weer kan doen stijgen. Tekenend: samen met de ‘Staat van Migratie’ verzond het ministerie een overzicht van politierapporten, dat uiteraard veel meer media-aandacht trok („Aanpak zware asielcriminaliteit faalt”).

Ook in de EU zit het migratie- en asieldebat vol emotie. Het trauma van de grote vluchtelingencrisis van 2015-2016 is niet verwerkt. Een ongekende instroom asielzoekers leidde toen tot felle strijd tussen voorstanders van ‘grenzen open’ en ‘grenzen dicht’, zowel binnen als tussen lidstaten. Nadien zette het nee van oostelijke lidstaten tegen solidaire oplossingen veel kwaad bloed.

Over deze ontwrichtende crisis verscheen recent een scherp essay. Auteur Hugo Brady, destijds adviseur van EU-toppenvoorzitter Donald Tusk, deelt de landen en instellingen in in ‘duiven’ en ‘haviken’. Duiven, prominent in Brussel, Berlijn en Luxemburg, wilden solidariteit met vluchtelingen en hoorden liever niet over mensensmokkelaars of door ngo’s geleverde taxidiensten. Haviken, veelal uit Midden- en Oost-Europa, focusten op territoriale bescherming en ontdekten verbijsterd dat hun land, na Schengentoetreding, de facto geen bewaakte grens met Syrië of Afghanistan had; zuidelijke lidstaten lieten migranten zonder registreren noordwaarts lopen. Angela Merkel, hoewel uitgeroepen tot duif-in-chief, moest tussen beide benaderingen laveren en maakte uiteindelijk Erdogans Turkije tot Europa’s grenswacht.

De Nederlandse regering was volgens Brady een van de zeldzame haviken die meer EU-integratie wilde. In de crisis zette premier Rutte in op een EU-grens- en kustwacht én steun voor asielopvang in Griekenland of Italië. Brady over dat laatste: „De Nederlanders vonden, een beetje naïef misschien, dat de mediterrane landen hun ultra-efficiënte systeem voor asieltoetsing in enkele weken zouden moeten overnemen.”

In dit Hollandse doenersoptimisme proef je ook het veronachtzaamde voorrecht van de geografie. Dankzij Schengen heeft Nederland geen landsbuitengrens meer. Luchthaven Schiphol, plus wat zeehavens, dat zijn de enige toegangspoorten. Dat is easy bewaken en registreren, vergeleken bij de immense kustlijn die Grieken en Italianen in de gaten moeten houden, of de Turkse landsgrens voor Bulgaren en opnieuw Grieken. Dit geografische privilege stelt ons in staat thuis duif te zijn (wij bouwen geen grensmuur, immers) en de havik-taken uit te besteden. Althans tot de bootjes op een kwade dag van over de Noordzee komen, met vluchtelingen uit wie weet een tweede Engelse Burgeroorlog, of de bemande drones uit het Midden-Oosten rechtstreeks op Gronings grasland neerstrijken.

Als de Nederlandse regering in de EU zo zakelijk en cijfermatig naar asiel en migratie zou kijken als ze ons binnenlands met de ‘Staat van Migratie’ aanbeveelt, springt één punt in het oog. In plaats van veel energie te verdoen met chagrijn over asielweigerend Hongarije (de Somali die daar geplaatst wordt, rent toch meteen naar München of Malmö), kan Den Haag beter alles inzetten op vertrouwen en motivatie van Zuid-Europa. Dat vraagt, zo stelde eind 2020 een AIV-advies dat ik mede opstelde, om concrete gebaren, bijvoorbeeld herplaatsing van asielzoekers. Italië en Griekenland bakten er jaren weinig van, maar aan die landen vertellen dat ze „pech hebben dat ze liggen waar ze liggen”, zoals Rutte ooit zei, gaat niet meer.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof, historicus en hoogleraar EU-recht (Leiden).