Scéne met Julia Bullock als de dochter van een als computersimulatie voortlevende vader in de filmopera ‘Upload’ van Michel van der Aa.

Foto Marco Borggreve

Interview

In zijn opera ‘Upload’ zoekt Michel van der Aa de menselijke maat

Interview | Michel van der Aa, componist Zijn nieuwe opera ‘Upload’ had eind maart live in première zullen gaan. Dat ging dus niet door. Van der Aa maakte daarom een filmversie die vanaf 16 juli online te zien is.

Kijk hem toch, zingt dochterlief (sopraan Julia Bullock) terwijl ze haar vader (bariton Roderick Williams) vertederd toelacht. Die sterke handen peuterden ooit een splinter uit haar voet, en hielden haar stevig vast toen ze leerde lopen. Zijn stoppelbaard gaf zijn knuffels de ruwheid van schuurpapier.

Een vader-dochterband geschetst in aanrakingen. Of beter: de herinneringen daaraan. Want juist het gemis aan lichamelijk contact is een belangrijk motief in Upload, de nieuwe ‘filmopera’ van componist Michel van der Aa (1970). Als dochter op vader toeloopt, blijkt waarom. Zonder enige weerstand verdwijnt haar linkerarm in zijn rechterzij. Zijn gele overhemd overlapt haar rode jurk. Hier staat geen man van vlees en bloed, maar een zingend hologram. Haarscherp uitgelicht op een transparant projectiescherm. Ongrijpbaar als de wind.

Eigenlijk had Upload eind maart live in première zullen gaan tijdens het Opera Forward Festival. Het Keulse Ensemble Musikfabrik zou spelen, met dirigent Otto Tausk op de bok. Zou, want op het laatste moment werd wegens corona-restricties besloten om de podiumversie uit te stellen tot oktober. Eind juli zal de opera wel al live te zien zijn tijdens de Bregenzer Festspiele.

Van der Aa heeft de afgelopen maanden koortsachtig gewerkt aan een filmversie die vanaf 16 juli te bekijken is bij De Nationale Opera.

Kun je zonder lichaam mens zijn? Heb je zelfbeschikkingsrecht als digitale kloon?

Geen registratie

Met bühne-projecties en een omvangrijke videocomponent leende Upload zich goed voor een filmische make-over, zegt Van der Aa, kauwend op een broodje. We schrijven eind februari, de refter van de Stopera. De eerste volledige doorloop is net achter de rug, maar in zijn hoofd is hij al bezig met de verfilming. „Het moet geen opera-registratie worden, de film moet echt op zichzelf kunnen staan. Ik wil met meerdere camera’s gaan draaien en gebruikmaken van het feit dat ik heel dicht op de zangers en de musici kan gaan zitten. Sommige scènes werken in hun huidige vorm niet op film, dus die ga ik helemaal opnieuw uitdenken.”

Denken in beelden. Het is typerend voor Van der Aa. Wie een beetje thuis is in zijn oeuvre, weet dat hij componeert met het visuele instinct van een regisseur. Niet voor niets studeerde hij, na zijn jaren aan het conservatorium van Den Haag, aan de filmacademie van New York. Tel daarbij zijn fascinatie voor technologie en nieuwe media, en je krijgt opera’s als Sunken Garden (2013) en Blank Out (2015-16), waarin hij werkte met 3D-film. In de recentere virtualreality-installatie Eight (2019) verkende hij het snijvlak van muziektheater en video game.

Motion capture

Voor Upload verdiepte Van der Aa zich in de wondere wereld van motion capture, een technologie die het mogelijk maakt om menselijke bewegingen realistisch over te hevelen naar digitale animaties. En dus zien we de vaderfiguur in Upload dubbel in beeld: als fysieke Roderick Williams, zingend en gesticulerend voor een peperdure camera, en als subtiel gepixelde avatar.

Organisch origineel versus digitale replica. Het is een rake beeldspraak voor het centrale thema van de opera: mind uploading, ofwel het kopiëren van het menselijk bewustzijn naar een computersimulatie. In series als Black Mirror is het al jaren de normaalste zaak van de wereld. In het echte leven blijft het bij een fascinerende hypothese. Voorlopig dan. Volgens natuurkundige Max Tegmark is het slechts een kwestie van tijd voordat het mogelijk is om de honderden triljoenen neuronen en synapsen in ons hoofd te kopiëren. De excentrieke computerpionier Ray Kurzweil mikt op 2045. Techniekfilosoof Nick Bostrom op uiterlijk 2100.

Van der Aa volgde het discours over kunstmatige intelligentie, neuro mapping en Whole Brain Emulations de afgelopen jaren op de voet. „Ik ben een behoorlijke geek”, grinnikt hij. „Ik houd met veel belangstelling de wetenschapskaternen bij. Zodoende kwamen er steeds meer boeken over mind uploading op mijn pad.”

Klinkende verbijstering

In nauwe samenwerking met zijn dramaturgen Madelon Kooijman en Niels Nuijten bracht hij de groeiende stapel literatuur terug tot een libretto. Daarin zoekt Van der Aa voor alles de menselijke maat. „Het gevaar van dit onderwerp is dat je eindigt met een scifi-opera, waarin de fantastische technologie verhindert dat je met je personages de diepte in gaat. Ik heb een breder menselijk-filosofisch perspectief willen kiezen. Wat betekent het om onsterfelijk te zijn? Kun je mens zijn zonder lichaam? Heb je zelfbeschikkingsrecht als digitale kloon? Dat soort vragen.”

Lees ook dit interview: Michel van der Aa over ‘oneindigheid’

Tekenend voor Van der Aas theatrale vernuft is hoe hij die abstracte kwesties invoelbaar maakt aan de hand van één concrete relatie: de verwikkelingen tussen vader en dochter. In een notendop: vader heeft zich laten uploaden, in de hoop in cyberspace verlost te zijn van een ingrijpend trauma. Dochter zit met het voldongen feit dat vader voortaan enkel uit louter nullen en enen bestaat.

Op de achtergrond speelt de aloude tegenstelling tussen lichaam en geest. De vader is opgetogen om voort te bestaan als louter psyche, ontdaan van fysieke ballast. Tikje naïef, zo blijkt. Voor zijn dochter is juist dat lijf van wezensbelang. „Een brein scannen om zijn persoonlijkheid te kopiëren”, werpt ze haar vader voor de voeten in een muzikale vergelijking, „is als een Stradivarius digitaliseren om Bach te luisteren.”

Het drama verdicht zich als blijkt dat vaders trauma per ongeluk is mee gekopieerd. Geconfronteerd met de marteling zijn angsten tot in de eeuwigheid te moeten herleven, smeekt hij haar de stekker uit zijn virtuele brein te trekken. We horen haar wanhoop gisten in het hybride muzikale idioom waar Van der Aa patent op heeft: een scherp gemonteerd elektroakoestisch amalgaam van glitches, nerveus tremolerende strijkers en stuwende percussie. Soundtrack bij een duivels dilemma.

Wedergeboorte

Harde cut. Verdeeld over vier projectieschermen ontvouwt zich boven de bühne een panoramisch heidelandschap onder een felle nazomerzon. Tussen naaldbomen en struikgewas doemen hagelwitte muren en grote vensters op. Welkom in de upload-kliniek.

Wie wel eens een wandeling maakte in Het Gooi, herkent in het gebouw De Zonnestraal, het modernistische voormalige tuberculose-sanatorium nabij Hilversum. „Oorspronkelijk was het plan om de film in Zwitserland op te nemen”, aldus Van der Aa. „Maar wegens corona hebben we een locatie dichter bij huis moeten zoeken.”

Geen ramp. Sterker: de pandemie had ook voordelen. „Opeens kon ik over mensen beschikken die anders over de hele wereld aan het werk zouden zijn geweest.” Zo is het de Australisch-Amerikaanse acteur Ashley Zukerman (bekend van series als Manhattan en Designated Survivor) die als CEO van de kliniek zijn cliënten welkom heet. Katja Herbers kroop in de rol van psychiater en belicht de revolutionaire potentie van de upload-technologie: „Wat we hier aanbieden is niets minder dan een wedergeboorte, vergelijkbaar met het hiernamaals.”

Ondertussen schetsen de filmbeelden de voorgeschiedenis van de vader-dochterconfrontatie op het podium. We zien hoe vader zijn uploadproces doorloopt. Iets met high-tech body scans, speech mapping en de creatie van een brain anchor. Als klap op de vuurpijl het upload-apparaat zelf. Denk aan een kruising tussen deeltjesversneller en een MRI-scan, voorzien van een vintage model tandartsstoel.

Uit de opera ‘Upload’ van Michel van der Aa, met Julia Bullock.

Foto Marco Borggreve

Multimediaal recitatief

Ja, beaamt Van der Aa, je zou het filmmateriaal in Upload kunnen zien als een multimediale variant op het barokke recitatief. Net zoals Bach in zijn passies het recitatief, het eenstemmig zing-spreken, gebruikt om het bijbelverhaal te vertellen, zo ontvouwt zich in de filmbeelden het narratief van de opera. Via flashbacks en sprekende hoofden ontwikkelt Van der Aa zijn plot, biedt hij context en bouwt hij het filosofische raamwerk van de opera.

„Het is een werk met een hoge informatie-dichtheid”, licht hij toe. „Ik vind het fijn om die info in beeld en gesproken woord over te brengen, dat houdt de vaart erin. Bovendien vind ik het lastig om heel alledaagse teksten te laten zingen. Voor mij is dat niet waar opera over zou moeten gaan. De ‘heightened reality’ van muziek en zang zie ik in de eerste plaats als een middel om de emoties van mijn personages invoelbaar te maken voor het publiek.”

Illustratief is het moment waarop de vader ontdekt dat zijn trauma hem ook in zijn digitale bewustzijn achtervolgt. Vanuit een verstild klankbeeld (een kalm puffende fluit en klarinet, elektronische echo’s) klimt Roderick Williams’ stem van laag naar hoog. Langzaam vult gruizige noise de ruimte tussen zijn frases op, totdat het geheel ontploft in een akoestische paniekaanval van beukende trommels en snerpende blazers en strijkers.

Krassen op de ziel

Trouwens, wat is dat toch met Van der Aa en trauma’s? In Sunken Garden was het de mysterieuze software-ontwikkelaar Simon Vines die worstelde met een pijnlijk verleden. In Blank Out bleek een zoon getuige te zijn geweest van zijn moeders verdrinkingsdood (weer die ouder-kindrelatie). In het geënsceneerde celloconcert Up-close werkte de geestelijke nood onderhuidser, maar ook daar werd de toeschouwer ondergedompeld in een wereld van angsten, neuroses en complexen.

Zelf spreekt Van der Aa liever over „momenten van verhevigde emotionele disbalans”. Een stevige crisis werkt volgens hem als een dramatische katalysator. „Het is een manier om mijn personages diepte te geven. Bovendien denk ik dat veel mensen zich goed kunnen identificeren met een trauma. Het is een uitvergroting van de krassen die we allemaal meedragen op onze ziel. Dat maakt het een ideaal uitgangspunt voor opera. Uiteindelijk draait het daarin allemaal om een theatrale verkenning van de menselijke psyche.”

Sinds hij in 2002 doorbrak met het monodrama One, manifesteert die menselijke binnenwereld zich bij Van der Aa steevast als een ondoorgrondelijk labyrint, waarin het ik zich afsplitst in alter ego’s en verdubbelingen. Zie ook de opera The Book of Disquiet (2008), gebaseerd op het gelijknamige boek van de Portugese schrijver Fernando Pessoa. In krap anderhalf uur zien we hoe de kantoorklerk Bernardo Soares steeds verder verstrikt raakt in een web van fictieve personages.

Zo bezien kon je erop wachten dat Van der Aa een keer zou uitkomen bij het concept van de mind upload, met zijn verwante thematiek van origineel en kopie. „Ik gebruik die vermenigvuldiging als een dramaturgische tool om de interne dialoog van mijn personages zichtbaar te maken”, aldus Van der Aa. „Noem het een chirurgische ingreep om te laten zien wat er in het hoofd van een personage omgaat.”

In Upload nam Van der Aa die chirurgische metafoor letterlijk, zo leert een verbluffende scène. In een knap staaltje multimediaal illusionisme verdwijnen we in het hoofd van vaders avatar. Omringd door een fractal-doolhof van virtuele neuronen en synapsen beseft de dochter dat ze haar vader niet dichter meer zal naderen. De tekst van haar breekbare aria: „This is where you are now.”