Hoe gaat het met mijn lieve meisje?

Feuilleton ‘Ik leek ineens het bezoek dat de baby even vasthield’.

Deel 2: Verborgen moeder.

Illustratie Sharon Coone

Ze stond voor mijn deur met een papieren tas eten. Melanzane alla parmiggiana, ravioli met artisjokken en bietjes, tiramisu, kaas; afgehaald bij de chique Italiaan niet ver van mijn huis. Jonge moeders moeten veel en warm eten, had ze gezegd. Toen stapte ze de drempel over, mijn huis in, met meer vanzelfsprekendheid dan hoe ik, de bewoner ervan, dat deed. Het volgende moment stond ze op blote voeten in de keuken, ze had al een ovenschaal gevonden en draaide aan de knoppen van het gasfornuis.

Wie was deze vrouw, die uit het niets mijn leven kwam binnenstampen? Gek genoeg vroeg ik me dat toen helemaal niet af, al was dat misschien juist het effect van de manier waarop ze zich aandiende: alsof ze er altijd al was geweest. En ik? Ik stond ernaar te kijken met mijn dochter op mijn arm, of beter gezegd: ik zag mezelf daar staan alsof ík de vreemde was, een bezoeker die de baby even vasthield terwijl de gastvrouw stond te koken.

De vader van het kind was op een driedaagse expert meeting voor restauratoren moderne en hedendaagse kunst in Leipzig. Het was zijn werk om onaanzienlijke maar conceptueel diepzinnige kunstwerken van schuimrubber, plastic, TL-buizen en chocolade te redden van de ondergang. Die kunstenaars lachen je vierkant uit, zei ik tegen hem wanneer hij wekenlang als een monnik gebogen stond over een allegaartje van snoeppapiertjes, flessendoppen, elektriciteitsdraden en televisietoestellen uit de jaren zeventig. Die kunstenaars, zei hij, zijn allang dood.

Sinds de komst van onze dochter informeerde hij uitsluitend nog naar háár welzijn. Hoe gaat het met mijn lieve meisje, vroeg hij, min of meer aan de baby zelf. Het was niet zijn bedoeling mij te negeren, maar het gebeurde; ik werd zo’n verborgen moeder die je ziet, niet ziet, op Victoriaanse babyportretten, weggemoffeld achter een gordijn of een cape, vermomd als stoel. Het was niet onaangenaam, daar achter mijn gordijn. Het voordeel van onzichtbaarheid is dat je in onzichtbaarheid kunt opereren. Ik zette mijn dochter in het autostoeltje en reed met haar het land door. De Flevopolder, de Afsluitdijk, de A7 door Noordoost-Groningen; lange, vlakke stukken land die ons met rust lieten zoals discrete obers je met rust kunnen laten. Wanneer ze begon te huilen stopte ik bij een tankstation om haar te voeden. Voor mezelf kocht ik een vettig saucijzenbroodje of een gesuikerd pak drinkyoghurt.

Ik had niets te verbergen, maar omdat hij ervan uitging dat ik hele dagen thuis was en in de veronderstelling verkeerde dat mijn dagen volledig werden gedomineerd door de eerste en enige levensbehoeften van onze dochter, werd het toch een geheim.

Op diezelfde manier hield ik haar voor hem verborgen. Ik vertelde niets over die ontmoeting in het park, niets over de melanzane en de tiramisu. En toen ik daar eenmaal niets over had verteld, ging ik door met niets vertellen. Ze was van mij. Totdat ik van haar was, totdat alles van mij van haar was en ik begreep dat er nog een heel ander niveau van onzichtbaarheid bestond.

Volgende week: het geheim van een succesvolle au pair