Twee verdachten van de moord op president Moïse werden op 8 juli aan de pers getoond.

Foto Joseph Odelyn/AP

Interview

‘Buitenlandse ingreep is onvermijdelijk in Haïti’

Georges Michel | Schrijver-historicus Nu Haïti na de moord op president Moïse verder afglijdt in anarchie, is een buitenlandse interventie onvermijdelijk, zegt historicus Georges Michel. Al is zijn land er mede zo slecht aan toe door eeuwen westerse bemoeienis.

Na de moord op president Jovenel Moïse, een week geleden, is een buitenlandse ingreep in Haïti volgens historicus en schrijver Georges Michel onvermijdelijk om volledige chaos en verdere escalatie van geweld te voorkomen. Daarbij is het land, dat sinds de onafhankelijkheid in 1804 al werd geteisterd door buitenlandse invasies, staatsgrepen en geweld, niet gebaat bij snelle verkiezingen – dat zou volgens hem overhaast zijn.

„Ik ben tegen onderdrukking en ik geloof dat de oplossing voor onze problemen uiteindelijk uit Haïti zelf moet komen, vanuit de Haïtiaanse bevolking”, zegt hij. „Alleen ben ik bang dat we in zo’n uitzichtloze, levensgevaarlijke situatie zijn beland dat we geen keuze hebben. Zonder hulp komen we hier niet uit.” Mocht het zover komen, dan zou het de vierde (Amerikaanse) interventie zijn in het Caribische land, dat zich in de negentiende eeuw als eerste zwarte natie op het Amerikaanse continent juist vrijvocht van de toenmalige buitenlandse kolonisator Frankrijk. De prijs voor die vrijheid was letterlijk extreem hoog, en is tot op de dag van vandaag voelbaar.

Stilte voor de storm

Michel klinkt bezorgd, sprekend via Skype vanuit zijn woonplaats Port-au-Prince. „We dreigen het Somalië van de Cariben te worden. Wetteloosheid is de regel, gewapende bendes hebben de uiteindelijke macht. Ze zijn al heel erg machtig geworden het afgelopen jaar. Het politie-apparaat is verzwakt en de bendes lijken onaantastbaar. Ik ben bang dat dit erger wordt als er niet snel wordt ingegrepen van buitenaf.”

Hij spreekt zijn angst in het gesprek een aantal keren uit. Net als veel van zijn landgenoten verkeert hij sinds de moord op de president in shock. „Dit had niemand aan zien komen. Moïse had veel vijanden en werd door zijn tegenstanders, die zowel in de politiek als het bedrijfsleven zaten, diep gehaat. Heel veel Haïtianen hoopten dat hij zou aftreden, want hij ontpopte zich steeds meer tot een dictator. We wilden echt graag van Moïse af, maar we wilden hem niet dood!”, schreeuwt hij uit via de krakerige verbinding.

Gedode president van Haïti had vijanden in elke hoek

Het is nu rustig op straat als hij uit het raam kijkt, vertelt Michel. Doodstil zelfs. Maar het voelt als stilte voor de storm. „Alles kan in een minuut weer compleet anders zijn. Als wij straks klaar zijn met ons gesprek en ik loop naar buiten, kan er plotseling complete chaos uitbreken, waarbij bendes met getrokken geweren door de straten rijden. Dat is de realiteit vandaag de dag.”

Michels specialisme is de politieke geschiedenis van Haïti en in 1987 schreef hij mee aan de nieuwe grondwet. Moïse was van plan die constitutie zo te veranderen dat de president meer macht zou krijgen. De premier daarentegen, een niet-gekozen functie, zou minder macht krijgen. Moïse had een referendum over de grondwetswijziging beloofd, maar bij de bevolking stuitte het plan op groot verzet. „Moïse was bezig een dictator te worden. Wat dat inhoudt weten we maar al te goed in Haïti”, zegt Michel, verwijzend naar de bloedige dictatuur van de familie Duvalier (Papa Doc en later zijn zoon Baby Doc), die tussen 1957 en 1986 met harde hand Haïti regeerde.

Na de dood van Moïse werd op straat in Port-au-Prince gedemonstreerd. Foto Joseph Odelyn/AP

Derde vermoorde president

Het is de derde keer dat een president wordt vermoord in Haïti. De eerste was de zwarte leider Jean Jacques Dessalines, onder wiens leiding het land in 1804 met een leger van ex-slaven het destijds machtigste leger ter wereld wist te verslaan, dat van Napoleon. Het onafhankelijke Haïti kwam tot stand na de Haïtiaanse revolutie (1791-1804) waarbij een grote en succesvolle slavenopstand de start markeerde van een lange vrijheidsstrijd.

Maar toen Dessalines eenmaal aan de macht was gekomen brak er een interne machtsstrijd uit. „Dessalines wilde grote sociale vernieuwingen, maar zijn tegenstanders niet”, zegt Michel. „Wij Haïtianen houden in de kern niet van veranderingen. We zijn enorm conservatief. Maar Dessalines werd er na de succesvolle strijd tegen de Fransen ook van beschuldigd te veel macht naar zich toe te trekken.”

De belangrijkste reden dat de Haïtiaanse revolutie een succes werd, is volgens Michel dat Napoleon dreigde de slavernij opnieuw in te voeren die ten tijde van de Franse Revolutie juist was afgeschaft in de kolonies. Haïti had zichzelf al vrijgevochten na de grote opstand. „Een bevolking van ex-slaven die hun eigen vrijheid hadden bevochten opnieuw in slavernij brengen, was onacceptabel.”

Lees ook deze reportage uit 2018: Haïtianen die al weken tegen corruptie demonstreren, krijgen morele steun van historische revolutionairen te paard

Haïti geldt al decennialang als het armste land van de regio. Ruim 60 procent van de bevolking leeft van nog geen twee euro per dag, terwijl een kleine politieke en zakenelite haar zakken vult. Corruptie is een hardnekkig probleem. „Onze start was al oneerlijk. Frankrijk bleef dreigen het onafhankelijke Haïti binnen te vallen. En voor landen in de regio waar in de negentiende eeuw nog volop slavernij en kolonialisme was, zoals de VS, Cuba, Jamaica en Brazilië, vormde Haïti als eerste vrije zwarte natie in Latijns-Amerika een gevaar en bedreiging voor de status quo. Vanaf de eerste dag is ons bestaan ons moeilijk gemaakt.”

In 1825 heeft Haïti een voor hen volgens Michel uiterst onvoordelige maar onvermijdelijke deal met Frankrijk gesloten. Parijs bleef Haïti dreigen met invallen, maar beloofde het land met rust te laten als het 150 miljoen francs ‘schadevergoeding’ zou betalen voor het verloren ‘bezit’. In ruil daarvoor kreeg het wel erkenning van Frankrijk als zelfstandig land. „Absurd natuurlijk, maar voor Haïti was het de enige manier om uit een isolement te komen en erkenning te krijgen van Frankrijk. Hierdoor werd het voor andere landen ook acceptabel om zaken te doen met Haïti. We hadden geen keuze dan dat geld te betalen.”

Ruim 120 jaar lang, tot in de jaren veertig, betaalde Haïti een bedrag van omgerekend nu zo’n 17 miljard euro aan ‘omgekeerde herstelbetalingen’ aan Frankrijk. Geld dat werd onttrokken aan de eigen economie en hard nodig was om het jonge land mee op te bouwen. Al jaren dringt een groep internationale intellectuelen, onder wie Noam Chomsky, Oprah Winfrey en schrijfster en feministe Bayyinah Bello, erop aan dat Frankrijk dit terugstort.

„Haïti heeft recht op dat geld. Alleen: als het nu ineens vrij zou komen, valt het in verkeerde handen. Corruptie viert hoogtij in ons land.” President Moïse raakte onder meer verwikkeld in de zeer omstreden Petrocaribe-deal, waaronder het land goedkope olie kreeg uit Venezuela. „Een paar miljard dollar, bestemd voor sociale projecten in Haïti, verdween in de zakken van de elite. Als het ooit zover komt en Frankrijk ons het geld teruggeeft, is het beter dat we het niet in geld krijgen, maar dat er steun komt bijvoorbeeld voor sociale projecten of educatieve projecten. Geld zal anders verdwijnen in de zakken van een groepje machthebbers en komt niet bij de bevolking terecht, helaas.”

Een week na de moord staan er lange rijen bij de benzinepompen. Foto Ricardo Arduengo/ Reuters

Geen overhaaste verkiezingen

Het is een terugkerend thema in de Haïtiaanse geschiedenis dat zwakke regeringen en instituties gewapende en machtige bendes in de hand werken. Het leger en politie zijn niet opgewassen tegen deze bendes, wier macht tot diep in de politiek reikt. „Haïti heeft al tientallen machtswisselingen gehad waarbij de gangs een grote rol speelden. Ze zijn er altijd geweest. Na eeuwen van Franse koloniale macht waren er altijd subgroepen met eigen milities, die veel macht hadden.”

Het is Haïti nooit gelukt om een sterk centraal bestuur te krijgen. „Mijn overgrootmoeder vertelde me hoe ze zich als jonge vrouw toen ze hoogzwanger was, moest beschermen tegen gangs uit angst om ontvoerd te worden. Als zwangere was ze meer waard en konden de bendes meer losgeld vragen. Toen al hadden ze veel macht.”

Volgens de historicus was het geen geheim dat president Moïse de bendes steeds vaker inzette voor zijn eigen doeleinden. Om critici binnen de bevolking te intimideren of om in wijken waar de gangs actief zijn, steun van de inwoners achter zich te krijgen. „Moïse legde ze in ruil daarvoor in de watten, ze hadden vrij spel in hun criminele zaken en hij beschermde ze.” De politie wilde de machtige gangleider Jimmy Cherizier bijvoorbeeld arresteren. Hij geeft leiding aan negen gangs en heeft de bijnaam ‘barbecue’, omdat hij zijn slachtoffers eerst op een laag vuurtje zou roosteren voordat hij ze vermoordt. „Maar Moïse heeft er toen voor gezorgd dat dit is voorkomen.”

Hoewel Michel een buitenlandse invasie nu (de eerste Amerikaanse inval was in 1915) niet uitsluit en onvermijdelijk acht, kan aandringen vanuit het buitenland op snelle verkiezingen ook averechts werken denkt hij. „Er wordt een enorme druk uitgeoefend door zowel Europa als de Verenigde Staten en de Verenigde Naties om zo snel mogelijk verkiezingen te houden. Er is nu een planning voor dit najaar. Maar met snelle verkiezingen komen we niet uit de impasse. Nu al dreigt er een machtsvacuüm waarbij drie verschillende leiders de macht opeisen. En daarbij weten we nog helemaal niet wie er achter de moord op Moïse zit. Het is belangrijker om de stembusgang zorgvuldig voor te bereiden. Niemand wil nu nepverkiezingen. Door het snel te doen dreigt dat risico.”