Europees Hof: Brussel mag Nederlandse belastingvoordelen Nike en Converse blijven onderzoeken

Staatssteun De Europese Commissie startte in 2019 een onderzoek naar de twee bedrijven, omdat ze in Nederland onterecht belastingvoordeel zouden krijgen. Nike had daar bezwaar tegen gemaakt.
Het Europese hoofdkantoor van Nike in Hilversum.
Het Europese hoofdkantoor van Nike in Hilversum. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

De Europese Commissie mag doorgaan met het onderzoek naar mogelijk door Nederland onterecht verleende belastingvoordelen aan sportkleding- en schoenenfabrikant Nike en dochteronderneming Converse. Dat heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie woensdag besloten (pdf).

In 2019 startte de Europese Commissie een onderzoek naar afspraken die de Belastingdienst tussen 2006 en 2015 met Nike en Converse gemaakt zou hebben. Als gevolg van deze afspraken konden de twee bedrijven volgens de Commissie gemaakte winsten grotendeels onbelast doorsluizen naar ondernemingen waar deze bedrijven mee samenwerken. Volgens de Commissie kan dit worden gezien als staatssteun en dat is verboden. Het onderzoek moet uitwijzen of er ook daadwerkelijk sprake is van staatssteun.

Het sportmerk tekende bezwaar aan tegen het onderzoek, omdat er onvoldoende bewijs zou zijn dat het bedrijf in Nederland een voorkeursbehandeling kreeg. Het Hof vindt dat de Commissie met het onderzoek door kan gaan, onder meer omdat het onderzoek nog in de beginfase is en het daarom te vroeg zou zijn om nu al bezwaar te maken. Wanneer het onderzoek van de Commissie is afgerond is niet duidelijk. Nike heeft twee maanden de tijd om tegen het besluit van het Hof in beroep te gaan.

De belastingafspraken die door de Commissie worden onderzocht hebben te maken met activiteiten die Nike vanuit Nederland onderneemt. Het Amerikaanse bedrijf heeft een eigen campus in Hilversum waarop het Europese hoofdkantoor is gevestigd. Op die campus staan ook twee bv’s geregistreerd die volgens de afspraken met de Belastingdienst de merkrechten voor de markten in Europa, Azië en het Midden-Oosten regelen. Op basis hiervan krijgen de twee bv’s royalties van Nike. De Commissie denkt dat deze twee bv’s eigenlijk veel meer doen dan alleen merkrechten beheren en daarom zouden ze ook anders belast moeten worden dan onder de gemaakte afspraken het geval was.

Lees ook deze analyse: Europese Commissie: Nederland gaf Nike onterecht belastingvoordelen