Met zijn zessen vormen ze vier liefdekoppels

Liefde van de toekomst Antropoloog schrijft deze zomer over liefde en seks in de toekomst. In deze aflevering bezoekt ze een polyamoreus huishouden. „Ze spreken een eigen taal, met woorden als ‘jalief-zijn’ – het tegenovergestelde van jaloers-zijn.”

Illustratie Jasmijn van der Weide

Er moest nodig worden verbouwd, vonden de bewoners van het huis. Drie slaapkamers was te krap, vooral vanwege het feit dat ze met zijn zessen minstens vier liefdeskoppels vormen, en het regelmatig voorkomt dat sommigen zin hebben in een rustige nacht, anderen in bedvertier, en nog weer iemand in een pyjama-zoomgesprek met een geliefde die niet in het huis woont.

Nu zijn er vier slaapkamers en één extra, voor de kleuter des huizes. „Het is hier gezelliger dan in andere huizen, maar je moet wel een beetje tegen rommeligheid kunnen”, eigenwijst die laatste vanonder de keukentafel. Ze is vier jaar oud, gekleed in een prinsessenjurk en schuift tussen onze benen verzameld gereedschap heen en weer. Haar moeder schiet in de lach: „Gezelliger, maar rommeliger dan elders. Nou, dat vat polyamorie voor mij perfect samen.”

Boven het hoofd van de prinses verdelen wij noodles: ik ben de enige van het gezelschap die geen liefdesrelatie onderhoudt met iemand aan deze tafel. Suze, naast mij, is getrouwd met Hans en heeft ook relaties met huisgenoten Thijmen, Gerd en Anke. Hans heeft een relatie met Gerd. Thijmen en Anke hebben ook een relatie en Anke slaapt daarnaast twee nachten per week bij een vrouw, met wie ze sinds twee jaar een relatie onderhoudt. Dan is er nog Sietske, Suzes vriendin en moeder van de kleuter, een ‘vriendschapsbaby’ die ze kreeg met Thijmen, en die buiten de deur datet met verschillende mannen en vrouwen.

Welkom in de wereld der polyamorie, de relatievorm waarbij tegelijkertijd, openlijk, meerdere liefdesrelaties worden onderhouden. Ook wel genoemd, door steeds meer deskundigen: de liefdesvorm van de toekomst. Over die toekomst straks meer, voor nu zijn de woorden ‘openlijk’ en ‘liefde’ uit de definitie hierboven met name belangrijk. Het eerste benadrukt dat vreemdgaan niet polyamoreus is, het tweede dat het polyamoristen niet zozeer te doen is om kortstondige seksavontuurtjes met vreemden (hoewel dat ook voorkomt), maar om het onderhouden van duurzame, romantische liefdesrelaties met meerdere mensen.

Het is daarmee, zoals de gereedschapsprinses en haar moeder al benoemden, soms ‘een beetje rommelig’ in een polyamoreus liefdesleven, al was het maar omdat de liefde dat nou eenmaal ook is. Die ontstaat soms zomaar ineens, of zo lijkt het tenminste bij een verse verliefdheid, die groeit en bloeit, raast stormachtig door je hoofd en hart en leven, om vervolgens soms weer af te zwakken – soms zonder dat je zelf snapt waarom, of er grip op kunt krijgen. Blijf hier, hoop je nog, maar nee: de liefde blijkt vervlogen.

Lees ook: Bij polyamorie hoef je niet in hokjes te denken

Dat leidt in een monogame relatie met één persoon al regelmatig tot moeilijke situaties, weet iedereen die ooit exclusieve verkering had. Ik herinner me uit mijn monogamerelatieverleden tientallen momenten doorspekt met gevoelens van vervreemding, verwijdering en afwijzing; etentjes vol zwijgende spanning en een handjevol schreeuwerige ruzies; ik herinner me zeker één pijnlijk gesprek over ongegronde jaloezie en twee situaties waarin het gevoelde wantrouwen wel degelijk terecht bleek; ik herinner me meerdere conversaties met relatiepsychologen en hartverscheurende afscheidssessies met partners in kwestie, intens teleurgesteld in onszelf en elkaar, omdat we het allebei zo hadden geprobeerd en het toch niet was gelukt: samen gelukkig oud worden.

Voor wie dit herkent, biedt het hoge aantal relaties dat te maken krijgt met ontrouw en scheidingen in onze samenleving op een vreemde manier troost. Wij zijn de enigen niet die het hebben van een langdurige, monogame liefdesrelatie ingewikkeld vonden.

Bij polyamorie is er enerzijds méér van die ingewikkeldheid, stelt Jochem, een van de polyamoristen met wie ik tijd doorbracht om deze liefdesvorm beter te leren kennen. We maken een strandwandeling bij Scheveningen: mijn idee, omdat ik hem eindelijk eens apart wilde spreken van zijn drie metamours – het woord dat polyamoristen gebruiken voor hun vaste partners. „Als je met meerdere mensen intieme banden onderhoudt”, roept Jochem tegen de wind in, „heb je nou eenmaal te maken met een meervoud aan emoties, behoeften én agenda’s. Voor polyamoristen zijn efficiënt tijdmanagement en een gedeelde digitale agenda een must.”

Dat doet me denken aan wat een Indonesische man me eens vertelde over zijn huwelijken met drie vrouwen. „Hiervoor moet je veel geld en tijd hebben, en een beetje doof zijn.” Dat laatste was geen grap: de ruzies én lachbuien van zijn eerste en tweede vrouw waren soms in mijn huis, twee straten verderop, te horen.

Ik huiver in mijn dikke winterjas, maar Jochem geniet van de strandwandeling. „Ik vergeet tijd voor mezelf vaak in onze agenda in te passen. Later vandaag kijk ik een Netflixserie met mijn ene lief, vannacht slaap ik bij mijn andere partner, en morgenvroeg brunch ik met de derde.”

Polyamorie maakt naast het onderling afstemmen van alledaagse praktijken, het gevoelsleven ook complexer. „Als een geliefde net ruzie heeft gehad met zijn andere partner, merk ik dat natuurlijk aan zijn humeur.” Anderzijds is het polyamoreuze leven makkelijker, vindt Jochem. „Als jij je seksueel of romantisch aangetrokken voelt tot anderen, zoals dat nou eenmaal vaak gebeurt in langere relaties, hoeft dat geen probleem te zijn. Je hoeft je er niet schuldig over te voelen, je hoeft niks stiekem te doen, je mag er gewoon van genieten.”

Illustratie Jasmijn van der Weide

Dat zien steeds meer mensen wel zitten, en verschillende wetenschappers weten het dan ook zeker: polyamorie zal in de toekomst in het Westen een geaccepteerd en bekend alternatief gaan vormen voor ons huidige, dominante liefdesmodel: monogamie. Die voorspelling is niet gebaseerd op harde groeicijfers, want er werd tot kort geleden weinig goed onderzoek naar alternatieve liefdesvormen gedaan. Recent onderzoek suggereert dat het aantal mensen dat zich identificeert als polyamoreus langzaam stijgt in Nederland en andere westerse landen: in 2017 was dat 0,7 procent van de bevolking, oftewel zo’n 75.000 Nederlanders, drie jaar later was dat 0,8 procent.

De interesse in polyamorie stijgt sneller. Seksonderzoeker Amy Moors, verbonden aan het Amerikaanse Kinsey Institute, dat seks en relaties onderzoekt, ontdekte dat er van 2009 tot 2016 een enorme toename was op de online zoekterm ‘polyamorie’. Ook wordt er actiegevoerd voor polyamoureuze huwelijksvormen en groeit het aantal meeroudergezinnen. Er bestaan polyamorie-datingapps, er worden polyborrels en polywandelingen georganiseerd, en online lezen 2.500 mensen mee met een polyamorie-Facebookgroep, waarin vragen worden gesteld en tips worden gedeeld („Welk hotel heeft bedden voor drie?” „Mijn man is een jaar samen met zijn andere geliefde, iemand een cadeau-idee?”)

Alle polyamoristen die ik ontmoet, richten hun liefdes- en woonleven verschillend in. Ze leven samen of apart, delen elke avond de maaltijd of alleen in de weekenden. Ze hebben eigen slaapkamers, of verdelen de bedden, al naar gelang van wie met wie wil slapen. „Willen jullie samen in ons bed slapen? Prima, dan kruip ik in het bed van mijn geliefde!”

Maar zo gevarieerd als hun woongedrag is, zoveel dingen hebben ze ook gemeen, alsof ze een kleine subcultuur vormen. Ze zijn meestal hoogopgeleid, benadrukken dat polyamorie hun leerde eerlijker te communiceren over hun gevoelens (meerderen volgden cursussen in geweldloze communicatie) en maken vrijwel allemaal de grap dat er in polyamoreuze relaties meer gepraat, dan gevreeën wordt. Ze spreken een eigen taal, met woorden als ‘jalief-zijn’ – het tegenovergestelde van jaloers-zijn, bijvoorbeeld als je blij bent voor je partner omdat die verliefd is op een ander. Ze delen dezelfde overtuigingen: dat liefde niet op kan raken, maar juist groeit als je het deelt met meer mensen; dat gevoelens van jaloezie – die zij ook weleens ervaren – niks zeggen over het gedrag van je partner, maar alles over je eigen onzekerheden, en dat het ‘erdoorheen werken’ helpt jezelf te ontwikkelen.

Pas die avond, aan tafel bij de gereedschapsprinses, begrijp ik waarom polyamorie niet míjn toekomst lijkt te worden

In ons land worden polyamoristen gezien als voorlopers, maar historisch en wereldwijd bezien, klopt dat niet. In de menselijke geschiedenis waren we meestentijds niet-monogaam. Tot zo’n tienduizend jaar geleden – de periode dat de mens zich ging vestigen in agrarische samenlevingen – leefden koppels over het algemeen alleen samen zolang dat nodig was om hun kinderen een betere overlevingskans te bieden, zoals nog steeds het geval is in veel huidige jager-verzamelaar-gemeenschappen. In maar liefst 83 procent van de culturen die nu leven, is een vorm van polyamorie toegestaan – meestal mogen alleen mannen met meerdere vrouwen trouwen. In de jaren zestig van de vorige eeuw kwam non-monogamie ook in Nederland in zwang, maar dat was ánders, vindt de huidige generatie polyamoristen. Eerder ging het vooral om het vieren van vrije seks, polyamorie is veelomvattender, draait om vrije liefde als levensfilosofie en een nieuwe gezinsvorm.

Hoe langer mijn veldwerk in de moderne polyamore subcultuur duurt, hoe vaker ik mijn hoofd een beetje verontschuldigend schud als me wordt gevraagd of ik zelf ook…? Haperend probeer ik uit te leggen waaróm niet – ook aan mezelf. Als antropoloog probeer ik normaliter persoonlijk méé te ervaren wat mijn informanten meemaken. Nu wordt dat deel van mijn veldwerk beperkt door de tevredenheid waarmee ik mijn eigen monogame relatie beleef. Dat, terwijl ik verstandelijk best wat in polyamorie zie: iedereen, ook ik, kent de verleiding van het vreemde, en dat je kunt houden van verschillende mensen tegelijk, weet ik sinds ik ooit stapelverliefd werd op een nieuw iemand, terwijl ik nog zoveel hield van mijn partner.

Pas die avond, aan tafel bij de gereedschapsprinses, begrijp ik waarom polyamorie niet míjn toekomst lijkt te worden.

De volwassenen verdelen de bedden. Thijmen blijft over en vertelt dat hij zich de laatste tijd vaak afgewezen voelt. Er wordt getroost en gepraat en een beetje gehuild, er gaat wijn open en er wordt gelachen, nog lang nadat ik naast mijn eigen, vertrouwde geliefde in bed kruip. Misschien, denk ik, komt het omdat ik binnen deze relatie simpelweg niet naar anderen verlang. Maar dat is niet het hele verhaal. Ik ben, zou je kunnen zeggen, een zelfopgelegd minimalist – een volle inbox geeft me stress, aan een vol bureau schrijf ik ongeconcentreerd – meerdere partners in mijn hoofd en hart zouden me emotioneel onrustig maken.

De polyamoreuze toekomst is voor hen die behalve meer gezelligheid en liefde ook wat extra rommeligheid in hun leven durven te verwelkomen.