De IS-vrouwen misten poffertjes — kwetsbaarheid en berouw waren ver te zoeken

Zap De documentaire The Return: Life After ISIS, dinsdag uitgezonden op NPO 2, portretteert IS-vrouwen in een vluchtelingenkamp in Noordoost-Syrië. Ze blijken uit te blinken in het wegwuiven van hun eigen verantwoordelijkheid.

Shamima Begum is een van de IS-vrouwen in het vluchtelingenkamp in de documentaire The Return: Life After Isis.
Shamima Begum is een van de IS-vrouwen in het vluchtelingenkamp in de documentaire The Return: Life After Isis. Beeld NPO2

Daar zit je dan, in een vluchtelingenkamp met duizenden andere IS-vrouwen in Noordoost-Syrië. Weggevlucht uit de laatste ruïnes van de Islamitische Staat. Niet langer welkom in het land waar je geboren bent. Het is de dagelijkse werkelijkheid van de vrouwen in de documentaire The Return: Life After ISIS, die NPO2 dinsdagavond uitzond.

Die realiteit beviel hen allerminst. De Canadese Kimberly vond dat haar groot onrecht was aangedaan door haar eigen overheid, die weigert haar terug te nemen. „Ik heb niets verkeerd gedaan”, zei ze boos. Heus, ze had zelfs nog nooit in haar leven een parkeerbon gekregen.

Lees ook: Nederland haalde zijn IS-vrouwen niet op. Nu ontsnappen ze

„Maar misschien heeft je man wel mijn neef vermoord, of de neef van mijn moeder of de buurman, leraar of vriend”, zei de Syrisch-Koerdische Sevinaz Evdike, die workshops gaf aan de vrouwen om hen weerbaarder te maken. Zij herinnerde Kimberly eraan dat IS in één dag honderden burgers in het stadje Kobani had vermoord. Ze wist wel wat zíj gedaan zou hebben. „Dan zou ik naar huis gaan.”

Stateloos vagevuur

Het lot van vrouwen als Kimberly is prangend. Er zitten nog 64.000 IS-vrouwen en kinderen vast in kampen, een ongemakkelijk overblijfsel van de oorlog tegen Islamitische Staat. Wat Nederland betreft, blijft dat zo – hier wordt slechts mondjesmaat iemand teruggehaald. Zonder oplossing blijven de vrouwen waar ze zitten, hun mannen dood of in de gevangenis, hun kinderen ontheemd opgroeiend.

The Return volgde twee jaar lang een groepje vrouwen in dat stateloze vagevuur. Het was een poging hen te portretteren – maar het was meer. De regisseur zei in een interview dat ze het beeld van de vrouwen actief wilde bijstellen, ook omdat een terugkeer uiteindelijk de beste oplossing zou zijn. Daarom kregen de vrouwen alle ruimte hun verhaal te doen.

Ze bleken uit te blinken in het wegwuiven van hun eigen verantwoordelijkheid. De Nederlandse Hafida was ‘gewoon’ achter haar man aan gereisd. De Amerikaanse Hoda zat in een giftige Twitterbubbel, zei ze (herkenbaar, maar Syrië ligt toch echt nog wel een paar stappen verder). De Britse Shamima had slechts Syriërs in de burgeroorlog willen helpen. „We waren jong en naïef” – ze zei het letterlijk.

Het is een feit dat IS gewiekste propaganda inzette om mannen en vrouwen naar het kalifaat te lokken. Maar de kijker die hoopte op berouw kwam bedrogen uit. De Nederlandse vrouwen misten de poffertjes (mét boter en poedersuiker) en planden met hun internationale lotgenoten alvast een reünie in Rotterdam in. Het verleden was voor hen iets om snel achter je te laten – dat die optie een luxe was, leken ze zelf niet door te hebben.

Exceptioneel plichtsbesef

Hoe anders was dat voor Sevinaz Evdike, de Koerdische die de workshops in het kamp gaf en daar tot in haar diepste vezels mee worstelde. Ze had een van haar beste vriendinnen verloren toen IS het gebouw waar ze werkte was binnengevallen. Anderen konden nog via het raam ontsnappen, de vriendin niet want ze was acht maanden zwanger. „Ik weet niet wat ik bij deze vrouwen doe”, zei Evdike.

Het mooiste gesprek vond plaats toen Evdike haar vader vroeg wat híj van haar werk vond. De oude man woog zijn woorden. „Mensen in dat kamp hebben ons volk vermoord. Ze hebben ons slecht behandeld. Maar het is onze plicht om slachtoffers te helpen.” Europa nam geen enkele verantwoordelijkheid, vervolgde hij. „Als niemand iets doet, moeten wij Koerden de last dragen.” Plichtsbesef van de buitencategorie.

Vader en dochter lieten een kwetsbaarheid zien die bij de IS-vrouwen ver te zoeken was. Wie een documentaire wilde maken over de noodzaak van een Europa dat Syrië niet langer opzadelt met zijn problemen, kon beter bij deze twee terecht.