Opinie

Misdaadbestrijding tast de rechtsstaat aan

Maxim Februari

Het is heuglijk dat iedereen over de rechtsstaat begint. Decennialang ging het over democratie, en de wereld gedijt inderdaad bij democratie, maar ze zou niets, niets zijn, om James Brown te parafraseren, zonder rechtsstatelijkheid.

Opgewekt is het nieuwe gesprek over de rechtsstaat vervolgens niet. Die wordt bedreigd, aangevallen, is failliet en er worden aanslagen op gepleegd. Er zit daarom niets anders op dan harder op te treden, in te grijpen, af te luisteren, te controleren en te domineren. Als dat waar is, als het probleem zo zorgelijk is en de enige oplossing zo bars, dan kan het geen kwaad er eens nauwkeuriger naar te kijken.

Met een paar berichten uit de afgelopen dagen kun je een puzzel leggen die de huidige situatie van de rechtsstaat verheldert. Het eerste puzzelstukje is de les van juristen dat de moordaanslag op Peter R. de Vries niet valt te beschouwen als aanslag op de rechtsstaat. De minister-president en de koning mogen beweren van wel, maar staatsrechtgeleerde Erik Jurgens, bijvoorbeeld, zegt in de Volkskrant dat het beter is te spreken over ‘een schending, een érnstige schending’ van de openbare orde.

De Toeslagenaffaire daarentegen is wél te begrijpen als aantasting van de rechtsstaat, zegt Jurgens. In die zaak is immers het legaliteitsbeginsel in het gedrang gekomen, het principe dat de overheid zich aan dezelfde rechtsregels dient te houden als de burgers. Alle macht in de staat is onderworpen aan het recht: dat principe ligt aan het fundament van de rechtsstaat. De Toeslagenaffaire heeft het fundament schade toegebracht, een moordaanslag door criminelen doet dat niet.

Het tweede puzzelstukje betreft de bestrijding van de criminelen die aanslagen plegen. Een dag voor het gesprek met Jurgens had Jaap Hamburger in de Volkskrant geschreven dat een moordaanslag weliswaar geen aanslag is op de rechtsstaat, maar dat de reactie erop wel tot versterking van de rechtsstaat kan leiden. Als de overheid zich geroepen voelt de georganiseerde misdaad te bestrijden via nieuwe wet- en regelgeving, „zoals het hoort”, zegt Hamburger, kan de rechtsstaat er sterker uit komen.

Ditzelfde puzzelstukje wordt ook gelegd door de Italiaanse openbaar aanklager Nicola Gratteri, die deze dagen in de Nederlandse pers het advies geeft haast te maken met de aanpak van georganiseerde misdaad. Gratteri, betrokken bij een groot antimaffiaproces, waarschuwt dat Nederland niet te kampen heeft met een verdwaalde drugshandelaar hier en daar. „Het gaat om consequente ondermijning van het systeem.” Optreden is daarom dringend gewenst. „Zwaardere straffen, betere uitrusting, verdergaande regelgeving en meer mankracht.”

Tot zover laat de puzzel zien wat de krantenlezer al wel had begrepen als die het Nederlandse denken over ondermijning heeft gevolgd. De druk van de criminaliteit is ook in Nederland groot en het probleem is onder bestuurders het gesprek van de dag. De roep om grotere bevoegdheden voor politie en inlichtingendiensten is duidelijk hoorbaar. Wat betekent dit nu voor de rechtsstaat: wordt die door de bestrijding van criminaliteit versterkt?

Dat brengt ons bij het derde puzzelstukje. Het gegeven namelijk dat in de Toeslagenaffaire het verlangen misdaad te bestrijden juist leidde tot aantasting van de rechtsstaat. In de haast en ijver om fraude tegen te gaan, werd een aanpak gekozen van onmenselijke regels en onrechtmatigheid in de uitvoering. En hierin stond de Toeslagenaffaire bepaald niet op zich.

Het laatste puzzelstukje is het nieuws van afgelopen week over een rapport van het Edinburgh International Justice Initiative waaruit blijkt dat in Nederland op grote schaal onrechtmatige en onwettige biometrische massasurveillance plaatsvindt ter bestrijding van grote en kleine misdaad. Dan valt te denken aan stem- en emotie-analyses, het gebruik van private slimme deurbellen door de politie en het opzetten van een gezichtenbank zonder duidelijke waarborgen of controlemechanismen.

Lees ook dit artikel: Hoe vier nieuwe Kamerleden de tegenmacht willen zijn

Dit puzzelstukje werd de afgelopen week kernachtig verwoord door parlementariër Lisa van Ginneken in NRC: „Uit angst dat mensen de wet overtreden, houdt de overheid zich zelf niet altijd aan de wet.”

Kortom, misdaad tast de rechtsorde aan, bestrijding ervan tast in toenemende mate de rechtsstaat aan. Bij allebei vallen slachtoffers. Wachten op verstandige nieuwe regels, ‘zoals het hoort’, duurt vanwege de criminele dreiging kennelijk te lang, zodat de hele bevolking nu onwettig wordt opgejaagd als potentiële maffiosi. Tja, wat wou je eraan doen, meneer de rechtsfilosoof? hoor ik u zuchten. Ik heb geen idee, maar het lijkt me nuttig om het probleem op tafel te leggen en onder ogen te zien.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.