Waar zijn de bomen uit Amsterdam gebleven?

Circulaire economie Amsterdam kapt jaarlijks zo’n zevenduizend bomen. Wat gebeurt er met al dat hout? Dat wordt niet ingezet in de circulaire economie, zoals de gemeente beweert.

In Ouderkerk aan de Amstel, iets buiten Amsterdam, ligt Stadshout, een zagerij zonder winstoogmerk. Foto Olivier Middendorp

Wat mooi zaaghout is? Daar hoeft Crisow von Schulz niet lang over na te denken. „Een lekkere dikke, rechte stam, zonder zijtakken. Foutvrij.” Hij loopt naar een forse iepenstam en haalt zijn rolmaat te voorschijn. „Kijk, deze is een meter dik. Daar kun je wat mee.” Grinnikend: „Van dik hout zaagt men planken.”

In een waterig zonnetje, naast een loods in Ouderkerk aan de Amstel, iets buiten Amsterdam, liggen boomstammen opgestapeld. Populieren, van de populierenkap in het najaar. En iepen, van de veiligheidskap die net is afgerond. Tweehonderd stammen. Dat lijkt veel, zegt Von Schulz, maar dat is het niet. Het zouden er eigenlijk honderden meer moeten zijn – als iedereen zich aan de afspraak zou houden. „Er is hier plek voor wel duizend stammen.”

Von Schulz – overall, grijze baard, pakje shag binnen handbereik – is directeur van Stadshout, een ideële zagerij in Amsterdam. Eindeloos kan hij praten over hout: hoe mooi het is, wat het waard is, wat je er allemaal mee kunt.

Hier in Ouderkerk, en op een andere werf in de stad, verzamelt, droogt en zaagt Von Schulz bomen uit Amsterdam: esdoorns, populieren, linden, kastanjes en iepen, veel iepen. Het op maat gemaakte timmerhout verkoopt hij aan meubelmakers, architecten en de gemeente. Die maken er meubels van, stadsmeubilair, snijplanken en speeltoestellen. Zo krijgt het Amsterdamse hout een tweede leven. Zo’n tien mensen verdienen hun brood op zijn werf.

Toch lopen de zaken niet zoals Von Schulz zou willen. Voor de toevoer van stammen is hij voor een belangrijk deel afhankelijk van de stad Amsterdam. Drie jaar geleden maakte hij een afspraak met de gemeente: iedere gevelde boom zou voortaan gratis worden aangeboden aan Stadshout. Von Schulz’ initiatief, zo vond het stadsbestuur, paste perfect in het Amsterdamse streven naar duurzaamheid. Bovendien vervult het hergebruik van hout uit de stad een emotionele behoefte bij bewoners, die vaak heftig reageren op de kap van bomen in hun straat. De gemeente liet de schenking aan Stadshout vastleggen bij de notaris: 200.000 euro aan hout in drie jaar tijd, zo’n achtduizend stammen. De werf ontvangt de kaplijsten van de gemeente en geeft aan welke bomen ze willen hebben.

Crisow von Schulz, directeur van Stadshout.

Foto Olivier Middendorp

De werkelijkheid is anders. Sinds 2018, zegt Von Schulz, heeft Stadshout jaarlijks „een fractie” van het beloofde hout ontvangen. De cijfers over 2020 geven hem gelijk. Vorig jaar vergunde de gemeente de kap van 6.343 bomen. Stadshout ontving in dat jaar welgeteld 431 stammen, wat gelijk staat aan zo’n 200 bomen – de meeste gekapte bomen worden in twee of drie stukken gezaagd.

Waar blijven die andere Amsterdamse bomen?

Versnipperaar

Ruim een miljoen bomen staan er in Amsterdam – meer dan een boom per inwoner. Grofweg een derde van die bomen staat op gemeentelijke grond, de rest is van particulieren, bedrijven of woningcorporaties. Het kappen van die bomen – voor de veiligheid, na een storm, voor infrastructurele werken – levert nogal wat hout op, zegt Hans Kaljee, als gemeentelijk ‘bomenconsulent’ de bomengoeroe van Amsterdam. Dat hout werd vroeger verkocht aan de hoogste bieder. „Er waren jaarlijkse houtveilingen. De opbrengsten vind je netjes terug in de oude jaarrekeningen.”

Rond 1980 veranderde dat. De houtprijs daalde én de gemeente ging steeds meer zaken overlaten aan de markt. Voortaan mochten de aannemers die bomen kapten voor de gemeente, de stammen zelf houden. Die gooiden ze in de houtversnipperaar – of ze verkochten ze door aan zagerijen, spaanplaatfabrieken en papierbedrijven. Kaljee: „De gemeente zei tegen die aannemers: doe je best om dat hout te verkopen. Dan zijn wij er vanaf. Wat er precies met die stammen gebeurde, daar hadden we geen zicht op.”

Sinds een paar jaar is het denken van de gemeente over hout veranderd. Boomstammen worden niet meer gezien als afval, maar als waardevolle grondstof. De houtprijs is weer aan het stijgen. Voor een mooie iepenstam, zegt Kaljee, krijg je tegenwoordig makkelijk 100 euro.

Het huidige stadsbestuur zet vol in op duurzaamheid en circulaire economie. Amsterdam wil voorop lopen in de energietransitie die Nederland te wachten staat: er komen nieuwe windmolens, zonnepanelen op zoveel mogelijk daken, en alle huizen moeten op termijn van het gas af. Ook moet de lokale economie in 2050 volledig circulair zijn. Wethouder Marieke van Doorninck (Duurzaamheid, GroenLinks) huurde de Britse econoom Kate Raworth in om een strategie voor Amsterdam te verzinnen die gebaseerd is op haar ‘donutmodel’, dat draait om hergebruik van grondstoffen, drastische vermindering van CO2-uitstoot en minder consumeren.

Lees ook dit interview met Kate Raworth: ‘We moeten afstappen van eindeloze economische groei’

Hout speelt in die strategie een belangrijke rol, vooral als bouwmateriaal. En dus, zegt Kaljee, probeert de gemeente sinds een paar jaar weer grip te krijgen op de gekapte stammen. De aannemers met wie de gemeente werkt zijn verplicht ze af te leveren op de werf van Stadshout. „Dat staat in hun contract. Het wordt per stam bijgehouden, ze moeten dat allemaal inzichtelijk kunnen maken.”

Maar hoe kan het dan dat Stadshout zo weinig stammen krijgt?

Als we 1.000 bomen kappen, verdwijnen er 700 in de versnipperaar

Hans Kaljee bomenconsulent gemeente

Om te beginnen, zegt Kaljee, kan de gemeente alleen maar de bomen aanleveren van haar eigen grond – particuliere eigenaren mogen zelf weten wat ze met hun hout doen. Ook zijn lang niet alle Amsterdamse bomen geschikt om te verzagen: iepen leveren tophout, maar meidoorns en populieren een stuk minder. „En met platanen en kastanjes kun je bijna niets, zelfs niet als brandhout.” Bovendien is ongeveer de helft van de gekapte bomen te dun of te krom om goede planken van te maken. „Als we duizend bomen kappen, verdwijnen er zo zevenhonderd in de versnipperaar.”

Foto Olivier Middendorp

Lang verhaal kort: aan de gemeente ligt het niet. Kaljee: „Méér kunnen wij bijna niet doen om al het hout naar Stadshout te brengen.”

Populierenprogramma

Een rondgang langs mensen die werken met Amsterdams hout – zagerijen, meubelmakers, groencoördinatoren bij de gemeente – levert een heel ander beeld op. Kern van hun verhaal: Amsterdam heeft geen flauw idee wat er met de stammen gebeurt. De gemeente werkt met zeker tien verschillende groenbedrijven, op projectbasis én met langlopende contracten, in allemaal verschillende programma’s.

Een overzicht van wie wat kapt ontbreekt, zo blijkt ook als NRC navraag doet. De gemeente kan slechts een overzicht overleggen van het totaal aantal verleende kapvergunningen per kwartaal – zonder specificatie of de bomen op grond staan van gemeente, particulieren of woningcorporaties. En waar de gekapte bomen op gemeentegrond precies heengaan, dat weten de ambtenaren niet. Wat de zaken niet eenvoudiger maakt, is dat maar liefst drie verschillende wethouders (Groen, Duurzaamheid en Ruimtelijke Ontwikkeling, Verkeer en Vervoer) verantwoordelijk zijn voor de Amsterdamse bomen.

In hun correspondentie met Stadshout geven ambtenaren het gebrek aan overzicht toe. Zo mailt de directievoerder bomen van het gemeentelijk ingenieursbureau op 14 januari van dit jaar aan Von Schulz: „Na inventarisatie van de kaplijst blijkt dat er al een hoop bomen verdwenen zijn afgelopen jaar of was de diameter van de stam kleiner dan op de originele kaplijst.” En op 11 februari: „Tussen de boomveiligheidscontrole van vorig jaar en de inventarisatie voor de aannemer zijn er al heel wat bomen verdwenen.”

Waar die bomen heengegaan zijn? In de praktijk, vertellen betrokkenen, hebben de aannemers in Amsterdam nog steeds de ruimte om de stammen te verkopen, meestal via onderaannemers. De aannemers leveren het hout af bij spaanplaatfabrieken, papierfabrieken, houtzagerijen en houtversnipperaars – in Nederland, maar vooral in België en Duitsland.

Heel vreemd is dat niet. Het is een verdienmodel dat al decennia bestaat: omdat de aannemers het Amsterdamse hout mogen doorverkopen, tekenen ze goedkoper in bij offertes en aanbestedingen – wat de gemeente weer geld scheelt. Hoewel de gemeente nu in principe betaalt voor het transport naar Stadshout, vinden de aannemers het een hoop gedoe om al die stammen te scheiden en apart naar de werf van Von Schulz te brengen – die in hun ogen ook nog eens veel te kieskeurig is bij het selecteren van het hout.

Van de drie bedrijven die afgelopen jaren de kap en herplant deden voor de gemeente willen er twee – Krinkels en Donkergroen – NRC niet te woord staan. Namens de derde – Groenfra – zegt Ton Rumphorst dat zijn bedrijf in principe alle stammen naar Stadshout brengt. „Zij tekenen in op bomen op de kaplijsten, en die brengen wij naar hun werf.”

Marco Hoogenboom van J.M. de Wit Groenvoorziening, dat voor een ander gemeentelijk programma bomen snoeit en zieke iepen kapt, zegt: „Stammen en snippers gaan bij ons meteen door naar een handelaar. De geschatte opbrengst daarvan nemen we mee als we inschrijven op een project of een bestek.”

De praktijk van doorverkopen wordt ook bevestigd door Kees Weijtmans van Boomrooierij Weijtmans in Eindhoven. Zijn bedrijf doet op dit moment geen opdrachten voor de gemeente Amsterdam, maar als ondernemer en bestuurder van de Algemene Vereniging Inlands Hout (AVIH) kent hij de houtindustrie door en door. „Bij ons gaat 70 procent van het gekapte hout naar het buitenland”, zegt Weijtmans. „In Nederland heb je nauwelijks zagerijen, en de wet- en regelgeving is ingewikkeld. Dus gaat laagwaardig hout naar Duitsland en België, en hoogwaardig hout in de container naar China, India en Dubai.”

Bedrijven waar Weijtmans zelf zaken mee doet, zitten onder meer in het Belgische Genk en in het Duitse Meppen, net over de grens bij Groningen. Die betalen „50 euro per ton” en verwerken het hout tot platen.

Wat het stadsbestuur doet, is gewoon circulair lullen voor de bühne

Tom Marcelis meubelmaker

Frustratie

Het gebrek aan zicht op de stammen uit de stad leidt tot frustratie bij meubelmakers, architecten en zagers die graag willen werken met Amsterdams hout. Meubelmaker Tom Marcelis van Hout van je Stad, die onder andere tafels, kasten en snijplanken maakt van Amsterdamse bomen, verbaast zich bijna dagelijks over het gebrek aan kennis en daadkracht bij de gemeente. „Ze trekken op het stadhuis nooit eens hun laarzen aan om rond te gaan knarren. En ondertussen hoor ik wethouder Van Doorninck de hele tijd praten over de donuteconomie. Wat het stadsbestuur doet, is gewoon circulair lullen voor de bühne.”

Foto Olivier Middendorp

Per september loopt de schenkingsakte tussen de gemeente en Stadshout af – en die zal niet worden verlengd. Het stadsbestuur voelt al enige tijd ongemak over de deal, die onder het vorige college gesloten werd. Is het wel eerlijk dat één zagerij gratis stammen krijgt, terwijl andere bedrijven moeten betalen voor hun hout – zelfs al gaat het om een stichting zonder winstoogmerk?

Het ‘monopolie’ van Stadshout, hoe gebrekkig uitgevoerd ook, leidt tot scheve ogen bij andere ondernemers. „Dit is geen eerlijke manier van werken”, zegt gemeentelijk bomenconsulent Kaljee. „Geweldig dat Stadshout dit initiatief heeft genomen, maar we kunnen als gemeente niet met één partij zaken blijven doen.”

Veiling

De gemeente wil nu zélf het hout gaan opslaan, verzagen en verkopen. Per september moet er in het Amsterdamse Bos een gemeentelijke houtopslag komen, die een paar keer per jaar veilingen gaat organiseren en de rest van het hout verkoopt aan ondernemers. In Rotterdam bestaat zo’n stadshoutveiling al. In een brief aan de gemeenteraad schrijft wethouder Van Doorninck dat de eerste Amsterdamse veiling in maart 2022 zou moeten plaatsvinden. Op termijn moet er een „volledig ingerichte houtzagerij met uitgebreid informatiecentrum” komen.

Groenbedrijven, zagerijen en meubelmakers hebben weinig fiducie in de plannen, zo bleek tijdens een online marktconsultatie eerder dit jaar. De kritiek: het ontbreekt de ambtenaren aan kennis, het is te kort dag, en de gemeentelijke opslagcapaciteit is onvoldoende. „Dit lijkt me geen taak voor de gemeente”, zegt Marco Hoogenboom van J.M. de Wit. „Ik heb zo veel van die projecten gezien die op niets zijn uitgedraaid.”

In zijn loods bij Ouderkerk schudt Crisow von Schulz zijn hoofd als de houtveiling ter sprake komt. Stadshout is, in tegenstelling tot de andere spelers, niet geraadpleegd over de plannen. Onbegrijpelijk, vindt Von Schulz. „Wij hebben een zagerij en tien jaar ervaring. Zelf heeft de gemeente geen kennis. En dan betrekken ze ons er niet bij?” Als de plannen voor de veiling doorgaan, wil hij naar de Autoriteit Consument & Markt stappen. „Wij beschouwen dit als een oneerlijke interventie door de overheid.”

Straks gaan de Chinezen ermee vandoor. Hout is goud

Crisow von Schulz directeur zagerij

Von Schulz maakt zich vooral zorgen dat hout door de veiling straks onbetaalbaar wordt voor lokale ondernemers. „De houtprijs is het afgelopen jaar al met 175 procent gestegen. In Apeldoorn en Schaarsbergen, waar ze veilingen doen met hout van de Veluwe, gaan iepen nu al weg voor 250 à 300 euro per kuub. En straks gaan de Chinezen ermee vandoor. ‘Hout is goud’, zeggen ze niet voor niets.”

Er is maar één conclusie mogelijk, zegt Von Schulz terwijl hij in zijn koffie roert. „Vanaf september zijn we in Amsterdam verder weg van een circulaire economie dan ooit.”