Reportage

Gezond verstand onder de parasol

Hitte Het is steeds vaker steeds heter. Hoe kunnen mensen zich daartegen wapenen? Aflevering 1 uit een serie: het woonzorgcentrum.

Bewoners van woonzorgcentrum Breezicht in IJmuiden zitten buiten op een warme dag. Veel drinken en schaduw zijn belangrijk als de zon heel krachtig is.
Bewoners van woonzorgcentrum Breezicht in IJmuiden zitten buiten op een warme dag. Veel drinken en schaduw zijn belangrijk als de zon heel krachtig is. Foto’s Olivier Middendorp

‘Hitte? Nee, daar heb ik nooit zo’n last van”, zegt Frans (76), bewoner van woonzorgcentrum Breezicht in IJmuiden. „Als het heel heet is, dan zit ik in de tuin. Heel groen is het daar. En er waait altijd wel een windje. Dan ga ik lekker onder een parasol zitten.”

Precies volgens het hitteprotocol van Breezicht. Daarin staan richtlijnen die de bewoners en medewerkers moeten beschermen tegen schadelijke effecten van hitte. Het protocol is afkomstig van moederorganisatie Zorgbalans. „Wij passen het toe voor zover het hier relevant is”, vertelt Sylvia Schilling van Breezicht. „En we nemen extra maatregelen naar eigen inzicht.”

Sommige gemeenten, GGD’en en zorginstellingen maken samen een lokaal hitteplan. In de regio Kennemerland, waar Zorgbalans opereert, gebeurt dat niet. Zorgbalans maakte het protocol zelf, op basis van het National Hitteplan van het RIVM. Er staan vooral dingen in die Schilling en haar collega’s tóch wel zouden doen, benadrukt zij: gewoon met gezond verstand. Extra letten op kwetsbare mensen. Zonwering naar beneden doen. Zorgen dat mensen genoeg drinken. „Maar het is goed om deze dingen scherp op je netvlies te hebben”, merkt Schilling op. „Dan kun je het lijstje even nalopen als het heet is.”

Jaarlijks zijn er in Nederland enkele honderden sterfgevallen toe te schrijven aan hitte. In de hete zomers van 2003 en 2006 waren het er zelfs zo’n duizend, becijferde het CBS . Als reactie daarop ging het RIVM, in opdracht van het ministerie van VWS, in gesprek met partijen als het Rode Kruis, ouderenbond ANBO en de GGD’en. Samen brachten zij in 2007 het Nationaal Hitteplan uit: een protocol dat in werking treedt zodra het KNMI een hitteperiode aankondigt.

Minder hittedoden

„In dat Nationaal Hitteplan staat wetenschappelijk gezien niets nieuws”, vertelt Werner Hagens van het RIVM via de telefoon. „Het is gebaseerd op de gangbare kennis over thermofysiologie: hoe reageert ons lichaam op warmte en wat kun je daartegen doen?” Het plan is bedoeld om mensen met een kwetsbare gezondheid te beschermen, zoals ouderen en chronisch zieken. Eigenlijk is het geen medisch of fysisch plan, maar een communicatieplan, benadrukt Hagens: het geeft aan welke maatregelen zinvol zijn en welke partijen hierin een rol hebben, zoals GGD’en, zorginstellingen en het Rode Kruis. Hagens: „Het belangrijkste is dat het Hitteplan het onderwerp bij al die partijen op de agenda heeft gezet.”

In de afgelopen drie jaar vielen er minder hittedoden dan verwacht, terwijl de zomers juist heter waren. Is dat de verdienste van het Nationaal Hitteplan, dat tot nu toe vijftien keer is geactiveerd? „Dat kun je moeilijk zo zeggen”, antwoordt Hagens. „De ene hitteperiode is namelijk de andere niet. Het maakt uit hoeveel hete dagen er achter elkaar zijn, wat dan de maximumtemperatuur is, hoeveel het ’s nachts afkoelt… En het maakt uit hoeveel kwetsbare mensen er in de winter ervoor al zijn overleden, bijvoorbeeld aan griep.”

Wel weet Hagens zeker dat het Nationaal Hitteplan een breed bereik heeft, en dat het onderwerp de laatste jaren veel meer in het nieuws is dan tien jaar geleden. „En van de maatregelen die in het Hitteplan staan, weten we thermofysiologisch gezien dat ze werken”, zegt hij. „De Volkskrant berekende in 2019 dat het Hitteplan al duizenden levens heeft gered .”

Maar die stelling is heel moeilijk te onderzoeken, merkt Hagens op. „Je kunt moeilijk de ene groep mensen tijdens een hittegolf wel helpen volgens het Hitteplan, en de andere niet. Dat is natuurlijk niet ethisch.” Wel loopt er een EU-project dat nationale hitteplannen evalueert, en er is een wereldwijd kennisnetwerk over hittemaatregelen en gezondheid. Ook ons Nationaal Hitteplan is daarop gestoeld. Hagens: „Dus ik heb er alle vertrouwen in dat deze aanpak is gebaseerd op de beste beschikbare kennis. Aan ons nu de taak die kennis zo goed mogelijk in de praktijk te laten terechtkomen.”

Foto Olivier Middendorp

Kwetsbare groepen

Coen Bongers, thermofysioloog bij het Radboudumc in Nijmegen, is het met Hagens eens. „Het RIVM staat in nauw contact met de wetenschap”, zegt hij. „Alles wat in het Nationaal Hitteplan staat, is gebaseerd op wetenschappelijke kennis. We weten heel veel over de fysiologie van kwetsbare groepen. Dus we weten ook heel goed wat je kunt doen om die te beschermen.”

Voor ouderen is hitte sneller een probleem dan voor jongeren, vat Bongers samen. „Dat komt onder meer doordat ze minder actieve zweetklieren hebben”, zegt hij, „en doordat de bloedvaten in hun huid zich minder goed verwijden. Daardoor kunnen ouderen hun warmte minder goed kwijt. Bovendien hebben ze een sterk verminderde dorstprikkel.”

Veel ouderen drinken daardoor structureel te weinig en hebben dat niet in de gaten. Bij hitte kan dat gevaarlijk zijn: je gaat er nog minder door zweten, en kunt er nierschade door krijgen en problemen met hart en vaten. Bongers: „We weten uit labexperimenten dat je die schade kunt beperken door meer te drinken en de zweetfunctie van de huid na te bootsen met bijvoorbeeld een natte spons.”

Als het even kan, zitten onze mensen lekker buiten in de schaduw

Sylvia Schilling woonzorgcentrum Breezicht

Dat zijn maatregelen waar de staf van Breezicht goed bekend mee is. „Als het even kan, zitten onze mensen lekker buiten in de schaduw, met natte washandjes en de voeten in een badje”, vertelt Sylvia Schilling. Alleen als het buiten windstil is en echt te heet, blijven de bewoners binnen en gaat de airco aan. De bewoners krijgen ijsjes en eindeloos glazen water aangeboden. Schilling: „Bij cliënten bij wie dat nodig is, houden we een lijst bij van wat ze die dag hebben gedronken en controleren we het incontinentiemateriaal. Het gaat erom dat je goed op de mensen let, hè.”

En dat je de sfeer gezellig houdt, merkt ze op. „Een muziekje erbij, een beetje afleiding, een grote kan limonade op tafel. Je moet de mensen een beetje uitnodigen.”

En, wat vindt bewoner Frans daarvan? „Ik ben niet zo dol op limonade”, zegt hij droog. „Geef mij maar gewoon water.”