Werken aan de keukentafel kan ook in Slowakije

Terug naar Oost-Europa Door de pandemie en Brexit keerden veel arbeidsmigranten terug naar Oost-Europa, tot vreugde van hun herkomstlanden. „Als 10 procent hier blijft, is dat al een enorme opkikker voor de economie.”

Roemenen aan het werk bij Taylor Bulbs in Holbeach in Oost-Engeland. De Brexit en corona hebben gezorgd voor arbeidstekorten.
Roemenen aan het werk bij Taylor Bulbs in Holbeach in Oost-Engeland. De Brexit en corona hebben gezorgd voor arbeidstekorten. Foto Oli Scarff/AFP

Ze zijn deze zomer overal in Midden- en Oost-Europa: mensen die tijdens de coronapandemie, en na de Brexit, zijn teruggekeerd van een buitenlands avontuur. Na jaren in West-Europa proberen veelal jonge mannen en vrouwen in hun thuisland weer een plaats te vinden op de arbeidsmarkt, de woningmarkt én de liefdesmarkt.

„Tijdens de pandemie mijn lange relatie met emigratie uitgemaakt”, schrijft een advocate in Warschau op de datingapp Bumble. „Typische Pool die zijn halve leven banen heeft ingepikt in het VK en door Brexit gedwongen is elders zijn geluk als loodgieter te beproeven”, grapt een IT’er.

Sommigen kwamen terug uit noodzaak, omdat de fabriek of horeca waar ze werkten sloot in de lockdown. Voor anderen verplaatste hun werk of studie zich naar een laptop aan de keukentafel. En hoe langer dat thuiskantoor duurde, hoe onzinniger het voelde om hoge huur te betalen in een grotendeels gesloten stad, ver weg van familie. Weer anderen twijfelden al waar ze zich in de toekomst wilden settelen en kregen van de pandemie een laatste duwtje.

„Ik woonde sinds 2002 in Duitsland”, vertelt de Poolse Monika Nowicka (42) in een chatgesprek. „De huizenprijzen in München werden steeds absurder en de droom om zelf iets te kopen, was onbereikbaar. Toen de pandemie ons alle sociale activiteiten, vrijwilligerswerk en dingen voor de kinderen, afnam, besefte ik pas hoe eenzaam wij daar waren.” Ze verhuisde met haar gezin terug naar een stadje in Silezië. Ook om dichter bij haar ouders te zijn „die er niet jonger op worden”. Nowicka’s enige zorg is dat haar jongste zoon voor zijn chronische nieraandoening nu is overgeleverd aan het Poolse zorgsysteem. „Dat is een stuk gammeler dan het Duitse.”

Weinig cijfers

Harde cijfers die een trend van remigratie bevestigen, zijn schaars. Sinds Polen en negen kleinere landen in 2004, en drie jaar later ook Roemenië en Bulgarije, lid werden van de EU, is de migratie van Oost naar West bijna elk jaar toegenomen. In 2004 was de netto immigratie uit de oostelijke lidstaten naar Nederland bijna 5.000. Vijftien jaar later was die opgelopen tot 23.000 nieuwelingen. Maar in coronajaar 2020 kwamen er maar 17.000 mensen meer uit deze landen dan er vertrokken, een afname van 26 procent.

Die data schetsen echter niet het hele plaatje, waarschuwt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). „Immigranten worden alleen geregistreerd als ze de intentie hebben voor minimaal vier maanden in Nederland te verblijven.” Daarnaast zijn er nog tienduizenden arbeidskrachten die korter blijven, zich als zzp’er laten inhuren of via een uitzendbureau in eigen land gedetacheerd zijn. Juist die mensen blijven onder de radar en doen vaak laagbetaald en onzeker werk. Zij raakten dat in de lockdowns waarschijnlijk als eerste kwijt en hadden geen vangnet om in Nederland te blijven. Maar hun vertrek wordt niet in de statistieken opgenomen. Om als emigrant genoteerd te worden moet iemand aangeven voor minimaal acht maanden te vertrekken. „Daarvoor moet die persoon uiteraard wel eerst als immigrant zijn binnengekomen en als zodanig zijn geregistreerd”, aldus het CBS.

Essay: Tijdens een pandemie wil iedereen het liefst naar huis

In immigratielanden Duitsland en het Verenigd Koninkrijk zijn de officiële statistieken voor 2020 nog niet beschikbaar en om vergelijkbare redenen als in Nederland ook matig betrouwbaar. Verschillende Britse organisaties hebben wel geprobeerd de impact van de Brexit en corona te berekenen. Waar in 2016 netto nog 133.000 migranten uit de EU binnenkwamen, was dat voor de pandemie al teruggelopen tot 50.000. Het Migration Observatory van de universiteit in Oxford schat dat uit het Verenigd Koninkrijk het afgelopen jaar ongeveer 100.000 EU-burgers meer vertrokken dan dat er arriveerden. Polen vormen er veruit de grootste Europese migrantengroep.

In Polen worden statistieken op z’n vroegst later dit jaar bekendgemaakt. „Maar de trend is duidelijk”, zegt Andrzej Kubisiak, analist van het Polski Instytut Ekonomiczny, een onderzoeksinstituut van de overheid. „Het zijn niet alleen de pandemie en de Brexit, maar ook de economische vooruitzichten in Polen”, denkt hij. „Waar we voorheen zagen dat terugkeerders daar vooral emotionele redenen voor hadden, komen ze nu ook met rationele motieven: de werkgelegenheid is groot, de salarissen zijn gestegen. Nog niet tot het niveau van het Westen, maar als je het afzet tegen de kosten van levensonderhoud, ontloopt het elkaar niet meer zoveel als toen mensen besloten te vertrekken.”

De Poolse economie kwam de financiële crisis zonder recessie door en lijkt door de pandemie nauwelijks aangetast, volgens de Wereldbank. Het enige obstakel lijkt voldoende arbeidsaanbod. De conservatief-nationalistische PiS regering zet er daarom op in om Poolse remigranten te behouden of er zelfs nog meer te lokken. In het post-pandemie-herstelpakket, de Polish Deal genoemd, zitten belastingvoordeeltjes voor terugkerende migranten. Voor de middeninkomens kunnen die significant zijn, maar aan de onderkant van de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld in de landbouw, vleesindustrie en logistiek, wegen ze bij lange na niet op tegen de lonen in West-Europa, waar de economie ook weer open is. En juist voor hogeropgeleiden wegen ook immateriële zaken mee in hun keuze voor de toekomst: corruptie, aartsconservatieve machthebbers en de kwaliteit van zorg en onderwijs in het vaderland.

Eerste stap

Een land waar aan het begin van de pandemie wel kwantitatief migratie-onderzoek gedaan werd, is Bulgarije: het snelst ontvolkende land ter wereld. Onderzoeker Ognyan Georgiev analyseerde voor denktank European Council for Foreign Relations dat tussen maart en mei 2020 ruim 558.000 Bulgaren terug naar eigen land reisden, op een bevolking van 7 miljoen. „Normaal gaat migratie druppelsgewijs, niet in golven. Maar door de noodtoestand was er plots een tsunami deze kant op”, zegt Georgiev tijdens een interview in Sofia.

Uit een online enquête die hij hield, bleek dat mensen vooral terugkwamen om in een tijd van crisis bij hun familie te zijn of omdat ze hun baan waren kwijtgeraakt.

Georgiev denkt niet dat al deze remigranten in Bulgarije zullen blijven. Een groot deel heeft zijn spullen vast alweer gepakt nu de arbeidsmarkt overal aantrekt. „De fundamentele redenen dat mensen vertrekken, zijn door de pandemie niet veranderd: opleiding, beter betaald werk, stabiliteit. Maar als 10 procent van deze groep blijft, dan zou dat al een enorme opkikker voor de economie zijn.”

Corona legt het artsentekort in Midden-Europa bloot

Volgens de onderzoeker probeert in Bulgarije niet zozeer de overheid, maar het bedrijfsleven al langer om slimme Bulgaren te verleiden terug te komen. Zeker in de IT is veel en behoorlijk betaald werk. „Het is veel moeilijker om mensen te overtuigen hier te gaan werken als ze ver weg een baan hebben, dan als ze fysiek hier zijn. En die eerste stap hebben mensen door de pandemie zelf al gezet.”

Aleksandar Dimitrov (Bulgarije) : ‘Iedereen zonder vast contract vloog eruit’

Aleksandar Dimitrov (39) had nog maar net door dat er een mondiale pandemie aan de gang was, toen zijn baan in een Nederlandse fabriek voor auto-onderdelen verdween. „Ze voorzagen tekorten aan onderdelen. En een economische crisis. Iedereen zonder vast contract vloog er van het ene op het andere moment uit.” Dus pakte hij vorig jaar zijn spullen en ging naar huis.

Dimitrovs familie is oorspronkelijk Russisch, maar hij groeide op in Vidin, het meest desolate, ontvolkte stukje van Bulgarije. Zijn ouders bemannen er nog steeds een buurtwinkel annex kroeg, voor de oudere achterblijvers. „Iedereen die kan, werkt elders. Alle jonge mensen zijn vertrokken,” vertelt hij, in het voetbalshirt van Wales, gezeten op een bankje in Sofia.

Zelf ging hij voor zijn opleiding naar de hoofdstad en vervolgens naar Engeland en Nederland, om meer te kunnen verdienen. Hij heeft van alles gedaan, hij werkte in de horeca, callcenters, distributiecentra en fabrieken. Sinds 2019 werkte hij via een Pools uitzendbureau in Nederland. „Geweldig: 18 euro per uur, je huisvesting geregeld, niemand die tegen je schreeuwt en niemand die van je steelt.” Zodra hij een goed aanbod krijgt, wil hij weer terug. „Maar ik heb de juiste keuze gemaakt om aan het begin van corona naar huis te gaan, naar mijn vriendin en familie. Sommige vrienden in West-Europa hebben maar een paar dagen per week werk. En dan is het leven daar erg duur en eenzaam.”

Toch is de thuiskomst in Bulgarije hem niet meegevallen. „Het is een prachtig land, maar de corruptie is overal. Als je hier een bedrijf hebt, word je afgeperst door je eigen overheid.” Echt terug, gaat hij waarschijnlijk pas na zijn pensioen, denkt hij. „Het is fantastisch dat wij dankzij de EU vrij mogen reizen en overal kunnen werken. Maar dat betekent helaas ook dat Bulgarije zich niet ontwikkelt en ambitieuze mensen blijven vertrekken.”

Slavka Stonham-Nahalkova (Slowakije): ‘Ik wil dat mijn kinderen mijn familie, land en taal leren kennen’

Slavka Stonham-Nahalkova (44) was al voor de coronapandemie bezig met haar terugkeer naar Slowakije. Het grootste deel van haar volwassen leven woonde ze in Engeland, waar ze op haar 18de als au pair naartoe ging. „Mijn generatie is de eerste uit Midden-Europa die kon reizen. Het was een groot avontuur, zonder enige intentie om me er te vestigen.”

Ze studeerde vervolgens dicht bij huis, maar dankzij haar uitstekende Engels lonkte daarna het internationale bedrijfsleven. Ze kreeg een baan bij Shell, deed er een MBA naast en begon een eigen marketingbedrijf. Ze werd verliefd op een Engelsman, kreeg drie kinderen en streek neer in Reading.

De integratie leek compleet.

„Toen ik me echter meer op het gezin begon te richten, werden andere dingen dan carrière en geld belangrijker. Zoals waar we het liefst onze kinderen zouden grootbrengen. Ik wilde dat ze ook mijn familie, land en taal goed zouden leren kennen”, vertelt ze in haar nieuwe huis in Noordwest-Slowakije.

De Brexit heeft in die beslissing ook een rol gespeeld. „Ik heb persoonlijk nooit xenofobie meegemaakt. Maar ik heb gehuild bij de uitslag van het referendum. Het voelde toch alsof ik plotseling minder welkom was.”

Dat na die Brexit nog een pandemie door haar leven raasde, maakte de praktische verhuizing moeilijker, want Slowakije sloot de grenzen. Maar, bevestigt Stonham-Nahalkova haar keuze: „Het is voor mij en mijn man – die tech-adviseur is – nog makkelijker om op afstand te werken. En het is voor de kinderen heerlijk om midden in de natuur te wonen en dicht bij familie te zijn.”

Helemaal terug in de Slowaakse samenleving is ze niet, met haar internationale werk en haar kinderen op een privéschool. Maar: „We zitten in een huurappartement en willen in ieder geval een eigen huis kopen hier.”

Krystian Kandzorra (Polen): ‘Ik wil meer dan een vage oom zijn voor mijn dochter van vier’

>

Krystian Kandzorra (33) beantwoordt zijn telefoon op 15 meter hoogte. Hij draait de camera om, van zijn lachende gezicht met een peuk in de rechter mondhoek naar het groene, Noord-Poolse landschap waar hij vanuit zijn hijskraan op uitkijkt. Recht onder hem ligt de fundering van het appartementencomplex dat hij aan het bouwen is. „Op maar 10 kilometer van huis, dat is echt luxe”, zegt hij.

Voor de coronapandemie woonde en werkte Kandzorra op bouwplaatsen in België en Nederland. In 2017 was hij samen met zijn vader vertrokken. „Omdat hier nauwelijks en alleen slecht betaald werk te vinden was.” Zijn vader was meubelmaker en hij timmerman. Via een Pools bedrijf konden ze wel op een bouwplaats in België aan de slag. Juist toen zijn vriendin zwanger was, voelde hij de noodzaak voor meer financiële stabiliteit te zorgen. „We wilden graag een eigen huis bouwen.”

Ruim een jaar geleden keerde hij terug. Niet vanwege de coronapandemie, maar de gezondheid van zijn vader. „Op een dag begon hij bloed op te hoesten en toen hebben we besloten om naar huis te gaan. Waar hij de dokter kon verstaan en in zijn eigen bed kon slapen.” Onlangs is zijn vader overleden aan longkanker.

Zijn familie heeft Kandzorra gesmeekt om nu in Polen te blijven. Aan de ene kant is het leven beter dan toen hij vertrok. Hij werd in België opgeleid tot kraanwerker en daar is, in de sterke Poolse economie, meer dan genoeg werk voor. „Mijn familie is door de pandemie bang geworden dat mij in het buitenland iets overkomt. Dat snap ik wel. En ik wil ook meer dan een vage oom zijn voor mijn dochter van vier. Maar uiteindelijk blijft het elders makkelijker verdienen.” En dat eigen huis is nog niet af. „We wonen in bij mijn schoonmoeder.”