Recensie

Recensie Muziek

North Sea Jazz Downtown: knallend proefbord van alles waar het festival voor staat

North Sea Jazz Downtown Nu een groot en internationaal North Sea Jazz opnieuw niet doorgaat, toonde het festival zijn veerkracht met een hybride alternatief in ‘downtown’ Rotterdam. Met losse zitconcerten was het een smaakvol proefbord van wat het festival normaal gesproken biedt.

Gitarist Kurt Rosenwinkel (links) op North Sea Jazz downtown
Gitarist Kurt Rosenwinkel (links) op North Sea Jazz downtown Foto Hans Tak

Het driedaagse North Sea Jazz had zich er al een tijdje terug bij neer te leggen. Voor het tweede jaar gaat het festival niet door. De onzekerheid door corona en reisrestricties voor Amerikaanse artiesten was simpelweg te groot. Om toch een beetje het North Sea Jazz-gevoel te bieden, was er dit weekend een hybride concertalternatief op verschillende locaties in ‘downtown’ Rotterdam (De Doelen, LantarenVenster, Bird en het fonkelnieuwe RTM Stage in Ahoy), met daarnaast livestreams voor thuis en historisch concertmateriaal.

Met losse zitconcerten – nadrukkelijk níet opgezet als een aaneen te rijgen evenement – was North Sea Jazz Downtown een smaakvol proefbord van wat het festival normaal gesproken biedt. Je zou er weemoedig van kunnen worden. Maar North Sea Jazz toonde er zijn veerkracht mee. Al had het genieten aanvankelijk een wrange bijsmaak: de vuistslag van de vrijdag opnieuw afgekondigde beperkingen voor de evenementenbranche is een afschuwelijke knock-out.

Vinnige uithalen

Een opvallende troef was het toch slim samengestelde internationale jazzpakket van Europese Amerikanen als gitarist Kurt Rosenwinkel – hij kon anderhalf jaar alleen maar „dromen” van een volle zaal (op anderhalve meter in LantarenVenster) – bassist/zanger Richard Bona of bijvoorbeeld zanger José James (woonachtig in Amsterdam) met het Metropole Orkest.

Terwijl zangeres Trijntje Oosterhuis vrijdag in Ahoy aftrapte met haar fluwelen Bacharach-ode, speelde tromboniste Nabou Claerhout, frisse belofte in de Belgische jazz, met haar kwartet (trombone, elektrische gitaar, contrabas en drums) in LantarenVenster. Haar trombone klonk, zoals in het soepel eigentijdse ‘You Know’, steeds weer anders: klaaglijk, ferm met vinnige halen, zwierig in ronde klanken of juist plechtig, als een baken in een dichte mist, al dan niet aangestuurd door effecten.

Tromboniste Nabou Claerhout

Foto Hans Tak

Ook de gespierdere swing bij gitarist Kurt Rosenwinkel viel, vooral door het felle drumwerk van Gegory Hutchinson, heerlijk. Werk van Mingus en Joe Henderson maar ook het blues gedreven ‘Simple #2’ hadden pakkende frasen. Het door de Duitse pianist Franz von Chossy en Zhivko Vasilev op Bulgaarse kaval (houten blaasinstrument) aangevuurde kwartet Arifa werd een vaart over de Donau door heel Oost-Europa, terwijl de tintelende souljazz vol grooves van het trio Montis, Goudsmit & Directie dwong tot bewegen, bij voorbeeld in het nummer ‘CEO’ in 7/8 maat.

De Nederlandse titanen-carrousel van The Quartet (saxofonist Benjamin Herman, drummer Han Bennink, cellist Ernst Glerum en pianist Peter Beets) met gasten als saxofonist Hans Dulfer en fluitist Ronald Snijders viel goed in De Doelen: het ontbrak niet aan muzikaal temperament, maar de rommelige presentatie was een minpunt.

„Knallen” deed ook de Belgische popzangeres Selah Sue op het RTM Stage in theateropstelling met tribunes, zeker na een coronavacuüm en jaren ouderschapsverlof. Met drie extra vocalisten had haar show slagkracht. Ze verkende uitersten: van kleine droomliedjes naar een luide dubsound met echo’s van haar oude werk.

Verpletterend was de Armeense jazzpianist Tigran Hamasyan die zijn bijna nonchalante notensalvo’s laat komen in een ratelend tempo. Het voelt bij hem altijd een onstuitbaar krachtenspel, maar nu verbond de urgentie in zijn spel hem met alle andere uitverkorenen van dit weekend.