Floor Ziegler in gesprek met inwoners van Breda.

Foto Dieuwertje Bravenboer

Regelzucht verpest het eigen initiatief van bewoners

Interview Stadmaker Floor Ziegler loopt dagelijks door wijken in Nederland. Wat ze hoort: regelzucht verpest het eigen initiatief van bewoners.

‘Nou, daar heb ik he-le-maal niks mee. Leugenaars”, zegt een man op een terras, vijftig plus, biertje in de hand, als Floor Ziegler hem vraagt naar hoe hij kijkt naar de politiek. Ziegler, enorme bos rode krullen, vrolijk en open gezicht, wandelt een middag door het verder toch zonnige en gezellige Gelderse Hanzestadje Hattem.

Overál in Nederland maakt zij wandelingen door buurten en wijken, om voorbijgangers te vragen: hoe kijk jij naar de toekomst, wat maakt het leven zinvol, wat kan er volgens jou beter? Twee verveelde pubers op een bankje zeggen schouderophalend dat ze al haar vragen eigenlijk niet zo boeiend vinden. Twee jonge meisjes vertellen dat zij zich zorgen maken over klimaatverandering. Een moeder van vier heen en weer stuiterende jongetjes merkt optimistisch op dat de gemeenschapszin in een klein stadje als dit gelukkig overeind blijft. Maar ze vraagt zich wel sterk af hoe dat in grote steden is.

Ziegler hoort sinds de pandemie veel meer geluiden zoals dat van de teleurgestelde man op het terras, vertelt ze. „‘Nou, die politiek, die liegt en bedriegt, en zit er niet voor ons, die neemt ons niet meer serieus’ – dat hoor ik dagelijks. Het valt mij op hoe breed dat gedragen wordt: in rijke wijken, arme wijken. Ik hoor ook steeds minder het tegenovergestelde – optimisme over de politiek en de overheid is ver te zoeken.”

Mensen zijn, na een korte opleving van solidariteit in de eerste coronagolf, merkbaar somberder, moedelozer, zegt ze. „Mensen kruipen terug in hun schulp. Mensen die denken: al die maatschappelijke problemen zullen mijn tijd wel duren. Veel mensen zijn zeer pessimistisch over de toekomst. Vrijwel alle jongeren die ik spreek hebben grote zorgen over planeet en klimaat. Mensen geloven niet meer in de grote systeemverandering. Omdat het zó groot is, dat ze denken: daar heb ik geen invloed meer op.”

Ziegler werkt al een paar decennia als ‘stadmaker’ in wijken, en loopt de afgelopen zes jaar vrijwel dagelijks rond in diverse buurten door heel Nederland, ook in coronatijd. Met de mede door haar opgerichte Stadmakerscoöperatie faciliteert zij bewonersinitiatieven zoals de komst van meer groen in de buurt, ontmoetingsplekken, creatieve broedplaatsen. Ze is medeoprichter van de Sociaal Creatieve Raad, een ‘netwerk van netwerken’ van kunstenaars, creatievelingen en ontwerpers, bedoeld om gemeenschappen sterker te maken. Ze werkt in opdracht van zowel lokale overheden als private gebiedsontwikkelaars.

Nederland, Breda. 1 juli 2021. Floor Ziegler, stadmaker, spreekt met mensen op straat in Breda. Foto: Dieuwertje Bravenboer
Foto’s Dieuwertje Bravenboer

Zo cynisch als nu heeft ze de stemming niet eerder meegemaakt, zegt ze. Ze heeft na al die jaren wandelen en luisteren in wijken en straten wel een diagnose, en een oplossing, denkt ze.

Overheden en de ambtenarij dwarsbomen vaak precies wat het leven voor mensen de moeite waard maakt, volgens haar. Door bemoei- en regelzucht smoren ze het enthousiasme van bewoners te vaak in de kiem. Ze ziet het verminderen van bemoeienis en juist het stimuleren en financieren van éígen initiatief als een sleutel voor het oplossen van allerlei grote maatschappelijke problemen. In de huidige maatschappelijke systemen zit iets dat mensen „ontzield maakt”, en cynisch, denkt ze.

„Een gemeenschap draait erom dat mensen eraan kunnen bijdragen en er een verschil in kunnen maken. Dat begint heel klein. Als wij in lokale stadmakers-appgroepen een concrete vraag stellen, bijvoorbeeld: wie heeft er voor een nieuw buurthuis servies over, dan word je overspoeld met reacties.”

Het begint dus bij dingen als een etentje organiseren in de straat, of iemand helpen met het uitlaten van de hond, iemand die vraagt of iemand anders plantjes extra heeft voor de tuin. „Zo merken ze meteen dat ze iets bijdragen aan hoe de buurt eruitziet en hoe prettig de mensen daarin leven.”

Ziegler spreekt veel mensen op straat die ook letterlijk zeggen dat het feit dat ze iets kunnen betekenen voor anderen het belangrijkste is in hun leven. „Laatst nog, een oude man van 93 in Nijmegen, die vertelde hoe hij twaalf jaar lang met een blinde vrouw gewandeld heeft, en dat dat een van de meest betekenisvolle dingen was die hij in zijn leven heeft gedaan.”

Complexe systemen

Bestuurlijke systemen zijn zo complex geworden dat mensen niet meer het gevoel hebben dat ze er nog invloed op hebben, is haar diagnose.

„Er wordt geen energie gestoken in mensen die zelf initiatief nemen en iets willen veranderen, daar is het systeem niet op ingericht. In plaats daarvan zijn gemeentes en wijkbesturen veelal bezig met onderzoek doen, procedures vastleggen in verslagen, met aanvragen. De bewoner die aanklopt met ideeën over meer groen in de buurt, een verbetering van een plein, een wijkinitiatief tegen eenzaamheid, loopt tegen allerlei blokkades aan die alle energie eruit halen.”

Ziegler geeft een voorbeeld van een stadmaker uit Arnhem, iemand die in haar buurt initiatief nam voor kunstactiviteiten met kinderen. „In plaats van dat ambtenaren aan haar vragen: wat heb je nodig, hoe kunnen we helpen, gebeurt het tegenovergestelde.” Er kwam daar een clubje ambtenaren dat een netwerk-bijeenkomst organiseerde: om mensen aan elkaar voor te stellen die al vele jaren met elkaar samenwerkten, zonder dat ze voor dat samenkomen hulp van de gemeente nodig hadden. „Het systeem trekt alles naar zich toe. Er willen meteen ambtenaren of wethouders langskomen om ‘te leren’ of zelfs om te kunnen zeggen: ‘Dit hebben we mogelijk gemaakt.’ Dan voelen stadmakers zich verplicht om hun deuren te openen en bij werkbezoeken te laten zien hoe geweldig het is dat de wethouder het mogelijk heeft gemaakt.”

Het zijn spartelende zielen in een systeem waarvan ze zelf ook wel inzien dat het niet werkt

Corona laat volgens haar zien dat het systeem al langer murw geslagen was. „We moeten niet meer energie steken in het overeind houden van de oude, trage, bureaucratische systemen, maar in de kleine sprankjes hoop in de vorm van de mensen die zelf iets willen doen. Als dát wordt aangewakkerd, gaat het groeien, bloeien, en dan verandert het systeem van onderaf.”

Is het niet ook tekenend dat Ziegler het de hele tijd heeft over ‘systemen’? Een nogal abstract woord, dat op zichzelf al klinkt als iets waarbij je je maar beter niet te veel moet voorstellen van eventuele eigen invloed. Het klinkt haast alsof er helemaal geen mensen werken in die ‘systemen’.

„Het opmerkelijke is dat bijna alle ambtenaren die ik spreek het hiermee eens zijn. Het zijn spartelende zielen in een systeem waarvan ze zelf ook wel inzien dat het niet werkt. We moeten af van een abstract bestuursapparaat dat pretendeert dat het de wereld gaat redden maar eigenlijk ook niet weet hoe.”

Bestuurders en ambtenaren moeten weer onderdeel worden van gemeenschappen waarin mensen ervaren dat ze ertoe doen, zegt ze. „En daarvanuit gaan samenwerken aan de grotere complexe vraagstukken. In plaats van de samenleving ‘uitnodigen’ voor ‘participatie’. Daarmee is de kloof alleen nog maar groter geworden.”

Dat luisteren, om te kunnen horen wat mensen zelf willen, dát ontbreekt zo vaak, merkt ze.

Foto’s Dieuwertje Bravenboer

Terugwerpen op gemeenschap

Maar is het wel realistisch wat Ziegler wil? Vinden de meeste mensen het niet ook stiekem wel best om gedoe in de wijk lekker uit te besteden aan ambtenaren? Hebben mensen het niet al druk zat?

„Op het moment dat mensen weer moeten terugvallen op hun eigen gemeenschap, is dat in het begin onwennig, veel mensen zijn het amper nog gewend om met een medewijkbewoner in gesprek te gaan. Maar het wordt al snel heel fijn. Dat hebben veel mensen in de eerste coronagolf ook wel gemerkt, dat het contact met buren en de wijk veel hechter werd. Dan gaan ze namelijk nadenken: hoe gaan we dit buurtprobleem samen met de buurman en buurvrouw oplossen? Dat zorgt voor veel meer energie, is veel vrolijkmakender. Dat je binnen een kleinere gemeenschap wat kunt bijdragen. Dat je niet vast komt te zitten in het systeem, maar dat het systeem naar de initiatieven uit de kleine gemeenschappen toe beweegt.”

Op veel plekken in Nederland ziet zij mensen die initiatief nemen, die bijvoorbeeld een buurttuin onderhouden of een energiecoöperatie hebben opgezet. Volgens Ziegler is bijdragen aan een gemeenschap, aan je eigen leefomgeving, het wezenlijkste in een mensenleven.

„Dat maakt ons gelukkig, verbonden met elkaar en geeft zin aan het leven. Dat maakt ons land, de stad, het dorp een leefbare plek. Ieder mens dat opstaat en zich gaat inzetten voor een betere wereld moet op een voetstuk worden geplaatst, bejubeld, gesteund en worden geholpen. Geen commissie mag dit beoordelen, geen regeling mag dit in de weg staan, geen systeem mag daarover gaan.”