Het geel is vergeven, maar er valt nog genoeg te beleven in de Tour

Pyreneeënrit Dat Tadej Pogacar de eindzege in de Tour nauwelijks kan ontgaan, lijkt zeker. Maar op andere fronten is de strijd nog volop gaande.

Etappewinnaar Sepp Kuss komt over de finish in Andorra.
Etappewinnaar Sepp Kuss komt over de finish in Andorra. Foto Benoit Tessier / Reuters

Een normale etappe zou al bijna zijn afgelopen, als Jonathan Castroviejo van Team Ineos met een paar vinnige pedaalslagen zijn fiets iets verder de weg tegen de berg Beixalis optrekt. Het is tien voor half zes, en de 34-jarige Spanjaard die in dienst rijdt van zijn kopman Richard Carapaz is echt op; hij stuurt weg.

Dan is het bal geopend. Binnen tien minuten doen Carapaz, Ben O’Connor (AG2R), Tadej Pogacar (UAE), Jonas Vingegaard (Jumbo-Visma) en Rigoberto Uran (EF Education) een poging weg te komen. Carapaz, Vingegaard, O’Connor en geletruidrager Pogacar proberen het nog een keer. Tussen de aanvallen door kijken de klassementsrenners elkaar aan alsof ze vragen: ‘Ben jij nu aan de beurt of ik?’

Zo ontbrandde zondag de vijftiende etappe van de Tour de France, de eerste Pyreneeënrit, op de valreep alsnog en kregen de wielerfans een beloning waar ze lang op hadden moeten wachten.

Hitte

Al vanaf de start zinderde de etappe van spanning. Zou Pogacar de hitte kunnen weerstaan, iets waarvan hij zelf aangaf dat hij eronder lijdt? En waarvoor anders dan een aanval op het geel stuurde Jumbo-Visma de drie renners die Jonas Vingegaard, het Deense talent van de ploeg die derde staat, moeten helpen in de bergen mee in een vroege ontsnapping? In eenzelfde kopgroep waar ook twee renners van het Ineos van Carapaz (dan nog vijfde) en twee renners van het EF Education van Rigoberto Uran (derde) in zitten?

Het gevecht op de Beixalis was exemplarisch voor de tweede Tourweek. Voor elke seconde en voor elk bergpunt werd gestreden. De bolletjestrui hangt opnieuw om de schouders van Wout Poels. Hij sprintte met Michael Woods, Wout van Aert en Nairo Quintana om de punten. Het leidde nog niet tot definitieve beslissingen. In het algemeen klassement staan de nummers 2 tot en met 6 binnen een minuut van elkaar, voor de bolletjestrui is het verschil tussen koploper Poels en Van Aert (vierde) tien punten.

Alle demarrages en sprintjes bergop konden niet verhullen dat de tweede week van deze Ronde van Frankrijk minder opwindend was dan de eerste. Dat kon je aan zien komen: Tadej Pogacar nam in de Alpenritten vorig weekend zo’n grote voorsprong dat zolang hij niet instort de strijd om de gele trui is gestreden.

Pogacar leefde de afgelopen dagen ontspannen naar de eerste Pyreneeënrit en rustdag toe. Hij prees meermaals zijn teamgenoten, tot zover zijn enige zwakke plek, voor hun ondersteunende werk. Hij heeft bovendien goede herinneringen aan de Pyreneeën sinds hij daar in de Vuelta van 2019 zijn eerste etappe in een grote ronde won en derde werd in het algemeen klassement van die ronde.

Pogacar is echter niet onfeilbaar, bleek afgelopen woensdag tijdens de dubbele beklimming van de Mont Ventoux. De Sloveen kon niet volgen toen Jonas Vingegaard ruim een kilometer voor de top van de tweede klim demarreerde. Vingegaard probeerde het zondag opnieuw, „maar het leek erop alsof de een niet sterker was dan de ander”, zei hij na afloop.

Zondag was er weinig aan de hand. Pogacar leek elke aanval eenvoudig te pareren en probeerde zelf vergeefs twee keer weg te komen. „Ik verwachtte wel dat de anderen gingen aanvallen, maar ik voelde me goed dus ik maakte me geen zorgen.”

Ondanks het gebrek aan spanning bovenin het klassement viel er deze week genoeg te beleven: zaterdag was er de zege van Bauke Mollema, na een solo van veertig kilometer. Voor Jumbo-Visma was de solo van Wout van Aert op de Mont Ventoux het succesje waar het team na alle valpartijen en uitvallers (Gesink, Roglic, Martin) hard aan toe was. Zondag volgde de tweede etappezege van Sepp Kuss, een van de renners die een huis in Andorra heeft. In zijn thuiswedstrijd kwam hij, na een demarrage op de slotklim, solo over de finish in La Vella.

Record

Daarnaast werd vrijdag het record van Eddy Merckx van 34 Touretappezeges geëvenaard door Mark Cavendish, die alweer zijn vierde sprintzege deze Tour boekte. Cavendish wilde zichzelf niet met de grote Merckx vergelijken. „Hij is de grootste renner aller tijden. Maar laat je nooit door anderen vertellen dat je iets niet kunt doen.”

Als de vele aanvallen van de klassementsrenners een tendens blijken te zijn die zich ook na de tweede rustdag doorzet, dan belooft de laatste Tourweek veel goeds, met twee zware Pyreneeënritten met finish bergop. Wellicht dat de aanhoudende warmte – de afgelopen dagen kwam de temperatuur boven de dertig graden – dan wel zijn tol eist.

Het eerstvolgende strijdtoneel ligt woensdag op de Col du Portet, een geitenpad met een lengte van 16 kilometer en een gemiddelde hellingsgraad van 8,7 procent. Drie jaar geleden is de klim speciaal voor de Tour geasfalteerd. Het peloton beklimt hem deze Tour voor de tweede keer, in 2018 geleden won Nairo Quintana er de etappe.

De ‘nieuwe Tourmalet’ noemt de Tourorganisatie de berg. Die statuur heeft de klim nog lang niet. Het is aan de renners om er woensdag nieuwe wielergeschiedenis te schrijven.