Opinie

De snelle erosie van onze omgangsvormen

Louise O. Fresco

Het was de beroemde antropologe Margaret Mead die met haar boek Sex and Temperament in Three Primitive Societies (1935) de wetenschappelijke basis legde voor wat wij nu vanzelfsprekend vinden. Er is nauwelijks discussie meer over het feit dat de rollen van vrouwen en mannen minder door biologische kenmerken worden bepaald dan door culturele normen en waarden.

In drie ‘primitieve’ samenlevingen, zoals dat in die koloniale tijd nog heette, in Papoea-Nieuw-Guinea, op relatief korte afstand van elkaar, vond ze grote verschillen. Bij de ene stam waren vrouwen dominant en mannen emotioneel afhankelijk, bij de andere deelden mannen en vrouwen de zorg voor kinderen, en bij de derde stam zijn zowel vrouwen als mannen agressief. Dat was een verbijsterend inzicht in de westerse wereld, waar tot dan toe gedacht werd dat het baren van kinderen betekende dat vrouwen emotioneel waren, afhankelijk en niet in staat tot leiderschap.

De rest is geschiedenis. Sinds Mead, op wie uiteraard de nodige kritiek kwam, zijn er duizenden studies gedaan naar de rolverdeling en verschillen in capaciteiten tussen mannen en vrouwen. Grofweg gezegd komt daaruit dat de variatie binnen de groepen vrouwen respectievelijk mannen altijd groter is dan die tussen de seksen. Ja, er zijn verschillen, maar die zijn zelden puur op biologie terug te voeren. Niettemin hebben miljoenen vrouwen sinds Mead moeten vechten om niet gediscrimineerd te worden op basis van vermeende biologisch bepaalde geestelijke eigenschappen, vaak gesanctioneerd door religie. Het gaat steeds beter, maar je hoeft maar naar de terugkeer van de Taliban te kijken om te vrezen voor het lot van de Afghaanse meisjes die niet meer naar school mogen en hun moeders die weer opgesloten worden in purdah.

Over de diepe wortels van de achterstelling en vernedering van vrouwen kun je lang filosoferen. Van te veel testosteron bij mannen tot angst voor de barensmacht van vrouwen, er is voor elk wat wils. Maar de enige manier om er iets aan te doen is stug door te gaan met verzet tegen welke discriminatie dan ook. Wettelijk is alles in de meeste OESO-landen keurig geregeld, maar geïnternaliseerde uitsluiting en miskenning blijven zorgwekkend. De recente golf van grove verbale misogynie die vrouwelijke politici hier en elders ten deel valt, is verontrustend. Je kunt je afvragen waar die opleving vandaan komt.

Natuurlijk, sociale media maken anoniem schelden laagdrempelig. Maar er speelt ook een onuitgesproken ongenoegen over de samenleving mee. Nu alles met elkaar verbonden lijkt en niemand ontsnapt aan de pandemie, lijkt de wereld oncontroleerbaar. Dat creëert een gevoel van instabiliteit en kwetsbaarheid. En wie bang is, bijt en verlangt naar een sterke hand. Een mannelijke hand uiteraard. Een goed functionerende overheid dempt dergelijke gevoelens. Maar als de overheid in gebreke schijnt te blijven, worden juist vrouwen in de politiek het eerste doelwit. Zij krijgen een buitenproportionele portie afkeuring en gescheld die niet voorkomt bij vrouwen in het bedrijfsleven of het onderwijs.

Met vooruitziende blik waarschuwde Margaret Mead zelf dat het inzicht dat rollen van mannen en vrouwen cultureel en dus maakbaar zijn, zowel de deur opent naar een samenleving met een grotere diversiteit, als naar een fascistisch en communistisch mensbeeld waar het individu maakbaar is ten behoeve van het hogere doel.

Een moderne samenleving moet je uiteindelijk beoordelen op de manier waarop discriminatie verdwijnt, diversiteit groeit en wederzijds respect en waarheidsgetrouwheid de norm zijn. De snelle erosie van onze omgangsvormen jegens vrouwen (en mannen) zou daarom ieder een zorg moeten zijn.

Louise O. Fresco is schrijfster en voorzitter raad van bestuur van Wageningen University & Research (louiseofresco.com).