Reportage

De EK-finale in Londen is een doldriest carnaval van de Engelse bevolking

EK voetbal Voor veel Engelsen, vanuit alle delen van het land naar Londen gekomen, was de EK-finale een groot feest. „Football is coming home” – ongeacht de uitslag van de wedstrijd tussen Engeland en Italië.

Buiten het Wembley-stadion was het zondag de hele dag feest.
Buiten het Wembley-stadion was het zondag de hele dag feest. Foto Andy Rain / EPA

Met zijn lijzige accent uit Merseyside trekt Ian Broudy in alle vroegte hard aan de rem. Een enthousiaste presentatrice van het ochtendjournaal wil van de muzikant weten of hij een aangepaste versie van zijn beroemde lied ‘Three Lions’ gaat uitbrengen als Engeland het EK wint. „It has come home?” reageert de zanger-tekstschrijver gevat. „Elke fan weet dat je het noodlot niet moet tarten.”

De essentie van de kraker gaat niet verloren tussen de beelden van euforische Engelsen in alle delen van het land. De zelfspot over het eeuwige smachten naar een hoofdprijs wordt benadrukt door oud-international Danny Mills. „We zijn de underdog. Die jongens hebben al een fantastische prestatie geleverd. Ook als het niet lukt, mogen we trots op hen zijn.”

Op straat lijkt eenzelfde soort gevoel zich meester te maken van de bevolking, stamgasten van de Faltering Fullback niet meegerekend. Om zes uur ’s ochtends staat al een rij mensen zingend voor de deur van de kroeg in Finsbury Park. De kiosken komen voor tienen nauwelijks af van hun zondagkranten met bombastische voorpagina’s. Veel Londenaren kiezen ervoor de tijd te doden met een rondje hardlopen of een rit op de racefiets.

Lees ook: Italië, de grote smaakmaker, wint EK van de zorgen

Net als de Britse hoofdstad de indruk wekt ingetogen naar de finale toe te leven, komt een taxi voorbij scheuren. „Sweet Caroline”, brullen de vier passagiers uit de open ramen naar voorbijgangers in de wijk Islington. Ogen lichten op. Glimlachende gezichten. Vuisten gaan de lucht in. Het nummer van Neil Diamond hoort net zo bij het Engelse team als het rode St. George’s Cross.

Diep onder het wegdek wordt duidelijk dat het uitgelaten viertal de top van een gigantische ijsberg vormt. De roltrappen van de metrostations vullen zich voor de lunch met een schier oneindige stroom van supporters. De noorderlingen, die zijn aangekomen op station Euston en Victoria, zijn met afstand het luidruchtigst. Veel van de meegebrachte treetjes bier en cider hebben de (lange) reis uit steden als Manchester en Leeds niet overleefd.

Eén noorderling piekt tot vermaak van zijn metgezellen wel héél vroeg. Gierend van de lach struikelt de man om de haverklap. Eenmaal aangekomen bij Leicester Square valt hij niet meer op. Het plein in het centrum trekt voetbalfans uit alle windstreken aan als een magneet. De regenboognatie, zoals premier Boris Johnson het Verenigd Koninkrijk graag noemt, krijgt hier gestalte. Een doldriest carnaval van talloze bevolkingsgroepen.

Wonderwall

Als een gitarist ‘Wonderwall’ ten gehore brengt, komt de volksaard naar boven. De hit van de band uit Manchester Oasis wordt feilloos door de menigte meegezongen. Muziek en samenzang horen bij de Engelse cultuur. Een ander trekje komt direct na afloop aan de oppervlakte. Als een bal op de glazen uitbouw van bioscoop Odeon belandt, vliegen tientallen blikken bier tegen het glas. De ruiten trillen, maar breken niet.

Politieagenten kijken het oogluikend aan. Zolang agressie uitblijft, staan de ze met de armen over elkaar. Een ME’er nabij Trafalgar Square helpt aangeschoten jongeren zelfs om hun flessen bier open te maken. Beveiligers van The National Gallery zijn een stuk nerveuzer, net als het plukje bezoekers dat zich op zondagmiddag niet druk maakt over het voetbal. Hun zorgen zijn niet geheel overdreven.

Te vroeg aangestoken fakkels noodzaken Transport for London om King's Cross, Victoria en Charing Cross tijdelijk te sluiten. Rode en witte zwavelwalmen benemen reizigers de adem en zorgen voor een apocalyptische sfeer. Van kwade opzet lijkt geen sprake. In de euforie verliest een enkeling zichzelf. Het mag pas 14.00 uur in de middag zijn, de tassen en kartonnen dozen vol alcoholische versnaperingen blijven niet onaangeroerd.

Ladingen fans

Alle wegen leiden vandaag naar het nationale stadion van Engeland. Telkens als een verse lading met fans arriveert, dikt de enorme menigte op Wembley Way een beetje in. De vreugde neemt elke minuut in volume en uitbundigheid toe. Voetbal lijkt in de circustent in de open lucht niet meer dan een bijzaak. Het harmonieuze gezang van eerder op de dag maakt plaats voor een kakofonie aan geluid.

Schimmige kaartverkopers proberen gebruik te maken van het collectieve bacchanaal. Een lodderige vrouw wordt onder druk gezet om een paar duizend pond neer te tellen voor een ticket voor de finale. Ze hapt niet toe, maar twijfelt. Achter haar vliegen pylonen en ballen van diverse formaten de lucht in, terwijl voor de zoveelste maal een lied over de Engelse verdediger Harry Maguire luidkeels wordt gezongen.

Als de teambus van de Engelse ploeg om 17.32 uur vertrekt bij The Grove Hotel in Watford, gaan de remmen bij Wembley los. Naaktlopers paraderen in de rondte. Mannen verkleed als ridder klimmen in lantaarnpalen. Tientallen twintigers zien hun kans schoon om op een bus te klauteren. Passerende automobilisten krijgen een bierdouche. Net als het uit de hand dreigt te lopen, gaan de poorten van het stadion open.

Voor de ongeveer zestigduizend gelukkigen met een toegangsbewijs moet het hoofdgerecht dan nog worden voorgeschoteld. De honger naar de eerste prijs sinds het winnen van het WK in 1966 spat van hen af. „It’s coming home”, galmt van de tribunes als de spelers het veld opkomen. Is de waarschuwing van Ian Boudry vergeten? Niet helemaal. Zoals een vijftiger het samenvatte: „Het feest is alvast geslaagd. De uitslag kan dat niet meer verzieken.”