Marie Rosenkrantz Lindegaard: „Tijdens de tweede lockdown hielden mensen zich veel langer aan de regels.”

Foto Merlijn Doomernik

Interview

‘Camera’s zien wat mensen écht doen’

Marie Rosenkrantz Lindegaard | gedragswetenschapper Hoe gedragen mensen zich op straat tijdens de pandemie? Vragenlijsten geven daar geen goed antwoord op. Camera’s wel.

Als het kabinet in maart 2020 de eerste pandemielockdown aankondigt kan Marie Rosenkrantz Lindegaard (45) alleen maar denken: „Ik móét die beelden hebben!” Namelijk de beelden van de honderden beveiligingscamera’s in winkelstraten en uitgaansgebieden in Amsterdam.

Lindegaard, bijzonder hoogleraar dynamics of crime and violence aan de Universiteit van Amsterdam, gebruikt deze beelden al jaren om overvallen en opstootjes te bestuderen. Nu wil de antropoloog en criminoloog bekijken wat de coronamaatregelen doen met het gedrag op straat. Ze stuurt meteen een appje naar haar contactpersoon bij de politie.

Een paar dagen later krijgt Lindegaard toestemming om de beelden van 50 camera’s te gebruiken. En toegang tot de beelden van de vier weken ervoor, toen er nog geen lockdown was. Een collega bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving telt de voorbijgangers en meet hun onderlinge afstand.

„In het begin hielden mensen supergoed afstand en gingen ze weinig naar buiten. Na drie weken was die voorzichtigheid al bijna verdwenen”, vertelt Lindegaard in haar werkkamer. Na publicatie van de eerste resultaten in PlosOne gaan ze door met kijken. „Daardoor weten we dat tijdens de tweede lockdown mensen zich veel langer aan de regels hielden dan tijdens de eerste. Vooraf was mijn gevoel dat het andersom zou zijn.”

Dat toont volgens haar hoe nuttig het gebruik van camerabeelden kan zijn. Sociale wetenschappers werken traditioneel vooral met vragenlijsten. „Maar wat mensen rapporteren, zegt vaak niets over wat ze echt doen”, zegt Lindegaard. Zo meldden de deelnemers aan de gedragsmonitor van het RIVM gedurende de hele pandemie dat ze steeds dezelfde afstand tot anderen hielden. Lindegaard: „Op de beelden zag je dat mensen minder afstand gingen houden als de pandemie minder ernstig was – en meer als de besmettingen toenamen.”

Na dit onderzoek hebben Lindegaard en haar collega’s veel vaker camerabeelden gebruikt om gedrag tijdens de pandemie te bestuderen. In Amsterdam ontdekten ze dat mondkapjes, waarmee kort werd geëxperimenteerd, niet zorgen voor meer riskant gedrag. In dezelfde stad zagen ze begin dit jaar dat de avondklok zorgde voor een lichte afname van het aantal mensen op straat. Voor Lindegaard bevestigt dit dat wetenschappers zo „real life en heel precies kunnen vaststellen wat mensen écht doen en dus ook wat wel werkt en wat niet.”

In het begin wilde ik alles coderen, maar dat bleek onwerkbaar

Wat doen jullie precies?

„Eigenlijk wat gedragsbiologen doen bij dieren. We beschrijven de gedragingen helemaal, inclusief de exacte volgorde van handelingen, en kwantificeren die. Daarbij geven we bijvoorbeeld een bepaalde armbeweging een code. In het begin wilde ik alles coderen, maar dat bleek onwerkbaar. Nu beperken we ons bij conflicten tot agressie en aanrakingen.”

Wanneer bent u dit gaan doen?

„Vroeg in mijn loopbaan. Als postdoc interviewde ik honderden overvallers, die mij vertelden: ik gebruik alleen geweld als het slachtoffer weerstand biedt. In de literatuur zeggen slachtoffers dat daders hoe dan ook geweld gebruiken. Daarom vroeg ik beelden op. Die gaven de daders gelijk. Toen ben ik doorgegaan met beelden en gaan kijken naar vechtpartijen op straat en in bussen, en dan vooral de rol van de omstanders.”

Opstootjes die niet uit de hand lopen komen niet bij de politie, maar willen we wel zien

Wat is die rol?

„Zij voorkomen vaak dat een opstootje uit de hand loopt, weten we door ons onderzoek in Amsterdamse uitgaansgebieden. Als de situatie gevaarlijk wordt, grijpen omstanders in. Vrienden doen dat vaker dan onbekenden, maar lopen dan wel de kans om zelf betrokken te raken bij een vechtpartij. Die dynamiek is hetzelfde in Kaapstad, waarvan we ook beelden uit het nachtleven hebben. Ik had culturele verschillen verwacht, maar die vonden we niet.”

Hoe kom je aan het materiaal?

„We krijgen de beelden altijd via de politie, na toestemming van het OM. De beelden van overvallen komen uit politiedossiers. Opstootjes die niet uit de hand lopen komen niet bij de politie, maar willen we wel zien. Daarom hebben we de ambtenaren die in de control room de 300 camera’s in Amsterdam bekijken, getraind in het herkennen van opstootjes. Normaal gesproken worden beelden vernietigd na 28 dagen, opstootjes-beelden mogen langer worden bewaard.”

Hoe meet je afstanden tussen mensen op camerabeelden die vertekening geven?

„In het begin maakten we tekeningen en maten de afstand tussen bomen en afvalbakken enzovoorts. Vervolgens hebben we daarvoor met succes een algoritme ontwikkeld. Een algoritme kan ook heel goed mensen tellen. Maar het kan niet zien of mensen elkaar kennen, een mens kan dat wel. Als je iemand kent, loop je naast hem of haar – bijvoorbeeld. Die kennis hebben we ontwikkeld door te kijken naar video’s van vechtpartijen waarvan we ook getuigenverklaringen hadden en dus wisten wie wie was. Die kennis over hoe je huisgenoten kan herkennen door hun gedrag hebben we gedeeld met de politie, die op een gegeven moment boetes moest uitdelen aan mensen die geen afstand hielden. Zo gaven we ook kennis terug.”

Lees hier over de frustraties van gedragswetenschappers over hun bijrol in de pandemie

Het Outbreak Management Team kreeg jullie avondklokonderzoek gepresenteerd als bewijs dat deze maatregel werkte. Zie u dat ook zo?

„Uit onze tellingen bleek dat het aantal mensen op straat na de invoering van de avondklok inderdaad was gehalveerd. Dat effect leek alleen groter dan het was, want er waren daarvoor al weinig mensen op straat door de lockdown. We hebben de absolute aantallen van enkele jaren vergeleken. Dan zie je een klein verschil tussen lockdown en lockdown-plus- avondklok, en een heel groot verschil tussen lockdown en niet-lockdown.”

Omstanders grijpen in bij gevaar, maar is dat omdat ze zelf bang zijn of omdat ze voelen dat het slachtoffer gestresst is?

Hoe komt het dat uw onderzoek wel een rol heeft gekregen bij de pandemiebestrijding en dat van veel andere gedragsonderzoekers niet?

„Dat komt deels doordat onvoldoende bekend is wat gedragswetenschappers te bieden hebben; een collega heeft bijvoorbeeld met sensoren afstanden tussen mensen gemeten in een supermarkt en op een kunstbeurs, maar de overheid heeft verzuimd om dat onderzoek te helpen uitbreiden. Deels komt het doordat wij niet in staat waren om de precieze onderzoeksresultaten te leveren waaraan de overheid en de adviserende virologen, epidemiologen en medici behoefte hadden. Voor mij is de les dat we beter moeten worden in real life micrometingen van menselijk gedrag. En er zijn nu zoveel camerabeelden waarmee dat kan.”

Wat kan je niet met camerabeelden?

Resoluut: „Achterhalen waarom mensen dingen doen. Omstanders grijpen in bij gevaar, maar is dat omdat ze zelf bang zijn of omdat ze voelen dat het slachtoffer gestresst is? Dat kan ik niet zien. Ik weet ook niet of omstanders in Japan op dezelfde manier ingrijpen als in Nederland. Daarom zou ik graag internationaal meer vergelijkingen willen doen om te zien of er culturele verschillen zijn.”