Opinie

Landbouw moet deels plaatsmaken voor wonen en leven in drukbezet Nederland

Stikfstofbeleid

Commentaar

Wie wil snappen hoe Nederland aan het stikstofprobleem is gekomen waar het nu zo mee worstelt, heeft deze zomer de kans om dat van dichtbij te aanschouwen. In een reprise (het stuk speelde ook al in 2014 en 2015) zet toneelgroep Jan Vos de komende weken het stuk ‘Mansholt’ op de planken. Een biografisch stuk, gespeeld op boerderijen in het hele land, naar het leven van voormalig minister van Landbouw en eurocommissaris van Landbouw Sicco Mansholt (1908-1995). De sociaal-democraat die zich in het na-oorlogse Nederland zo bekommerde om de slechte inkomenspositie van de keuterboeren, dat hij de deur naar schaalvergroting in de landbouw wagenwijd openzette.

Met alle gevolgen van dien. Want deze week werd, wederom, duidelijk dat die weg naar schaalvergroting eindig is. Een rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving over de stikstofuitstoot toonde aan dat vrijwillige opkoopregelingen om boeren te laten stoppen, zich niet verhouden tot het halen van de klimaatdoelen.

Daarmee staat de politiek voor een heldere, maar lastige keuze: zet Nederland de klimaatdoelen overboord, of wordt drastisch ingegrepen in de landbouw? En drastisch zal het worden volgens het PBL: in provincies als Noord-Brabant, Gelderland en Overijssel kan zelfs de natuurvriendelijkste biokoe niet in de wei blijven staan als de milieudoelen serieus worden genomen. De vraag voor het nieuwe kabinet is dus: hoeveel minder landbouw gaat Nederland hebben om de milieu-, klimaat- en natuurdoelen te halen die het zichzelf heeft opgelegd.

Veelal eindigen dergelijke debatten in traditionele politieke schuttersputjes: partijen als VVD en CDA steunen de boeren, terwijl D66 en GroenLinks het klimaat willen redden. Als er al iets gebeurt, is dat halfslachtig en daarmee gedoemd te mislukken. In die zin was het hoopgevend dat juist het CDA deze week een ommezwaai maakte.

Het CDA ziet een krimp van de veestapel „niet als doel op zich” en noemt in de nieuwste landbouwvisie van de partij ook geen streefcijfer van het aantal boeren dat moet stoppen. Wel wordt de ambitie uitgesproken om in 2030 de stikstofuitstoot te halveren. Boeren die daardoor moeten verdwijnen („onvermijdelijk”), moeten van de partij gecompenseerd worden.

Daarmee kreeg het boerenprotest op het Malieveld deze week iets van een verloren strijd. Met het CDA aan boord om daadwerkelijk tot een inkrimping van de veestapel te komen, is de kans dat dat daadwerkelijk gaat gebeuren nog nooit zo groot geweest als nu.

Want dat er moet worden ingegrepen, is evident. Al decennialang wordt er gepleit voor het verkleinen van de veestapel. Die is met 100 miljoen kippen, 12 miljoen varkens, 4 miljoen koeien en nog enkele honderdduizenden schapen en geiten enorm te noemen. Het grootste deel van de agrarische productie gaat naar het buitenland, Nederland is de tweede landbouwexporteur ter wereld.

Eind jaren negentig waren dierziektes als de vogelgriep en de varkenspest aanleiding om de veesector aan te pakken. Wat later werden dierenwelzijnsregels aangegrepen om de grootschaligheid van de landbouw te beteugelen. En de laatste jaren zijn klimaat en milieu de argumenten om de boeren tot matiging te dwingen.

Het mes moet dus in de veestapel. Maar niet zonder oog te houden voor de individuele boeren die daar vaak al generaties lang in werken. Het is hen niet te verwijten dat zij hun bedrijf zijn blijven voeren. Vaak zijn werk en privé volledig met elkaar verbonden in het boerenbestaan en hebben de meeste boerenfamilies zo goed en zo kwaad als dat ging geprobeerd de steeds scherpere milieu- en dierenwelzijnsregels te volgen. Wie daar nu alsnog een streep onder wil zetten, zal dat met menselijkheid en een reële compensatie voor geleden verlies moeten doen.

Critici van deze aanpak wijzen er altijd op dat een deel van de boeren die zich laten uitkopen vaak op een andere plek, in een ander land, hun bezigheden weer oppakken. Zo verplaatst het stikstofprobleem zich alleen maar, zeggen zij. Dat mag zo zijn, het is precies waar het in dit debat om gaat. Het stikstofprobleem is in Nederland bovenal een concentratieprobleem. In een land waar onder druk van terechte milieudoelen toch al permanent de afweging gemaakt moet worden tussen woningbouw, infrastructuur, groene ruimte en landbouw, kan door wat minder van het laatste te doen de rest letterlijk en figuurlijk wat meer adem krijgen.

Het willen voeden van de wereld blijft 70 jaar na Sicco Mansholt nog steeds een belangrijke opdracht van de agrarische sector. Maar dat hoeft, nee sterker nog, dat mag en kan niet meer allemaal vanuit Nederland gebeuren. Daarvoor is de ruimte domweg te beperkt.