Analyse

Interne verdeeldheid bezorgde CDA zware nederlaag bij Kamerverkiezingen

CDA Het oordeel van de commissie-Spies over de crisis bij het CDA is niet verrassend. Wel hard. Over en weer waren kopstukken vooral bezig met het eigen belang. „Ook Omtzigt moet sorry zeggen.”

De drie kandidaatlijsttrekkers Mona Keijzer, Hugo de Jonge en Pieter Omtzigt voor aanvang van een onderling debat in juni 2020.
De drie kandidaatlijsttrekkers Mona Keijzer, Hugo de Jonge en Pieter Omtzigt voor aanvang van een onderling debat in juni 2020. Foto JEROEN JUMELET/ANP

De traditie van een evaluatiecommissie na een verkiezingsnederlaag werd deze zaterdag door het CDA in leven gehouden, maar een feestdag werd het niet. In de KNVB Campus in Zeist presenteerde Liesbeth Spies een rapport dat een commissie onder haar leiding schreef over het vermaledijde jaar voor het CDA: van de lijsttrekkersverkiezing tot de nederlaag bij de Tweede Kamerverkiezingen. Aan haar zijde stond waarnemend partijvoorzitter Marnix van Rij. Een paar minuten nadat hij het rapport van haar had aangenomen maakte hij bekend dat het partijbestuur die ochtend al had besloten op te stappen. Oud-voorzitter Rutger Ploum had die stap al direct na de verkiezingsnederlaag in maart gezet.

Nieuw waren de conclusies niet uit het rapport, dat de titel Zij aan zij werken aan herstel! draagt, wel hard. De commissie toont de mechanismen van een partij die uit elkaar gevallen is. De hashtag die de partij in de verkiezingen veelvuldig gebruikte, #TeamCDA, bleek niet meer dan wat letters achter elkaar. In werkelijkheid was er van een teamgevoel geen sprake. Veelzeggend is de oproep in het rapport „om partijbelang boven eigenbelang te stellen: niemand is groter dan de partij”.

De commissie-Spies constateert dat het „lerend vermogen in onze partij klein is”. Het CDA heeft een onduidelijk profiel. Er werd niet goed samengewerkt tussen de partij, de fractie van de Tweede Kamer, bewindspersonen en het Wetenschappelijk Instituut. Te lezen valt over een continue interne strijd tussen verschillende kampen die „eigenbelang stellen boven het belang van het Team CDA”, maar ook over „gebrek aan onderling vertrouwen en gebrek aan bestuurlijk leiderschap”.

Lijsttrekkersverkiezing

De problemen begonnen al na het opstappen van Sybrand Buma als partijleider toen hij in 2019 burgemeester van Leeuwarden werd. Het CDA belandde toen in een „leiderschapsvacuüm”, schrijft de commissie. „Velen spreken van een ‘stadhoudersloostijdperk’ en geven aan dat deze periode te lang geduurd heeft.” Vervolgens is er te laat besloten een lijsttrekkersverkiezing uit te schrijven en daarbij ontbrak regie van het landelijk partijbestuur. Het rapport beschrijft een verkiezing met veel onderling wantrouwen tussen de campagneteams van de lijsttrekkerskandidaten, Hugo de Jonge, Mona Keijzer en Pieter Omtzigt. Zij beschuldigen elkaar ervan de regels te hebben overtreden. Dat heeft „ook in de periode na de verkiezing de eenheid binnen de partij geschaad”. Er was sprake van „een vijandige sfeer en CDA-onwaardige omgangsvormen.”

De verdeeldheid, schrijft de commissie ook, heeft de positie van Hugo de Jonge als lijsttrekker „ernstig ondermijnd”. Na de verkiezing is de partij „onvoldoende achter de lijsttrekker” gaan staan. In het rapport wordt een eerdere lezing die het Kamerlid Pieter Omtzigt vorige maand in vertrouwelijkheid had willen delen met de evaluatiecommissie gedeeltelijk bevestigd. In dat stuk, dat uitlekte, had Omtzigt beschreven hoe het voortijdig opstappen van Hugo de Jonge als lijsttrekker kwam door interne druk, die onder andere was ontstaan doordat de fondsenwerving achter was gebleven. In het zaterdag gepresenteerde rapport staat dat de druk op de positie van De Jonge toenam „als gevolg van de oplaaiende coronapandemie, de teruglopende peilingen en de tegenvallende fondsenwerving”. Volgens Pieter Omtzigt had hij afgesproken met toenmalig partijvoorzitter Ploum dat hij lijsttrekker mocht worden als Hugo de Jonge zou uitvallen. Dat werd uiteindelijk Wopke Hoekstra, de demissionair minister van Financiën die zelf helemaal niet aan de lijsttrekkersverkiezing had meegedaan.

Over deze claim van Omtzigt schrijft de commissie dat „de verklaringen elkaar tegenspreken”.

In de toekomst nog eens een lijsttrekkersverkiezing organiseren, dat verdient in elk geval niet de voorkeur van de commissie-Spies. In plaats daarvan adviseert zij een enkelvoudige voordracht.

Kritiek op Hoekstra

Na zijn aantreden mocht Hoekstra via amendementen invloed uitoefenen op het toen al afgeronde verkiezingsprogramma. De commissie constateert nu dat „het democratische geaccordeerde proces dat wij in de partij kennen lijdt onder deze werkwijze.” De veranderingen die Hoekstra doorvoerde zorgden er ook voor dat leden zich niet meer herkenden in het CDA-verhaal. Zo vonden leden de verkiezingsleus van Hoekstra, ‘Nu doorpakken’, „te ver af staan van de partij”. Door fouten in de campagne is het CDA-verhaal „niet goed doorgekomen”. „Dat geldt zowel voor de inhoud als voor de activiteiten.” Leden zagen de waarden van het CDA en de partijthema’s niet terug in de campagne. Zij hadden meer willen zien van het rapport Zij aan zij, met een toekomstvisie voor het CDA tot 2030. Dat verhaal, uit de zomer van vorig jaar, heeft geen rol gekregen in de campagne van Hoekstra. De afgelopen weken viel op dat Hoekstra Zij aan Zij steeds nadrukkelijker omarmde in besloten digitale sessies met CDA-leden waarin de verkiezingsnederlaag en het opstappen van Pieter Omtzigt als partijlid werden besproken.

Sorry zeggen

Opvallend is dat de redenen voor het opstappen van Omtzigt, een maand geleden, níét worden besproken in het rapport. Omtzigt voelde zich geïsoleerd en soms „ronduit onveilig”. Hij had zijn verhaal aan de commissie-Spies ondersteund met screenshots van appconversaties die tussen CDA’ers zouden hebben plaatsgevonden en waarin hij onder meer werd uitgemaakt voor „teringhond”. Zaterdag zei Spies dat door de fractie maatregelen zijn getroffen. „Er is arbeidsrechtelijk met betrokkenen gesproken, die een berisping hebben gekregen.” Spies hechtte eraan te benadrukken dat „omgekeerd” anderen die genoemd werden door Omtzigt zich ook „gekwetst” hadden gevoeld. „Dus dan heb je weer die tweezijdigheid in de cultuur die we echt aan moeten pakken.”

Wat Spies betreft zouden veel mensen in de partij ‘sorry’ tegen elkaar moeten zeggen. „Dus ook Omtzigt zelf. Daar is sprake van wederkerigheid”, aldus Spies.

Is deze verdeelde partij er klaar voor om te regeren? De harde conclusies uit het rapport zijn volgens Spies en Van Rij geen reden voor het CDA om per definitie niet deel te nemen aan het formatieproces. Zij benadrukten dat er van eenheid in de nieuwe Tweede Kamerfractie – dus zónder Omtzigt – wel degelijk sprake is. Volgens het tweetal is er veel werk te verzetten. Maar wát er zou moeten gebeuren om de eenheid binnen het CDA te herstellen is ook na het rapport dat zaterdag werd gepresenteerd de grote vraag.

Grote afwezige zaterdag was partijleider Wopke Hoekstra. Hij is, als demissionair minister van Financiën, aanwezig bij de G20 in Italië. Verzoeken om te kunnen bellen of zoomen met de partijleider over de harde noten die in het rapport-Spies worden gekraakt over zijn partij konden niet worden gehonoreerd. Op zijn Instagrampagina verschenen door de dag heen zonnige kiekjes.