Opinie

Het grootste verhaal van deze tijd is ook het lastigst: de klimaatcrisis

De ombudsman

Het retweeten van de kritiek ging zelfs nog door toen de krant de beweerde misstap allang had hersteld en heel Nederland in de ban was van de moordaanslag op Peter R. de Vries. Maar het ging dan ook over de grootste kwestie van deze tijd, die geen uitstel, aarzeling of relativering verdraagt: de klimaatcrisis.

Op Twitter protesteerden lezers tegen een foto in NRC van olijke Canadese „badgasten” die met een klapstoeltje in het water, blikje fris of bier in de hand, „verkoeling zoeken” tijdens de verzengende hittegolf in het land. Die legde een heel dorp in de as en had toen al aan ruim zevenhonderd mensen het leven gekost. Waarom dan zo’n luchtige foto, met associaties van langverwachte zonvakanties?

Beetje toondove foto, dus. Overigens, ook elders in de media doken zulke beelden op.

Ook op de NRC-redactie zelf werd die foto in de krant van maandagochtend minder geslaagd gevonden en in de middageditie verruild voor een van rokende bossen bij het getroffen dorp. Niettemin, de tweets bleven dus nog even rondgaan – digitale verontwaardiging slijt maar langzaam. En online wordt de krant op stuksbasis afgerekend.

Voor lezers van de papieren krant, die een totaalbeeld krijgen, zal de verdenking dat NRC het klimaat niet serieus neemt, minder voor de hand liggen. Diezelfde dag stond groot op de voorpagina (‘boven de vouw’, zeg ik er voor trouwe traditionalisten bij) een reportage over hongersnood in Madagaskar – en die kwam „niet door oorlog, maar door klimaatverandering”. Je kunt dus moeilijk zeggen dat de krant het klimaat uit het oog was verloren. Hooguit dat het ene schrikbarende verhaal het andere (de Canadese hitte haalde pagina zeven) overschaduwde.

Het was in twee weken wel de tweede keer dat NRC ervan langs kreeg omdat de krant zou wegkijken bij de planeet Melancholia die op ons afstormt, zoals in de film van Lars von Trier. Een merkwaardig verwijt als je ziet hoe veel en nadrukkelijk NRC al jaren schrijft over klimaatverandering, duurzaamheid, ‘groen leven’ en alles wat ermee samenhangt. Om de drie weken houdt de redactie intern een ‘klimaatberaad’ waarin journalisten van de redacties Binnenland, Buitenland, Wetenschap, Economie en Den Haag nieuws en ideeën uitwisselen, en nieuwe invalshoeken en artikelen bedenken.

Het blijkt ook uit de toespraak in 2019 van de net aangetreden hoofdredacteur, René Moerland. Hij stelde de vraag of NRC zorg om het klimaat zou moeten opnemen in de journalistieke uitgangspunten van de krant, als „een van de grootste thema’s van onze tijd”. Want de krant mag liberaal zijn, dus wars van paternalisme en groepsdenken, bij liberalisme hoort „het beginsel van regeneratie”: zorg om „de vrijheid van mensen van de volgende generaties”. Goed gevonden! Al zou je dat liberalisme dat zich om de toekomst van de planeet bekommert ook of zelfs eerder conservatisme – of post-christelijk rentmeesterschap – kunnen noemen, maar dat terzijde. Het zijn ook maar woorden die – zullen we zien – aan de feiten niet afdoen.

Wat was dan die eerste keer dat de krant slaag kreeg, een week geleden? Dat ging om een uitgelekt, verontrustend concept-rapport van het IPCC, de internationale club wetenschappers die klimaatverandering onderzoekt. In dat concept werd de alarmklok geluid: de veranderingen gaan nog sneller dan verwacht en de gevolgen zullen navenant desastreuzer zijn. Tal van buitenlandse media berichtten erover, maar NRC (en andere Nederlandse media) niet. Dat kwam de krant op kritiek te staan– en de media in het algemeen – in onder meer een opiniestuk in de Volkskrant (dat eerder was aangeboden aan NRC, maar werd afgewezen).

Waarom? Ik vroeg het klimaatredacteur Paul Luttikhuis, die al eerder uitleg gaf op sociale media. Hij geeft een praktische én een inhoudelijke overweging. Inhoudelijk: dit was het concept van deelrapport nummer twee (het IPCC werkt aan drie delen) over de effecten van klimaatverandering. Maar de opzienbarende citaten eruit slaan vooral op bevindingen in deelrapport nummer één, over de harde wetenschappelijke feiten, waar ook nog aan gewerkt wordt – dat verschijnt volgende maand. Dus dan kun je net zo goed even wachten tot je de definitieve tekst in handen hebt. Bovendien, praktisch puntje: dat concept van rapport nummer twee was niet in handen van NRC. En ja, andere media overschrijven zonder dat je hun beweringen aan de brontekst zelf kunt toetsen, dat is niet echt aan te bevelen.

Begrijpelijke overwegingen - ook waarom dat opiniestuk de krant niet haalde. Maar ja, belofte maakt wel schuld. Je rekent nu dus wel – conform het door NRC geijkte Songfestival-format – op een katern van veertien pagina’s als dat IPCC-rapport er eenmaal is, of aan de vooravond van de komende grote klimaatconferentie, november in Glasgow.

Hoe dan ook, dit was dus geen achteloosheid, laat staan desinteresse. Integendeel, door mijn gesprek met Luttikhuis, die al vijftien jaar over het onderwerp schrijft, belandde ik midden in het Antropoceen en een opstandige Aarde. Bij hem geen enkele twijfel dat dit het grootste verhaal is van deze tijd en voor de toekomst (wat mij ook hielp was bijscholing in onder meer Clive Hamiltons Defiant Earth, je doet geen oog meer dicht! Gelukkig is er nog de breedsprakige Bruno Latour over Gaia, dat helpt).

Tegelijk, beseft ook de klimaatredacteur, is het een moeilijk verhaal juist omdát het, in tegenstelling tot het drama rond Peter R. de Vries, anoniem en structureel is. Journalistiek gedijt nu eenmaal bij heftige, aangrijpende gebeurtenissen.

Intussen zijn nu ook taal én beeld in dit dossier hogedrukgebieden. The Guardian, die al jaren voorop loopt, spreekt van ‘klimaatcrisis’ of ‘ontwrichting’, om de ernst van de situatie duidelijk te maken. Want Gaia schudt ons door elkaar als was in een dolgedraaide centrifuge en wij mompelen iets over ‘verandering’? Daar doemt alweer die belegerde Iraakse minister van propaganda op, met zijn bevroren grimas voor een trillende landkaart.

Die hang naar zo expliciet mogelijk taalgebruik, dat geen millimeter ruimte laat voor misverstand (maar dus ook niet voor eigen interpretatie) bestaat veel breder; zie de ‘totslaafgemaakte’ (omdat in het statische ‘slaaf’ het structurele geweld van het instituut zou worden verdoezeld). In De Groene Amsterdammer las ik al over de „klimaatcatastrofe”.

Ook Luttikhuis gebruikt het woord crisis, zij het met een bedenking – want is het niet juist nog een eufemisme? „Als we dit een crisis noemen, hoe noemen we het dan over twintig jaar?”, zegt hij. „Bij een crisis denk je aan een hevige gebeurtenis van betrekkelijk korte duur. Dat is dit niet, dit gaat niet voorbij en raakt de hele mensheid.” In reactie op de verbale escalatie van The Guardian zei hoofdredacteur Moerland al eens: „Welke woorden je ook kiest, de feiten worden er niet minder ernstig door.”

Die van de klimaatcrisis zeker niet.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.