Analyse

Geen afstand en dansen tot diep in de nacht: het waren twee fantastische weken

Nieuwe maatregelen De versoepelingen van twee weken geleden waren toen logisch en verstandig, vindt het kabinet nog steeds. Maar nu moet alles toch weer anders.

Demissionair premier Mark Rutte noemt het aanscherpen van de regels „voortschrijdend inzicht”.
Demissionair premier Mark Rutte noemt het aanscherpen van de regels „voortschrijdend inzicht”. Foto PHIL NIJHUIS / ANP

Het waren twee fantastische weken – maar wel met een hoog prijskaartje. Wat even leek op het oude normaal: volle terrassen, dansen tot diep in de nacht, geen afstand houden na toegangstesten, zonder mondkapjes in de openbare ruimte, werd in korte tijd afgerekend door het nieuwe normaal. Dat is er één waarin het coronavirus nog steeds om zich heen grijpt, zo snel dat het kabinet zich genoodzaakt voelt om toch weer in te grijpen. Twee weken nadat grootschalige versoepelingen werden aangekondigd, alleen de anderhalve meter bleef gelden en de mondkapjes in het openbaar vervoer, is een deel daarvan weer aangescherpt. Horecazaken moeten vanaf middernacht sluiten, discotheken en nachtclubs mogen voorlopig helemaal niet meer open. Ook meerdaagse evenementen zijn verboden. Bij dagevenementen, in bijvoorbeeld het theater en bij sportwedstrijden moet iedereen een zitplaats hebben en anderhalve meter afstand houden.

Lees ook: Testen om te feesten was toch niet zo’n goed plan

Is er twee weken geleden dan te snel versoepeld? Nee, vinden demissionair premier Mark Rutte (VVD) en demissionair minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge (CDA). Dat de versoepelingen van toen tot een hoger aantal besmettingen zouden leiden, was „ingecalculeerd”, zei demissionair minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) deze vrijdag in een extra ingelaste persconferentie. Maar zó hoog en zó snel? Dat hadden de modellen van het RIVM niet berekend.

Deze week liep het aantal positieve tests op tot zevenduizend deze vrijdag. Dat zijn er ruim vijftienhonderd meer dan een dag eerder. Een verzevenvoudiging ten opzichte van een week geleden. Het zijn cijfers die begin mei voor het laatst aangetikt zijn. Het reproductiegetal, dat aangeeft hoeveel mensen iemand die corona heeft kan besmetten, groeide van 0,97 naar 1,37.

Dat getal dateert wel van 24 juni en ligt nu waarschijnlijk, door het sindsdien toegenomen aantal besmettingen, een stuk hoger.

Niet toe aan reflectie

In grote lijnen doet de situatie denken aan de zomer van een jaar geleden: ook toen kondigde het kabinet voor het zomerreces grootse versoepelingen aan omdat de cijfers het zouden toelaten, een paar weken later werd het overvallen door hoge besmettingscijfers en moest het alsnog flink ingrijpen. Maar deze vrijdag wilden Rutte en De Jonge het niet hebben over reflectie. Rutte noemde de aanvankelijke versoepelingen van eind vorige maand, waartoe werd besloten op het moment dat de Deltavariant al om zich heen greep, „logisch” en „verstandig”. Hij noemde het „voortschrijdend inzicht” dat er nu alsnog is besloten sommige maatregelen weer aan te scherpen.

Zie hier hoe het in Nederland gaat met het vaccineren.

Drie weken geleden, in wat de laatste persconferentie voor het zomerreces moest zijn, was de boodschap van Rutte en De Jonge nog ronduit optimistisch. De cijfers waren toen zo laag dat ze versoepelingen die voor een later moment in de zomer gepland stonden in de routekaart naar voren haalden. „Hoe vaak hebben wij hier niet gestaan om te vertellen wat er allemaal niet kon?”, had Rutte toen gezegd. „Nu zijn we gelukkig weer in de fase dat de nadruk ligt op wat er wel kan”. De Jonge had „vast een hele mooie zomer” voorspeld.

In Den Haag begint komende week officieel het zomerreces, hoewel de Tweede Kamer naar verwachting komende week alsnog met De Jonge en Rutte in debat wil gaan. De aanscherpingen die vrijdag werden aangekondigd lopen op 13 augustus af. Naar verwachting is er een dag later een persconferentie waarin vervolgstappen zullen worden medegedeeld.

Het is niet uit te sluiten dat in de tussentijd nieuwe aanscherpingen nodig zullen zijn. In de woorden van De Jonge: „Niemand zal je met zekerheid kunnen vertellen waar we over een maand staan. Niemand.”