Analyse

Hoe de relatie tussen Tata en omwoners drastisch veranderde: van trots naar afschuw

Tata Steel IJmuiden Van nationale knuffelbeer tot ‘levensgevaarlijke fabriek’. Wat ging er mis met het imago van Tata Steel – en hoe moet het verder?

Een inspecteur van de omgevingsdienst aan de rand van het terrein van Tata Steel IJmuiden.
Een inspecteur van de omgevingsdienst aan de rand van het terrein van Tata Steel IJmuiden. Foto Olaf Kraak

Ze willen gewoon lekker staal maken. Dat de fabriek de hele tijd in het nieuws is – daar kan je als werknemer niet meer zoveel mee, vertelde een werknemer van Tata Steel IJmuiden in mei tegen NRC. Je hebt er immers geen invloed op. Het enige wat je kan doen, is zorgen dat die plak staal er goed uitkomt – voor bierblikjes, auto’s of stoelpoten.

Decennialang lagen de verhoudingen zo dat de buitenwereld zich niet al te veel bemoeide met de staalfabriek. Maar de afgelopen maanden is de relatie tussen Tata Steel en die buitenwereld radicaal veranderd. Het bedrijf in IJmuiden – zo’n 9.000 werknemers in zeventien deelfabrieken – is inmiddels een van de meest controversiële bedrijven van Nederland. Vanwege de hoge CO2-uitstoot. Vanwege de impact op de omgeving, door stof- en stankoverlast. Vanwege de onduidelijkheid over de gezondheidsgevolgen van die overlast. Afgelopen week bleek dat de directeur van de GGD Kennemerland de naam van Tata Steel uit een rapport over longkanker heeft laten schrappen.

De fabriek, onderdeel van de Indiase multinational Tata Steel, is in korte tijd omstreden geraakt. Precies een jaar geleden nam de Tweede Kamer unaniem een motie aan die het kabinet opriep zich ‘maximaal’ in te spannen voor de Nederlandse staalindustrie. De motie kwam van PvdA-Kamerlid William Moorlag, die zich al lang hard maakte voor de fabriek in IJmuiden.

Die dagen was Tata Steel IJmuiden veel in het nieuws, maar om een andere reden: de directie van de fabriek lag overhoop met de Europese directie van multinational Tata Steel. Kreeg ‘IJmuiden’ genoeg geld om te investeren? Vloeiden de winsten naar de noodlijdende Britse fabriek van Tata?

Het leidde tot de ‘hete zomer’ van 2020. De top vocht elkaar de tent uit: de Nederlandse topman Theo Henrar moest vertrekken. En er braken stakingen uit zoals het bedrijf die al decennia niet meer had meegemaakt.

Het imago van Tata wordt steeds meer dat van een levensgevaarlijk bedrijf

Er gebeurde nóg iets: er ontstond een brede beweging in Nederland die Tata Steel steunde. Deze fabriek, zo was het idee, moeten we koesteren. In IJmuiden laten we ons niet piepelen door hoge heren uit andere landen. Deze staalfabriek was góéd. En béter dan die elders in Europa, waar de verliezen zich vaak kwartaal na kwartaal opstapelen. In IJmuiden werd tenminste geïnnoveerd.

De PvdA nam in zijn verkiezingsprogramma op dat Tata Steel in Nederlandse handen moest blijven en dat de werkgelegenheid behouden moest worden. Vakbond FNV sprak zich uit voor nationalisatie. En toenmalig minister van Economische Zaken en Klimaat Eric Wiebes (VVD) zei naar aanleiding van de motie dat hij zich tot het uiterste zou inspannen om de staalindustrie te helpen.

Ook werkgeversvereniging VNO-NCW sprak duidelijke woorden. Voorzitter Hans de Boer sprak over een „parel” van de Nederlandse industrie die niet verloren mocht gaan. Nederlandse partijen zouden de fabriek moeten kopen, was zijn idee.

Tata Steel was knuffelbaar, en de Nederlandse staalindustrie een bedrijfstak waar iedereen zich voor in leek te willen zetten. Het oude Hoogovens-gevoel was springlevend.

Lees ook: De Zweedse overname gaat niet door. Wie redt Tata in IJmuiden?

Wereld is veranderd

Een jaar later is van al die steun weinig over. Tata Steel is nog steeds een van de meest besproken bedrijven van het land – maar om totaal andere redenen.

Wat is er gebeurd? Op twee gebieden hebben de problemen zich opgestapeld. Niet zozeer omdat de fabriek zelf iets anders is gaan doen, maar omdat de wereld eromheen is veranderd.

Ten eerste krijgt een steeds groter deel van Nederland door dat de staalfabriek een van de grootste nationale vervuilers is. De productie van staal gaat gepaard met een hoge CO2-uitstoot, en deze fabriek is verantwoordelijk voor 7 procent van de totale uitstoot in Nederland.

Sinds Milieudefensie de rechtszaak tegen Shell won over de verantwoordelijkheid van het energieconcern voor het halen van de Parijse klimaatdoelen, duikt Tata Steel overal op als mogelijk volgende doelwit. Hoe haalbaar zo’n zaak is, is onduidelijk: het is een heel ander bedrijf dan Shell. Door één fabriek te verbouwen, gaat de uitstoot al omlaag. Maar de dreiging is reëel. Milieudefensie heeft al een eerste gesprek met de directie gevoerd.

Maar het grootste pijnpunt betreft de hinder van de fabriek in IJmuiden voor de omgeving. De zwaar overlastgevende en vervuilende grafietregens zijn al langere tijd niet meer aan de orde, maar de stofwolken die in 2018 en 2019 enkele keren van het terrein ontsnapten, waren wel weer aanleiding voor een kritische blik: wat stoot Tata Steel eigenlijk uit? Welke stof daalt neer in Wijk aan Zee en Beverwijk?

Foto Olaf Kraak

De onrust hierover sudderde al lang, maar brak het afgelopen jaar naar buiten. De GGD concludeerde in 2020 dat in de IJmond, zoals de regio heet waar Tata Steel ligt, meer longkanker voorkomt dan elders in het land. En milieu-instituut RIVM concludeerde in april 2021 dat er in het gebied meer fijnstof in de lucht zit en er meer gezondheidsklachten voorkomen. De Onderzoeksraad voor Veiligheid is nu onderzoek begonnen om te kijken of mensen in Nederland wel voldoende beschermd worden tegen zware industrie.

De rapporten hebben tot hernieuwde actiedrang geleid bij omwonenden. Relatief nieuw is Frisse Wind, ontstaan in Wijk aan Zee. Deze actiegroep mengt zich nadrukkelijk in het debat, onder meer door op Twitter regelmatig stankoverlast te melden. En ze heeft samen met advocaat Bénédicte Ficq aangifte gedaan tegen de fabrieksdirectie, met het doel die strafrechtelijk vervolgd te krijgen. Ficq vertegenwoordigt duizend particuliere klagers.

Hoe schadelijk is Tata Steel voor zijn omgeving? De regio voldoet doorgaans aan de Europese normen voor luchtkwaliteit. RIVM noch GGD wagen zich eraan een oorzaak van de gezondheidsklachten te noemen. Ze wijzen ook op de populariteit van roken in de streek, de sociaal-economische zwakte, en de aanwezigheid van scheepvaart en andere industrie. Maar het GGD-rapport is sinds afgelopen week wel omstreden, nadat was gebleken dat de directeur van de regionale GGD zelf enkele verwijzingen naar Tata Steel had geschrapt. Juist dat rapport gebruikte Tata Steel na de ‘anonimisering’ om verband tussen de fabriek en de vele longkanker in de regio te weerspreken.

Het imago van Tata wordt steeds meer dat van een levensgevaarlijk bedrijf. In het satirische programma Even tot Hier stelde op 17 april de vraag: „Wat bleek deze week levensgevaarlijk voor de gezondheid van duizenden mensen: Tata Steel, Lelystad Airport of Sidney Smeets?” (Het nu voormalige D66-Kamerlid raakte in opspraak omdat hij met seksueel getinte berichtjes jongeren benaderde.) Volgens de show, waar 1,65 miljoen mensen naar kijken, was het eerste antwoord juist.

Amper meer steun

Het gevolg is dat ook de politiek zich afwendt van Tata Steel. De provincie Noord-Holland stuurt aan op strengere milieunormen, bijvoorbeeld in Brussel. En demissionair staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat, D66) maakt de laatste weken nadrukkelijk duidelijk dat de overlast rond Tata Steel moet afnemen. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, de toezichthouder, overweegt strengere normen te verbinden aan de vergunningen van de fabriek – wat mogelijk tot juridische strijd met de fabriek zal leiden.

Wat is er gebeurd met al die mensen die Tata Steel in 2020 steunden? Meesterlobbyist Theo Henrar is geen directeur meer bij Tata Steel IJmuiden. Roel Berghuis, de invloedrijke vakbondsleider bij Tata Steel, met korte lijntjes naar de FNV-top, is net gestopt. En PvdA-Kamerlid William Moorlag en fractievoorzitter Lodewijk Asscher, die zich inspanden voor de fabriek, zijn beiden weg uit de Tweede Kamer. Hans de Boer was net gestopt als voorzitter van VNO-NCW toen hij in januari overleed. Het kabinet is demissionair, na een periode vol wisselingen in de top van Economische Zaken – waardoor het dossier Tata Steel steeds in andere handen terechtkwam: van (oud-minister) Eric Wiebes naar (oud-minister) Bas van ’t Wout tot nu (staatssecretaris) Dilan Yesilgöz.

Tata moet de maatschappij ervan zien te overtuigen dat staal maken geen ‘oude industrie’ is

Kortom: er kwamen vijanden bij, en er verdwenen veel bondgenoten. De afgelopen week werd dat beeld nog eens versterkt: Peter Blauwhoff, de zeer ervaren president-commissaris van de fabriek, moet zijn plek afstaan aan iemand uit de Indiase top. Net als voormalig directeur Henrar had Blauwhoff een gigantisch netwerk in bestuurskringen. Zijn opvolger kent hoogstwaarschijnlijk de complexe Nederlandse verhoudingen een stuk minder goed.

Er kwam één bondgenoot bij: ex-directeur Henrar is sinds juni voorzitter van de invloedrijke branchevereniging FME. Maar verder bevindt Tata Steel zich in eenzame positie.

Aan de top zijn ze zich daar zeer van bewust. De fabriek bevindt zich op een cruciaal punt, nu de maatschappij kritischer dan ooit meekijkt. Blijft er draagvlak voor staalproductie in Nederland, of wordt de IJmond als het Ruhrgebied, waar veel hoogovens nu toeristische uitzichttorens zijn?

Veel hangt af van de vraag of Tata Steel de maatschappij ervan kan overtuigen dat staal maken geen ‘oude industrie’ is, maar iets waar plaats voor moet blijven in dichtbevolkt dienstenland Nederland.

Groen staal

Directeur Hans van den Berg weet dat hij op een smal koord balanceert en treedt nu vaker op de voorgrond. In interviews benadrukt hij dat Tata Steel 300 miljoen euro investeert in het terugdringen van overlast, en dat de effecten al in 2023 merkbaar moeten zijn. Ook wijst hij steevast op de passie van de werknemers om staal te maken, en de onmisbaarheid van staal. Hij krijgt daarbij wat hulp van de FNV, die afgelopen week Kamerleden naar de fabriek haalde voor een soort charmeoffensief.

Tegelijkertijd blijft het slechte nieuws voor de fabriek zich opstapelen – zoals de onthulling laatst van het Noord-Hollands Dagblad over het GGD-rapport waaruit de naam van Tata Steel verdween. En deze zomer publiceert het RIVM de stand van zaken uit het doorlopende regionale gezondheidsonderzoek. Op langere termijn komt de Onderzoeksraad voor Veiligheid wellicht met harde conclusies.

En wat als er een GroenLinks-minister van Economische Zaken komt? Hoeveel geduld zal die hebben met de fabriek? Misschien dat dan voor de meest voor de hand liggende oplossing wordt gekozen, die een uitweg zou zijn voor veel van de problemen rond Tata Steel: staal maken met waterstof of, in vaktaal, direct reduced iron.

Dat lukt niet van vandaag op morgen, zoiets duurt jaren. Maar je kan beginnen met gas, in plaats van met waterstof. Het voordeel van dit plan? De overlast voor de omgeving neemt snel af, vanwege het veel schonere productieproces.

Het plan moet in de plaats komen van dat van Tata Steel zelf om de CO2-uitstoot te beperken door dit gas op te slaan onder de Noordzee. Over dat plan is eigenlijk bijna niemand enthousiast. Velen zijn juist ronduit kritisch – van milieubeweging tot FNV. Die vinden het vooral afstel, geen echte oplossing voor de productie van ‘groen staal’.

Lees ook: Op pad met de omgevingsdienst: speuren naar verboden stofwolken op het Tata-terrein

Zelfs in de fabriek bestaat weinig geestdrift voor het opslagplan: Tata Steel ondersteunt het idee van critici om meer onderzoek te doen naar het plan om staal te maken met waterstof. Maar ook dat heeft een nadeel: er is geen overheidssubsidie voor, anders dan bij CO2-opslag in zee.

Niettemin lijkt de ‘waterstofoptie’ steeds meer de enige die Tata Steel uitkomst biedt. Maar dat is duur. Over mogelijke financiële ondersteuning door de overheid zal een nieuw kabinet een beslissing moeten nemen.

Half juni sprak Marjan Minnesma, directeur van klimaatstichting Urgenda, in het Torentje met premier Mark Rutte en staatssecretaris Yesilgöz over Tata Steel. Na afloop werd bekend dat ook beide bewindslieden positief tegenover het waterstofstaalplan staan, waar Minnesma zich hard voor maakt.

Ook dat illustreert de kentering in het sentiment rond Tata Steel. In 2017 sprak Rutte nog vooral over het bedrijf met de invloedrijke Indiase aandeelhouder Ratan Tata, of met toenmalig bestuursvoorzitter Cyrus Mistry. Voor hen rolde de premier de rode loper uit, om te praten over investeringsklimaat en banen.

En nu? Nu praat een klimaatactivist met Rutte over de toekomst van de staalfabriek.