Pionier van de Chinese kernfysica

Ze waren belangrijk voor de wetenschap, maar deze vrouwen stonden tot nu toe in de schaduw

In China zijn er scholen en instituten naar haar vernoemd, maar in Europa kennen maar weinig mensen He Zehui. Toch begon zij haar carrière in Duitsland. In 1940 promoveerde ze in Berlijn op een vlugge methode om de snelheid van kogels te bepalen. Toen ze Duitsland daarna wegens de Tweede Wereldoorlog niet kon verlaten, belandde ze op het terrein dat ze in China tot bloei zou helpen brengen: de kern- en deeltjesfysica.

Zehui was naar Duitsland gereisd omdat ze in China geen promotieplek kreeg. In haar geboortestad Suzhou, in de delta van de Yangtze, had ze de moderne meisjesschool bezocht die haar oma had opgericht. Daarna waren er tijdens haar natuurkundestudie aan de Tsinghua-universiteit in Beijing onder de 28 natuurkundestudenten zelfs tien vrouwen geweest. Maar dat vrouwen werkelijk voor een onderzoeksloopbaan kozen bleek toch niet de bedoeling – zelfs niet als ze slaagden als beste student van hun jaar, zoals Zehui in 1936 deed.

Dat Zehui daar wél voor koos en na haar kogelonderzoek in Heidelberg de kernfysica inrolde, was mede te danken aan Nobelprijswinnaar Friedrich Paschen. Tijdens haar promotieonderzoek woonde ze bij zijn gezin in, waar Paschen haar introduceerde bij de latere Nobelprijswinnaar Walter Bothe die destijds bij het (mislukte) Duits kernwapenproject, het Uranprojekt, werkte. Bothe verwees haar vervolgens naar Heinz Maier-Leibniz met wie Zuhei in 1942 een nevelvat bouwde. Tot 1945 bestudeerde ze de sporen die elektrisch geladen deeltjes in dat met ijle damp gevulde vat trokken, enigszins zoals vliegtuigen sporen schrijven in de lucht. Of preciezer, ze bracht ermee in kaart hoe positronen (anti-elektronen, die hier van een mangaan-isotoop kwamen) ‘verstrooien’ aan elektronen (er tegen afketsten).

Getrouwd in Parijs

In een roman zou het ongeloofwaardig klinken dat haar voormalige studiegenoot Qian Sanqiang intussen óók radioactieve fenomenen onderzocht , maar dan bij de Nobelprijswinnaars Irène Curie en Frédèric Joliot in Parijs. En vooral: dat Sanqiang, die destijds in Beijing als op een na beste was geslaagd, haar na twee jaar corresponderen ten huwelijk vroeg per brief. Toch ging het zo. Nadat Zehui haar meetresultaten eind 1945 in Nature had gepubliceerd en er wereldwijd aandacht mee had getrokken, trouwden zij in Parijs. Twee jaar later keerden ze met hun half jaar oude dochtertje naar China terug.

In de kersverse Chinese Volksrepubliek konden Zehui en Sanqiang direct aan de slag. Hun kennis was waardevol, zeker omdat ze bij de Curie-Joliots samen nog kernsplijting hadden bestudeerd. Ze hadden onder meer ontdekt dat atoomkernen niet per se in twee, maar soms ook in drie of vier brokstukken kunnen splijten.

Zehui kreeg zo een baan bij het latere Chinese Atoomenergie-instituut en zette zich in voor haar land, vanaf 1963 als adjunct-directeur. Ze ontwikkelde emulsies om straling en deeltjes te detecteren, zoals uit kernsplijting. Ze ondersteunde het Chinese kernenergieprogramma met een nieuw lab voor neutronenfysica, en rond 1965 waren haar experimenten cruciaal voor de ontwikkeling van de Chinese atoom- en waterstofbom, een project waarover Sanqiang de leiding had gekregen.

Na de culturele revolutie in 1966 raakten Zehui en Sanqiang uit beeld. Pas in 1978 doken ze weer op bij buitenlandse reizen van Chinese staatsdelegaties. Zehui was toen alweer vijf jaar adjunct-directeur van het Chinese instituut voor hoge-energiefysica, waar ze in de jaren tachtig een drijvende kracht werd achter detectoren die op 5.500 meter hoogte in Tibet elementaire deeltjes uit de kosmos registreerden. De Chinese Marie Curie werd ze tegen die tijd vaak genoemd – eigenlijk flauw, want vergelijking had de onverzettelijke Zehui, die 97 jaar oud werd, helemaal niet nodig.