Opinie

Pacifistisch China-beleid is hopeloos achterhaald

Diplomatie Het idee van economische wederkerigheid met China is onverstandige appeasementpolitiek, vinden en .
Familieleden zwaaien en toeteren vanuit de auto de bemanning van het fregat Zr.Ms. Evertsen in Den Helder uit.
Familieleden zwaaien en toeteren vanuit de auto de bemanning van het fregat Zr.Ms. Evertsen in Den Helder uit. Foto Olaf Kraak / ANP

Op 22 mei verliet de Zr.Ms. Evertsen de haven van Den Helder om zich te voegen bij een door het Verenigd Koninkrijk geleid vlootverband, de zogenoemde UK Carrier Strike Group (CSG). Het Nederlandse marineschip met 180 bemanningsleden moet zorgen voor de luchtverdediging van het Britse vliegdekschip HMS Queen Elizabeth. Tijdens de reis naar Japan doet de CSG veertig landen aan.

De Zr.Ms. Evertsen vaart ook door de Zuid-Chinese Zee, internationale wateren die door Beijing zijn omgevormd tot een Chinese binnenzee. „Daar geldt de vrijheid van navigatie, ook voor marineschepen”, aldus Ank Bijleveld, (demissionair) minister van Defensie. Coördinator van het Clingendael China Centre Frans-Paul van der Putten vindt de deelname van het Nederlandse marineschip een verkeerd signaal, schreef hij in een opinieartikel in NRC (30/6): Nederland zou „beter in EU-verband met de VS kunnen onderhandelen over een gezamenlijke China-strategie die minder riskant en openlijk provocatief is, en gericht is op grotere wederkerigheid in de economische betrekkingen met China.” China niet voor het hoofd stoten is voor Van der Putten blijkbaar belangrijker dan dat Nederland – zoals CDA-Tweede Kamerlid Derk Boswijk stelt – „als land van het internationaal recht opkomt voor de vrije toegang tot de zee, zoals Hugo de Groot al bepleitte in zijn Mare Liberum (1609)”. Een standpunt waar Beijing als ondertekenaar van het Zeerechtverdrag van 1982 zich overigens ook toe heeft verplicht.

Misplaatste analyse

Van der Puttens pleidooi voor een soort appeasement strookt ook niet met de positie die Nederland in NAVO-verband heeft ingenomen. „De groeiende invloed van China en zijn internationale beleid brengen uitdagingen met zich mee die we als bondgenootschap samen moeten aanpakken” – aldus het gezamenlijk communiqué van 14 juni van de regeringsleiders van de NAVO, waaronder Mark Rutte. De NAVO spreekt met name haar zorg uit over China’s cybercapaciteiten, desinformatiecampagnes en machtsuitbreiding over de hele wereld.

Lees ook: Machtsvertoon China mag niet onbeantwoord blijven

Het pacifistische China-beleid waar Van der Putten voor pleit is niet alleen een gepasseerd station, het is tevens gebaseerd op de misplaatste analyse dat de ‘dreiging’ van het Westen de Chinese bevolking nationalistischer zou maken. Hier worden oorzaak en gevolg verward. Sinds haar bloedige onderdrukking van de demonstraties op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989 heeft de Chinese Communistische Partij (CCP) het nationalisme bewust opgeklopt. Om de schandvlekken van de ‘Eeuw van Vernedering’ (1840-1949) weg te poetsen, maar vooral om de positie van de honderd families die de kern van de Partij uitmaken zeker te stellen. Nu China economisch minder hard groeit, wordt de nationalistische kaart steeds openlijker gespeeld. Het narratief van slachtofferschap is daarbij favoriet. „Iedere kracht die China onderdrukt of tot slaaf maakt, zal stuiten op een muur van staal”, zei president Xi Jinping op 1 juli tijdens de viering van het honderdjarig bestaan van de CCP. De gebeurtenissen in 2020 laten duidelijk zien waar dit opgeklopte nationalisme toe leidt: Taiwan werd in toenemende mate geïntimideerd, aan de autonomie van het democratische Hongkong kwam een einde en het beleid van totale assimilatie van de Oeigoeren werd versneld uitgevoerd. Schendingen van de internationale rechtsorde, die Nederland volgens artikel 90 van de Grondwet verplicht is om te bevorderen.

Wensdenken

De ‘economische wederkerigheid’ waar Van der Putten van droomt doet denken aan de worst van ‘wederzijds voordeel’ die buitenlandse bedrijven al sinds de opening van China in 1978 wordt voorgehouden. Zeker, China is een grote, interessante markt en een belangrijke schakel in de internationale bevoorradingsketens, maar door enorme subsidies aan haar exporterende bedrijven en grootschalige diefstal van westerse technologie, heeft de relatie met het Westen Beijing veel meer opgeleverd dan omgekeerd. Gezien de cruciale positie van de CCP in de binnenlandse economie gaat het gelijke speelveld voor westerse bedrijven op de Chinese markt er niet komen.

De inwoners en bedrijven van dit immense land verdienen ons respect en een plaats onder de zon. Maar zolang de CCP aan de macht is moet de democratische wereld (niet alleen het Westen) de op universele waarden gebaseerde rechtsorde verdedigen. Eenzijdige ontwapening en economisch wensdenken dragen daar niet aan bij.