Nederland geeft zware misdaad te veel ruimte – toont aanslag op Peter R. de Vries

Aanpak drugscriminaliteit De brutale aanslag op Peter R. de Vries laat zien dat de misdaadbestrijding na de moord op advocaat Derk Wiersum onvoldoende is aangescherpt.

Bloemen voor het kantoor van de in 2019 vermoorde advocaat Derk Wiersum.
Bloemen voor het kantoor van de in 2019 vermoorde advocaat Derk Wiersum. Foto’s ANP

Vijf kogels, afgevuurd op Peter R. de Vries in het centrum van Amsterdam, hebben het debat over misdaadbestrijding in Nederland deze week op zijn kop gezet. De reactie op de aanslag op dé misdaadverslaggever van Nederland, die zwaargewond in het ziekenhuis ligt, doet denken aan die op de moord op advocaat Derk Wiersum voor zijn woning in Amsterdam-Buitenveldert in september 2019. Wederom schudt de rechtsstaat op zijn grondvesten door de aanslag op een icoon van onverzettelijkheid. Misdaadjournalist John van den Heuvel typeerde De Vries in zijn wekelijkse column voor De Telegraaf als de „spreekwoordelijke dwarsligger die het spoor recht houdt”.

Het gevoel van urgentie dat opkwam na de moord op Wiersum, is weer afgenomen toen nieuwe crises zich aandienden, constateert hoogleraar criminologie Hans Nelen in een recente evaluatie, met collega’s van de Universiteit Maastricht en de Erasmus Universiteit, van de aanpak van ‘ondermijnende criminaliteit’, zoals de strijd tegen georganiseerde internationale drugshandel eufemistisch wordt genoemd. „Het staat minder hoog op de beleidsagenda”, aldus Nelen. „Los van de pandemie en economisch herstel heeft misdaadbestrijding het afgelegd tegen andere grote beleidsthema’s zoals zorg, klimaat en onderwijs.”

Lees ook dit stuk over huurmoordenaars. ‘Dit zijn jongens die erom bekendstaan dat ze geen kritische vragen stellen

Met de aanslag op Peter R. de Vries is dat gevoel van urgentie weer terug.

De werkwijze van de twee aangehouden verdachten, die vrijdag zijn voorgeleid aan de rechter, doet vermoeden dat hun opdrachtgevers uit het criminele milieu komen. De aanslag is niets meer of minder dan grof en rauw machtsvertoon, denken mensen die het criminele milieu goed kennen: een intimiderend signaal uit de onderwereld om te laten zien dat niemand onkwetsbaar is.

Na de broer (2018) en advocaat (2019) van Nabil B. is opnieuw iemand slachtoffer die gelieerd is aan de kroongetuige in het Marengo-liquidatieproces. Peter R. de Vries is sinds het voorjaar van 2020 Nabils vertrouwenspersoon. Hoe heeft het een derde keer kunnen gebeuren, ondanks dat minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) na de moord op Wiersum een „breed offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit” heeft gelanceerd? En wat zegt het over de macht van de onderwereld en de strijd tegen de georganiseerde misdaad?

Ad-hoc beleid

Het zijn vragen als deze die emeritus hoogleraar criminologie Cyrille Fijnaut al enkele decennia bezighouden. Hij bracht bijvoorbeeld in de jaren negentig voor de commissie-Van Traa (die de zogeheten IRT-affaire onderzocht) de ernst en omvang van de georganiseerde misdaad in Nederland in kaart en stond aan de basis van een nieuw stelsel van persoonsbeveiliging na de moord op politicus Pim Fortuyn in 2002.

„Ten opzichte van 25 jaar geleden is de zware misdaad omvangrijker, georganiseerder, gewelddadiger, winstgevender, corrupter, meer ingebed en grensoverschrijdender geworden”, ziet Fijnaut, die werkt aan een boek hierover. „Maar het ontbreekt eigenlijk al jaren aan een samenhangend beleidsplan voor de aanpak van wat onderhand een giga-maatschappelijk probleem is dat het land op stelten zet.”

‘Nederland distributieland’ is ook in de onderwereld een begrip

Fijnaut ziet sinds de moord op Wiersum allerlei grote en kleine maatregelen die via een stroom onnavolgbare persberichten en brieven aan de Tweede Kamer worden aangekondigd. „Het is ad hoc-beleid. Dan weer zeven miljoen voor corruptie in de haven, dan weer een extra bevoegdheid daar.”

Illustratief is volgens hem de oprichting van een nieuwe politie-eenheid – het Multidisciplinair Interventieteam (MIT) – die parallel aan de Nationale Politie gaat opereren. Dit is de kurk waar het na de moord op Wiersum gelanceerde kabinetsoffensief op drijft. Vierhonderd mensen van politie, OM, FIOD, douane, Belastingdienst en marechaussee gaan er samenwerken om de misdaad „een flinke slag toe te kunnen brengen”.

Binnen de Nationale Politie leidde dit team al tot een intern conflict, onder meer omdat het roofbouw zou plegen op de landelijke recherche. Ook Fijnaut is, mede op basis van kennis over politiesystemen in het buitenland, fel tegenstander. Een apart team naast de landelijke recherche leidt volgens hem tot allerlei vormen van contraproductieve concurrentiestrijd om bevoegdheden, taken, mensen en middelen. „Met zware criminelen als lachende derden.”

Leidinggevenden van het MIT – dat in 2023 op volle sterkte moet zijn – benadrukken dat het zich zal richten op „structuren” en niet zozeer op „de kerels en kilo’s”. Fijnaut zegt zelden zulke naïeve uitspraken te hebben gehoord. „Het gaat juist wel om de kerels”, zegt hij. „De punt van de lans is je strafrechtelijk optreden, grootschalig en langdurig gericht op sleutelspelers in criminele milieu.” Dat heeft de jarenlange strijd tegen de Italiaanse cosa nostra en ’ndrangheta aangetoond.

Nederland distributieland

De zware criminaliteit hangt in sterke mate samen met de enorme Nederlandse drugseconomie. Naast een omvangrijke wietteelt-industrie, geldt Nederland sinds de jaren negentig als een van de grootste producenten van xtc, wereldwijd. De laatste jaren is een sterke toename zichtbaar van de productie van het zwaar verslavende crystal meth, een andere synthetische drug. Nederlandse producenten lijken daarbij in Nederland samen te werken met Mexicaanse bendes.

Lees ook Wat als iemand geen beveiliging wil

De drugsvangsten in de Rotterdamse haven breken jaarlijks records. Vorig jaar werd er 40.900 kilo cocaïne in beslag genomen: op straat goed voor vele miljarden. Nederland heeft zich ontpopt als draaischijf voor de Europese drugshandel. Zo werd in februari in Antwerpen en Hamburg 23.000 kilo cocaïne aangetroffen – een Europees record – met dezelfde Nederlandse bestemming. Cocaïne – via de havens van Rotterdam, Antwerpen en Hamburg in zeecontainers binnengesmokkeld – wordt via Nederland doorverkocht aan criminele bendes die zorgen voor de distributie naar de rest van Europa. ‘Nederland distributieland’ is ook in de onderwereld een begrip.

Mede dankzij het zeer succesvolle Team High Tech Crime van de Landelijke Eenheid, dat meerdere versleutelde criminele communicatiediensten hackte, heeft justitie de afgelopen jaren talloze grote spelers in de cocaïnehandel gearresteerd. Door heel het land lopen megaprocessen tegen vermeende criminele kopstukken, zoals Roger P. en Piet S. Deze arrestaties en de recordvangsten in de haven ten spijt lijkt het drugsaanbod onaangetast. De straatprijs van cocaïne is al sinds 2008 stabiel, blijkt uit de drugsmonitor van het Trimbos Instituut. En slechtere waar verkopen criminelen ook niet; met een gemiddelde zuiverheidsgraad van 68,9 procent was de op straat verkochte cocaïne „nog nooit” zo zuiver.

Ondertussen laten de gevolgen van de zware (drugs)criminaliteit zich al lang niet meer alleen in de onderwereld voelen. Lang waren het de liquidaties van criminelen onderling – zoals in 2003 op klaarlichte dag op de Dam – die de samenleving opschrikten. Inmiddels staat de term ‘vergismoord’ in de Van Dale, zijn een onschuldige broer en advocaat van een kroongetuige geliquideerd, worden burgemeesters, officieren van justitie en journalisten met de dood bedreigd en blijkt de Rotterdamse haven gecorrumpeerd.

Burgemeesters

Desondanks ziet Fijnaut ook zaken goed gaan in Nederland. Een voorbeeld is de aanpak van motorbendes als de Hells Angels en Satudarah. Na het opstellen van een doorwrocht plan in 2014 zijn motorbendes zowel via het strafrecht, bestuursrecht, civiel recht als via de belastingdienst aangepakt en zijn ze verboden. „Dat is een voorbeeld van hoe het moet. Op andere terreinen gebeurt het niet stelselmatig genoeg.”

Lees ook deze column Aanslag raakt journalitiek op kwetsbaar moment

Fijnaut hoopt dat de aanslag op De Vries het inzicht doet doorbreken dat een structurele aanpak en planmatig optreden niet meer kunnen wachten. Dan bedoelt hij: omschrijving van de problemen, het formuleren van maatregelen, duidelijke verantwoordelijken voor de uitvoering aanwijzen, voldoende financiële middelen vrijmaken en het met regelmaat evalueren en bijsturen van het plan op basis van nieuwe gebeurtenissen. „We hobbelen nu van incident naar incident. Je moet initiatief terug zien te krijgen.”

Een grote en groeiende groep van inmiddels meer dan twintig burgemeesters denkt dat dat kan door een radicale verandering van het drugsbeleid. Een eerste stap voor een structurele aanpak van het verdienmodel van drugscriminelen is de legalisering en regulering van cannabisteelt, verkoop en gebruik. Dit moet samen gaan met een versterking van politie, justitie en rechterlijke macht. Via preventie moet de weerbaarheid van burgers in kwetsbare wijken worden versterkt en de criminele carrière van jonge mannen in de knop worden gebroken.

Voor burgemeesters, die een sleutelrol vervullen in de aanpak van ondermijning, zijn de schoten die Peter R. de Vries hebben geveld een allerlaatste waarschuwing: verander het drugsbeleid voor het echt te laat is.

Correctie (9 juli 2021): in een eerdere versie van dit artikel werd onterecht gesproken over ‘twee aangehouden daders’. Dat moet ‘verdachten’ zijn en is hierboven aangepast. Correctie (10 juli 2021): Ook stond er dat de moord op advocaat Derk Wiersum voor zijn woning in Amstelveen plaatsvond, dat moet zijn Amsterdam-Buitenveldert en is hierboven aangepast.