Foto David van Dam

Het Binnenhof lekt en schimmelt en sputtert, toch doet het afscheid pijn

Verbouwing Tweede Kamer Politiek Den Haag gaat deze zomer niet alleen met reces, maar verhuist wegens de verbouwing van het Tweede Kamergebouw ook voor jaren naar een ander onderkomen. Veel Kamerleden zien het oude Binnenhof nooit terug. „Het doet continu pijn.”

Pssssjt, het koffieapparaat van de vergaderservice op de tweede etage van het Tweede Kamergebouw perst precies een kannetje vol. „Zo!” Al 37 jaar is Menno de Bruyne woordvoerder van de SGP-fractie, en al heel wat jaren haalt hij zijn dagelijkse dosis koffie uit het keukentje van de vergaderservice. Vroeger ging het hele kannetje op, nu niet altijd meer want hij is aan het minderen.

Het Binnenhof loopt op koffie. Overal in het gebouw staan automaten, ook in de gangen van de SGP. Beneden in het Statencafé zetten ze espresso’s en lattes met zo’n glimmend apparaat, een echte Kees van der Westen, handgemaakt en gepersonaliseerd à duizenden euro’s. En al mag het officieel niet, genoeg Kamerleden die nog een eigen apparaatje op hun werkkamer hebben staan. Menno de Bruyne niet, hij zweert bij de koffie van de vergaderservice. „Beter dan dit wordt het niet.”

Trek ergens in, blijf er lang genoeg en je gaat je vanzelf hechten. Menno de Bruyne weet nog niet hoe de koffie smaakt in de grauwe ambtenarenkolos waar de Tweede Kamer na deze week voor jaren naartoe verhuist, maar wel dat alles anders zal voelen. „Sterkte”, roept het dit jaar geïnstalleerde VVD-Kamerlid Peter Valstar hem toe over de gang. De Bruyne knikt, hij kan elke steunbetuiging deze dagen goed gebruiken.

Statige lindebomen

Het Binnenhof gaat dicht, het moet grondig verbouwd worden. Vijfenhalf jaar moet de verbouwing van het Tweede Kamergebouw gaan duren. Vijfenhalf jaar zullen de gebruikers – nee, bewóners, zo noemen ze zichzelf – hun intrek nemen in het voormalige ministerie van Buitenlandse Zaken. ‘B67’ heet het nieuwe onderkomen officieel. Een naam als van een type gloeilamp of een oud Skoda-model.

De meeste Kamerleden en medewerkers kunnen zich er niets bij voorstellen, dat ze daar straks hun late avonden zullen doorbrengen. „Dat is een kantóór”, zegt Menno de Bruyne later, op zijn werkkamer, uitkijkend over de oude statige lindebomen op het Binnenhof, geurend van de bloesem. Buiten blinkt de Ridderzaal in de zon. Daarachter: de Grote Kerk. Eeuwen aan politieke geschiedenis. „Dit… dit is een thuis.”

Het Binnenhof is een samenraapsel van gebouwen, een wirwar van stijlen. Eeuwenlang hebben architecten er gebouwd en gesloopt, ornamenten toegevoegd, panden met elkaar verknoopt. Het resultaat is een doolhof vol krochten en kronkelwegen.

In dat gangenstelsel werkt alles en iedereen door elkaar, de honderdvijftig Kamerleden en hun medewerkers, en dan nog eens honderden ambtenaren: stenografen, bodes, cateraars, beveiligers, griffiers die de agenda opstellen, juridisch experts van bureau wetgeving die proberen wetsvoorstellen loepzuiver te maken. De deuren staan bijna overal open, je loopt zo bij elkaar naar binnen – alleen PVV-leider Geert Wilders zit achter extra beveiliging op zijn eigen verdieping.

Er vloeien tranen, deze week. De Kamerleden weten heus dat hun Binnenhof oud is en gebreken vertoont. Maar die gebreken, die hóren erbij. De eigenaardigheden zijn tradities geworden. Het rennen voor de Kamerbel, die bij stemmingen door het hele gebouw dreunt en elk gesprek onmogelijk maakt. De buste van Joop den Uyl tegenover het Statenrestaurant, bij wie anonieme grappenmakers zo nu en dan een kuipje boter van het lopend buffet op het hoofd zetten. Het gekraak van de oude houten trappen die alle vorige verbouwingen hebben doorstaan.

En alles is verbonden. Als je de weg kent en de juiste sleutels hebt, kun je in één keer doorlopen van de fractiekamers aan het Plein, hup, het hele Binnenhof rond, naar het Torentje, zonder naar buiten te hoeven. „Best handig,” zegt Menno de Bruyne, „in een land waar het altijd regent.”

Foto David van Dam

Foto David van Dam

Waterplasjes op de leestafel

De verbouwing is onvermijdelijk. Het Binnenhof lekt en schimmelt en sputtert en als er nu brand uitbreekt, denkt de Haagse brandweer, zijn de mensen nog wel te redden – maar het gebouw niet meer. Bij de VVD lagen afgelopen winter plasjes water op de leestafel, de sneeuw was dwars door het plafond gelekt. Op de SP-fractie is het plafond al naar beneden gekomen. En in de douches van het Kamerpersoneel heeft het riool zijn inhoud al eens uitgespuwd en dat stónk, dat wil je niet weten.

De honderden ambtenaren van het Kamerpersoneel zijn onzichtbaar op televisie en in de krant, maar onmisbaar om het huis van de democratie draaiende te houden. Zij weten beter dan wie ook dat deze werkplek zijn beste dagen heeft gehad. Leuk, die krakende trappen en zigzaggende gangetjes, maar toch minder als je de lunch moet rondrijden. Met volle karretjes staan ze in de lift, naast Kamerleden. De beveiliging is een crime, het is behelpen met al die poortjes en veiligheidssluizen.

Nee, dan het tijdelijke gebouw. Dat belooft volgens de eerste recensies „efficiënte looplijnen”, liften, een gloednieuw restaurant met kookeilanden, een centrale aanvoer voor de keukens én watertappunten met bruiswater. En dan moet het verbouwde Binnenhof nog komen. Eindelijk, verzuchten de personeelsleden in hun pauzes. Met nostalgie kun je geen bedrijf runnen.

Maar leg dat maar eens uit aan de Kamerleden en de fractiemedewerkers. Nederland willen ze veranderen, ja, daarvoor zijn ze gekozen en aangesteld, maar hun eigen huisvesting laten ze liever ongemoeid. Toen in de vorige eeuw het ene na het andere bedrijf de eigen logo’s moderniseerde, lag ook voor de Tweede Kamer een nieuw logo klaar. Nee, zei de Kamer, doe maar niet. Een plan om de zoemende bel te vervangen door een prettig muziekje: afgeschoten.

Bij de VVD lagen afgelopen winter plasjes water op de leestafel, de sneeuw was dwars door het plafond gelekt. Op de SP-fractie is het plafond al naar beneden gekomen.

„We mogen in dit land wel íets van traditie hebben, toch?”, zegt Désirée de Groot. Al 35 jaar werkt ze als beleidsmedewerker op de burelen van de VVD. Ze is begonnen onder Joris Voorhoeve, vlak voordat hij partijleider werd. Ze maakte de vorige verbouwing al mee. Twaalf fractieleiders. Tien werkkamers.

Die andere tijd, de jaren tachtig die de veteranen van het Binnenhof soms mijmerend in herinnering brengen, heeft ze van dichtbij meegemaakt. Het was de tijd dat toeristen nog per ongeluk de Oude Zaal konden binnenwandelen, dat het perscentrum Nieuwspoort nog in een halve kelder zat en altijd afgeladen vol was. Al die historie, zegt Désirée de Groot, zit in de muren waar ze haar dagelijkse werk doet, in de vleugel waar de VVD huist, boven de Oude Zaal. B67, met zijn „saaie gangen met saaie kamertjes”, heeft geen gangen waar Drees en Oud nog doorheen hebben gestruind, geen zalen waar debatten van betekenis zijn gevoerd, geen sfeer die geschiedenis ademt. Ze slikt even. „Het doet continu pijn.”

Bij de verhuizing van 1992, die De Groot van binnenuit meemaakte, bleef de Kamer wél op zijn plek. Af en toe moesten ze binnenshuis verkassen, dat was alles. Het was de verbouwing waarbij architect Pi de Bruijn de oude gebouwen aaneenreeg en daartussen het nieuwe Kamergebouw liet verrijzen.

Sardijns marmer

Een stijlbreuk was het wel, de nieuwbouw, maar geef het tijd en alles went. Hij zit bovendien vol symboliek, dat helpt. In het Braziliaanse en Sardijnse marmer op de vloeren van de grote hal keren de kleuren van het Nederlandse strand en de branding terug. De grijze pilaren in de hal: gestolde regenstralen. De grote plenaire vergaderzaal, die niet verborgen zit in het gebouw maar als een uitstulping eruit steekt, de wereld in: openheid. En de mediatoren, symbool van de vrije pers, die daar weer bovenuit torent.

Er is één plek waar de buitenstaander ’s lands politici altijd kan aanschouwen en dat zijn de wandelgangen – achter een glazen wand aan de buitenkant van het gebouw. Ook achterkamertjes kunnen transparant zijn.

Je hoeft het niet mooi te vinden om er toch van te houden, zegt Menno de Bruyne. In tegenstelling tot het uitzicht uit zijn kamer zijn de SGP-gangen zo doorsnee als maar kan. Maar dat geeft niet, vindt hij: „De lelijkste kanten van het gebouw laten juist de schoonheid van de mooiste delen naar voren komen.”

De mix van oude en nieuwe routes maakt van alles mogelijk. Kom maar mee, zegt Khadija Arib, de trap op aan het einde van de PvdA-gang. Hakken klakken op de treden, bocht om, vliering op, langs houten dwarsbalken waar „bukken” op geschreven staat, slalommend tussen brommende installatiekasten door. Nog een deur, nog een gangetje – en ze staat in de vergaderkamer van de PvdA. „Als het hommeles was bij de partij en de media bij ons voor de deur stonden, was dit de route die we namen om bij de fractievergadering te komen. En de journalisten stonden dáár maar te wachten”, ze wijst naar de deur. „En dit wilden die architecten van OMA weghalen!”

Foto David van Dam

Foto David van Dam

Foto David van Dam

Tropische tuin

Het waren de ambitieuze plannen van architectenbureau OMA waardoor de Tweede Kamer zich in 2018 pas echt bewust werd van de gevolgen die de verbouwing zou kunnen krijgen. Weliswaar had de Kamer vanaf de eerste plannen mogen meepraten, maar de meeste Kamerleden hadden weinig in te brengen gehad, als ze al kwamen opdagen in de commissie die de verbouwing begeleidde. De ambtenaren, daarentegen, hadden een verlanglijstje vol wensen en verbeterpunten.

Die verlanglijst, daar zag OMA, het bureau van Rem Koolhaas, wel wat in. De looproutes werden omgegooid, muurtjes doorbroken, het café verplaatst. OMA bedacht een tropische tuin om de grauw ogende hal levendig te maken en een lift ter grootte van een kamer in de stijl van Versailles, om hoog bezoek te ontvangen.

Arib, in die tijd Kamervoorzitter, schrok zich rot toen ze de ontwerpen zag en zorgde er bijna in haar eentje voor dat OMA een jaar later met een afkoopsom het veld moest ruimen. Er kwamen nieuwe plannen, met hulp van Pi de Bruijn, de architect achter de nieuwbouw van 1992.

De Kamer kreeg haar zin. Van de oude ambities van OMA is weinig over. Weg tropische tuin, weg salon verticale. Een verbouwing? Arib spreekt nu liever van „groot onderhoud”.

De piano van Baudet

Alleen die verhuizing: die bleek niet meer tegen te houden. Als Arib had mogen kiezen, was er gewoon doorgewerkt in het gebouw terwijl de bouwvakkers hun kluswerk deden. Maar staatssecretaris Raymond Knops (CDA), verantwoordelijk voor de verbouwing, herinnerde haar er fijntjes aan dat de Kamer al jaren eerder met een verhuizing had ingestemd.

„Ik sluit de vergadering”, zei Vera Bergkamp (D66), Kamervoorzitter sinds april, donderdagavond. De lichten gingen uit. En daarmee was het gedaan. Vrijdagstonden de werklui al in de plenaire zaal om de blauwe zetels los te schroeven. De piano van Thierry Baudet is al weg. De PvdA heeft een veilige plek gevonden voor de gigantische kamerplant die Joop den Uyl ooit als stekje het gebouw binnenbracht.

Vijfenhalf jaar, dat is lang. Als het daarbij blijft, zegt het gemiddelde Kamerlid. Verbouwingen lopen uit, twee keer zo lang zou ook zomaar kunnen. Zijn zij er dan zelf nog wel bij? Dat bepalen selectiecommissies en, vooral, de kiezers. Het gemiddelde Kamerlid is na enkele jaren al weer weg – en ze weten het. Het afscheid van hun democratische doolhof zal voor de meesten definitief zijn.

Dat doolhof blijft hetzelfde. Alhoewel. Eén verandering heeft de Kamer toch nog kunnen afdwingen: de Oude Zaal, die van voor de verbouwing van 1992, wordt in oude luister hersteld – ideetje van de SGP.

Foto David van Dam

Foto David van Dam

Foto David van Dam

Foto David van Dam

Foto David van Dam

Foto David van Dam

Foto David van Dam

Foto David van Dam

Foto David van Dam

Foto David van Dam