Iedere cultuur bedenkt zijn eigen scheppingsmythe

Het begin In elke cultuur vragen mensen zich af waar ze vandaan komen. Overal bestaan dan ook scheppingsverhalen – met likkende koeien of eetbare hemels. Vaak trekken vrouwen aan het kortste eind.

Illustratie Jasmijn van der Weide

In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Of nee, in den beginne waren er twee grote eieren, glanzend als goud, waaruit de aarde en de hemel barstten. Alhoewel, in den beginne was er toch een Raaf, die zichzelf en de wereld schiep? Zeker niet: in den beginne was er een Ruisende Ketel waaruit tientallen rivieren stroomden.

De mens vertelt al eeuwenlang verhalen die het ontstaan van het universum verklaren. Een kosmogonie wordt zo’n verhaal genoemd waarin uit chaos orde ontstaat, vanuit het niets iets. Bovenstaande voorbeelden komen uit de cultuur van de christenen, de Hrusso uit India, de Chukchi uit Siberië en de Vikingen.

Zulke scheppingsverhalen zijn er ook over de eerste mensen. Een antropogonie legt uit waar mensen vandaan komen. Adam en Eva zullen de meeste Nederlanders wel kennen, maar er zijn nog honderden andere vertellingen die het wonder van ons bestaan verklaren. Soms komt de mens aan een ketting van veren uit de hemel zakken (Mindanao, Filippijnen), dan weer was er een Oude Man die uit Moeder Aarde balletjes vlees rolde (Okanagon, Canada), had de heer Abukuenduli de mens in een pot gestopt die op een oerzee dreef (Manchu, China), of schiep God ons na een tochtje met zijn krokodil uit unkula-noten (Pygmee, Centraal-Afrika).

Onttoverde wereld

De fascinatie voor Het Begin is een universele obsessie. Maar waarom vertelt de mens deze verhalen, hoe zijn ze tot ons gekomen, is er een rode draad in te ontdekken, zijn ze overal even belangrijk en zullen dit soort verhalen in onze onttoverde wereld weten te overleven? Mineke Schipper, emeritus hoogleraar interculturele literatuurwetenschap aan de Universiteit Leiden, beantwoordt die laatste vraag met ja. „Maar ik hoop wel dat de verhalen ooit verdraagzamer worden naar de andere sekse, andere culturen, klassen en rassen.”

In 2010 verscheen van Schippers hand In het begin was er niemand. Hoe het komt dat er mensen zijn. Hierin zet ze tientallen scheppingsverhalen op een rij, waarvan ze er zelf flink wat heeft opgehaald in verschillende werelddelen. Het gaat hier om mythen, legt ze uit. „Een mythe is een verhaal waarin antwoord wordt gegeven op fundamentele vragen over ons mens-zijn: over geboorte, dood, seks en nageslacht. Deze mythen hebben consequenties voor de manier waarop we leven. Ze verklaren waarom de samenleving is ingericht zoals ze is ingericht én waarom dat zo zou moeten blijven. Scheppingsmythen zijn in essentie conservatief.”

Een stuk uit de hemel snijden

In de alleroudste mythen leven mensen samen met de goden, zegt Schipper. „De hemel was vaak letterlijk heel dichtbij, de mens kon ’m aanraken. Een mooi voorbeeld daarvan is een Bini-verhaal uit Nigeria. De mens hoefde in het begin niet te werken. Wie honger had, kon een stuk uit de hemel snijden en dat opeten. De hemel stelde aan die gulheid wel één voorwaarde: je mocht niet meer afsnijden dan je op kon. Het was namelijk niet de bedoeling dat er hemel op de vuilnisbelt belandde. Op een geven moment was er een vrouw die een groter stuk afsneed dan ze kon opeten, en ook de rest van dorp zat al helemaal vol. Dus gooide ze aan het eind van de dag een stuk hemel weg. Die werd daarom zo boos dat hij zich hoog in de lucht verhief, buiten het bereik van de mens die sindsdien in het zweet zijns aanschijns zijn brood moet verdienen.”

Wie ook maar een beetje bijbelvast is, zal deze scène herkennen. Dit lijkt op Eva die van de appel eet terwijl dat haar door God verboden is, en zo het paradijs verspeelt voor de mens. Schipper: „Het valt op dat dit thema in zeer verschillende culturen voorkomt: de vrouw die er door haar onmatigheid voor zorgt dat de mensheid veroordeeld is tot hard werken.”

Dit is niet het enige voorbeeld waar vrouwen in scheppingsverhalen aan het kortste eind trekken, zegt Schipper. „In oudere mythen is regelmatig sprake van Moeder Aarde die zelfstandig mensen baart: uit grotten, moerassen, poelen, of bloemen. Maar geleidelijk zijn deze verhalen vervangen door mythen waarin de mens geschapen wordt, zoals door God in het Oude Testament of door de Oude Man van de Okanagon-indianen uit Canada. Dat scheppen, waar de man vaak als eerste vervaardigd wordt, gebeurt meestal door een mannelijke god.”

Er bestaan mythen waarin de hemel met de aarde wil paren, en waarin die hemel letterlijk tegen de aarde zegt: je bent groter dan ik, maak je kleiner

Mineke Schipper hoogleraar

Wat verklaart deze dominante positie van de man, die dus niet alleen bestaat binnen de grote monotheïstische religies? Schipper: „Ik denk dat hier sprake is van wat historicus Jan Romein de wet van de remmende voorsprong noemde. De vrouw bezit zo’n machtige gave – het baren van kinderen, en niet alleen meisjes maar óók jongens – dat de mannen deze onbalans in de samenleving wilden herstellen door in verhalen een deel van die macht over te dragen op een mannelijke god. Dat heeft uiteindelijk niet geleid tot samenlevingen waarin evenwicht bestond tussen mannen en vrouwen, maar samenlevingen waarin de man de baas was. Er bestaan mythen waarin de hemel met de aarde wil paren, en waarin die hemel letterlijk tegen de aarde zegt: je bent groter dan ik, maak je kleiner. En ze gehoorzaamt!”

Als slaven behandeld

De mythologische verklaringen voor de dominante positie van de man in de maatschappij zijn veelzijdig, weet Schipper. „In Nairobi hoorde ik het Gikuyu-verhaal dat na de schepping aanvankelijk de vrouwen de baas waren. Ze zouden de mannen ál het werk hebben laten doen: niet alleen jagen en het land bewerken, maar ook het huishouden. De mannen voelden zich als slaven behandeld. Daarom spraken ze af om alle vrouwen tegelijk zwanger te maken, zodat ze de macht konden grijpen terwijl hun partners met een dikke buik rondliepen. Dat is gelukt en sindsdien heerst gerechtigheid en vrede in de Gikuyu-gemeenschap, werd mij verzekerd.” Het lijkt erop dat dit soort mythen minder voorkomen binnen culturen die meer op het jagen en verzamelen dan op de landbouw gericht zijn, zegt Schipper.

De overdracht van oude scheppingsverhalen naar het heden is problematisch. Schipper verzamelde mythen die veelal mondeling zijn overgeleverd. Daarbij is allerlei vertekening mogelijk, bewust en onbewust. Wetenschappers moeten daarop bedacht zijn. Neem de Germaanse en Noordse scheppingsmythen, zegt Rudy Simek. „Die kennen we vooral uit de weergave ervan door Snorri Sturluson, een dertiende-eeuwse christen uit IJsland. Bij zijn verhalen moet je je altijd afvragen: vertelt hij hier iets wat hij kent uit christelijke of antieke bronnen, of gaat het om een origineel Vikingverhaal?”

Simek is hoogleraar für Ältere Germanistik mit Einschluß des Nordischen aan de universiteit van Bonn. Het Noordse scheppingsverhaal begint dus met de Ruisende Ketel en al die rivieren. Waar de warme en koude wereld op elkaar stootten, ontstond de rijpreus Ymir. Die had een oerkoe, die likkend aan ijs de eerste mensen creëerde. „Dat is natuurlijk een heel vreemd verhaal”, zegt Simek. „Die botsing tussen koud en warm kan je je nog wel voorstellen: dat zijn de gletsjers en vulkanen van IJsland. Maar waar komt die oerkoe vandaan? Dat is misschien een element uit het Nabije-Oosten waarover Snorri gelezen had.”

Uit het gelikte ijs komt de eerste mens Bor voort, die drie zonen krijgt, onder wie Odin. Dit trio staat aan de basis van drie stammen – en zo is de mensheid van start gegaan, zegt Simek. „Die drie zonen kennen we natuurlijk ook uit de Bijbel, als de zonen Sem, Cham en Jafet van Noach die met hun nakomelingen de aarde bevolken. Een christelijk element dus in het verhaal van Snorri, zou je zeggen. Maar bij de Romeinse historicus Tacitus uit de eerste eeuw komen we in zijn Germania ook één Germaanse oervader tegen die drie zonen heeft waaruit drie stammen ontstaan. Dus kan je concluderen dat dit scheppingsverhaal waarschijnlijk teruggaat op een diepe, Noord-Europese bron van vóór het christendom.”

Dit soort mythen werd verteld op een gezellige avond; ze schiepen een gevoel van verbondenheid tussen buurvolken

Rudy Simek hoogleraar

Heel belangrijk was dit scheppingsverhaal overigens niet voor de Vikingen en de Germaanse stammen van Noordwest-Europa, zegt Simek. „Dit soort mythen werd verteld op een gezellige avond; ze schiepen een gevoel van verbondenheid tussen buurvolken. En dat is natuurlijk handig als je een pact wilt sluiten of je dochter wilt uithuwelijken.”

Ook binnen de Oud-Egyptische religie speelden scheppingsverhalen een ondergeschiktere rol in het dagelijks leven, zegt Lara Weiss. Ze is egyptoloog en conservator bij het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. „Egyptische mythen kennen we, of in ieder geval fragmenten ervan, al uit de heel vroege geschiedenis – van opschriften in graven en later ook uit tempels en manuscripten, al vanaf circa 2500 voor Christus.”

Bijzonder is dat er in Egypte tal van scheppingsverhalen naast elkaar bestonden. Wij zullen misschien denken dat ze niet allemaal tegelijk waar kunnen zijn, maar dat leek in het oude Egypte niemand iets te deren, zegt Weiss. „Elke tempel had een scheppingsmythe waarin de eigen god centraal stond.” Egyptenaren deden niet aan tekstexegese, iets waar joden, christenen en moslims wel dol op waren. „Als een stad belangrijker werd, werd haar god en diens scheppingsverhaal misschien ook belangrijker, maar er is geen discussie bekend over de inhoudelijke merites van de diverse mythen. Door onze fixatie op Genesis en de zondeval van de mens, denken we dat scheppingsmythen waarin de mens centraal staat elders net zo belangrijk waren, maar dat is in Egypte in ieder geval niet zo.”

In de Egyptische religie stond de farao en diens band met de goden centraal. Met offers probeerde de koning de goden gunstig te stemmen, zodat ze de wereldorde in stand hielden en het land vruchtbaar maakten. „Offerhandelingen waren dus heel belangrijk”, zegt Weiss. „Vroeger vond men daarom dat het een religie van handelingen was in plaats van geloof én dat zo’n religie van riten inferieur was aan een religie van geloof, maar dat lijkt me ingegeven door ons christelijke en antieke perspectief.”

Dupe van hogere machten

Hoe dat ook zij, in elke cultuur vragen mensen zich dus af waar ze vandaan komen – al duizenden jaren lang. Met toenemende globalisering en de oprukkende wetenschappelijke kennis over het universum zou je verwachten dat het einde van de scheppingsmythe nabij is, maar Mineke Schipper denkt dat het zo’n vaart niet lopen zal. „Juist in tijden van globalisering zie je mensen teruggrijpen op het eigene: wij mogen er ook zijn met onze cultuur! En zijn complottheorieën niet eigenlijk gewoon mythen waarmee je verklaart waarom de maatschappij werkt zoals ze werkt en waarom jij de dupe bent van hogere machten?”

Het interessante is natuurlijk, zegt Schipper, dat een begin sowieso niet eenmalig hoeft te zijn. „In hun eeuwige angst voor eigen eindigheid houden mensen overal in de wereld altijd hoop op een nieuw begin. Denk aan het verhaal van Noachs ark en de zondvloed.”

Schipper publiceerde over dit fenomeen onlangs Humanity’s End as a New Beginning. World Disasters in Myths, geïllustreerd met werk van de Japanse kunstenares Yuriko Yamaguchi. „Met alle klimaatproblemen die we nu hebben, merk je dat de mensheid hard toe is aan zo’n nieuw begin. Hopelijk komt dat er. Ik ben benieuwd wat voor verhalen het zal opleveren.”

Illustraties Jasmijn van der Weide