Analyse

Het inflatiemonster laat op zich wachten

Eco Snapshot Iedereen zet zich schrap, maar de postpandemische prijsstijgingen zijn nog amper te zien in de cijfers.

Het is het monster onder het bed van consumenten en beleggers: de inflatie die met de heropening van de economie de kop opsteekt. In de industrie merken ze prijsstijgingen al. De prijs van olie steeg de afgelopen tijd tot ver boven de 70 dollar per vat, terwijl hij tijdens de pandemie onder de 30 dollar zakte.

De producentenprijzen in de industrie waren in mei 12,3 procent hoger dan een jaar geleden. Dat komt vooral door olie en chemische producten, maar er is een grotere algemene schaarste met langere levertijden. Denk aan het wereldwijde chiptekort, waar iedereen last van heeft, van de nieuwe Playstation tot auto’s.

Het vertrouwen in het bedrijfsleven blijft wel op recordniveau. En omdat er eveneens tekorten zijn aan personeel, zouden via de lonen de consumentenprijzen kunnen stijgen.

Maar daar is nog niet veel van te merken. Kennelijk neemt het bedrijfsleven de gestegen prijzen nog even voor eigen rekening. De inflatie in Nederland, zo berichtte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) deze week, was in juni 2,0 procent. Dat is iets lager dan de 2,1 procent in mei.

Eind goed al goed? Wacht: de zomer is nog lang. Het duurt altijd even voordat prijzen doordringen tot de consument. Vroege tekenen van krapte zijn er bij het wonen. De ‘toegerekende huur’, een statistische poging om iets van de stijgende woningprijzen in de inflatie onder te brengen, lag vorige maand 2,9 procent hoger dan een jaar eerder. En autorijden is, door duurdere benzine, ruim 10 procent prijziger dan vorig jaar.

Dan is er nog de grote onbekende: de vakantie. Een run daarop zou de prijzen van een buitenlandse vakantie flink moeten opdrijven. Maar het is voor de statistici nu lastig prijzen vast te stellen van vervoer en verblijf in het buitenland. Laat staan ze te vergelijken met de pandemiezomer van vorig jaar. Wel geeft het CBS een weging van deze uitgaven in het mandje van consumentenbestedingen. Twee jaar geleden wogen reis en verblijf in het buitenland samen nog voor 6 procent mee. Nu is dat slechts 2 procent.

Als je niet weet hoeveel we uitgeven aan vakantie, en tegen welke prijs, kun je als statisticus beter even niets doen. Het kan wél betekenen dat we nog een jaar moeten wachten voor de vakantie-inflatie écht zichtbaar wordt in de algemene inflatiecijfers.

Bestedingen stijgen – maar hoe lang nog?

Terwijl de inflatiestijging toch weer op zich laat wachten, zetten veel consumentenbestedingen vooralsnog flink door. Zo laten de pingegevens van ABN Amro een snelle toename zien in het aantal betaling voor pretparken en dierentuinen sinds de versoepelingen van begin juni. De hoeveelheid transacties bevindt zich inmiddels zelfs ruim boven het niveau van 2019, wat ook geldt voor vakantie- en reisbestedingen. Bezoeken aan bioscopen zijn sinds hun opening ook hard aan het stijgen, en bevinden zich inmiddels op zo’n 70 procent van het pre-coronaniveau.

Maar let wel, zegt ABN Amro-econoom Nora Neuteboom: „In het begin zit er altijd wat inhaalgroei in.” Als pretparken of dierentuinen heropenen, gaan er veel mensen tegelijkertijd naartoe. „Dan is terugveren naar het oude niveau niet heel spectaculair.” Het kán dus zijn dat het aantal transacties in deze sectoren de komende weken weer afvlakt en zelfs wat terugvalt. „In veel sectoren die opengaan, maar wel testen-bij-toegangbeleid hanteren, zien we dat ze niet terugkeren naar het oude niveau”, vervolgt Neuteboom. „Dat kan komen doordat het testen een bepaalde drempel opwerpt. Maar bedrijven besluiten ook preventief niet open te gaan of weer te sluiten, omdat ze geen hotspot voor coronabesmettingen willen zijn.”

De groei van de drukte in het ov vlakt af

Vooral de versoepelingen van begin juni (en de aankondiging ervan) zijn goed te zien in de mobiliteitscijfers. We begaven ons afgelopen maand wederom meer buitenshuis, tonen de druktemonitoren van Google. De zomer is echt begonnen en veel vakanties zijn aangevangen. En hoewel het officiële advies om thuis te blijven werken niet meer geldt, blijft veel kantoorpersoneel vrijwel zeker in meer of mindere mate voor een deel thuiswerken. Deze week bleek uit onderzoek van ABN Amro dat het welzijn van werknemers sinds het begin van de pandemie is toegenomen. Meer tijd met de kinderen, minder reistijd, en tussen de bedrijven door even een halfuurtje hardlopen – werk en privé zijn misschien wel beter in evenwicht dan ooit.

Maar terugkeren naar het niveau van voor de pandemie doen de mobiliteitscijfers voor de werkplek waarschijnlijk niet snel. De stijgende trend van de afgelopen maanden lijkt in juni zelfs te stokken, net als de cijfers van het openbaar vervoer. Volgens NS weet inmiddels meer dan de helft van het ‘normale’ aantal reizigers de trein weer te vinden. Ook winkelcentra en plekken als restaurants, cafés en bioscopen lijken op hun drukste punt aangekomen. Het virus – met zijn mutanten – dwaalt immers nog steeds rond.