Recensie

Recensie Boeken

Het absurdisme van een groeiende veestapel

Kinderboek Prentenboekenmaker Pieter van den Heuvel verrast met zijn tweede boek, een grappige ontdekkingstocht rond een kudde koeien die besluit bovenop elkaar te klimmen. Heerlijk onverstoorbaar absurdisme.

'De koeien gaan een toren bouwen en de hele wei helpt mee.'
'De koeien gaan een toren bouwen en de hele wei helpt mee.' Illustratie uit besproken boek

‘De koeien gaan een toren bouwen en de hele wei helpt mee. Pablo neemt de leiding… en Marie is nummer twee.’ Het is het begin van Een toren van koe, een absurdistisch kinderboek over een kudde koeien die op een dag zonder duidelijke aanleiding beslist bovenop elkaar te klimmen. ‘Suus en Truus gaan als derde, ze hebben eten meegenomen. Bertha kan niet wachten, dit is de klim van haar dromen.’ Bertha heeft een grappig rood hoedje op en een groene koffer met een slaapzak bij zich, na haar volgen Marieke en Henrieke, die kijken allebei met een verrekijker uit over de wei.

Een verhaal dus over een groeiende veestapel. En elke illustratie zit vol ontdekkingen. Zo zien we niet alleen de toren van koeien groeien, maar volgen we bijvoorbeeld ook een nest vol ooievaarseieren dat bedreigd wordt.

Stippellijnen

Pieter van den Heuvel debuteerde in 2020 met het geweldige prentenboek De Verhuisdieren, waarin een trektocht van dieren – letterlijk, want De Verhuisdieren is een harmonicaboek dat bij uitvouwen maar liefst vier meter wordt – onderweg is naar hun nieuwe huis. Hij liet daarin al zien niet bang te zijn om de lezer een geheel eigen verhaal voor te schotelen waarin de vertelling humoristisch en absurdistisch is. ‘Kameel koos voor zijn studie… en de muizen kozen kaas. Panter neemt problemen mee en spin gewoon een vaas.’

In Een toren van koe zien we het grappige gebruik van stippellijnen uit De Verhuisdieren terug, waarmee hij de tekst met de illustraties verbindt. Ze trekken een lijn van de tekst naar de juiste koe: ‘Toos die vindt het veel te hoog en besluit de klim te staken. Voor Fien kan het niet hoog genoeg: zij wil een wolk aanraken.’ Het verhaal is niet op het spannendste rijm geschreven, maar de eenvoud geeft de lezer de ruimte om zich volledig op de steeds rijkere prenten te richten.

Het is inmiddels een drukte van jewelste in de wei. Hoger en hoger wordt de stapel. Er komen vliegtuigen aan die koeien omhoog hijsen, luchtballonnen, legervliegtuigen. Een aantal koeien loopt over een regenboog naar de top van de stapel. Een boot, een ijscoman, een zeppelin: ze komen allemaal terecht in de almaar groeiende toren van koe. ‘De zon die gaat al onder en de stal bereikt de top. Om alles recht te houden, springt er een zeekoe op.’ Doordat de situatie met ernst wordt benaderd, begint de absurditeit te fonkelen, de stippellijnen die aangeven over welke koe we het precies hebben onderstrepen deze ernst. Bovendien blijven de koeien allemaal vrij onverstoorbaar. Dit is iets wat ze overkomt. Zoals ze ook weleens zonder reden allemaal in een hoek van het weiland op een kluitje staan.

Grenzeloze geest

Maar Een toren van koe is meer dan een vertelling over gestapelde beestjes. Er zit op allerlei manieren ontwikkeling in het verhaal. De boom met het ooievaarsnest dat we volgden valt om, het moet wijken voor de veestapel. Ook het water achter de wei zien we veranderen: wat een sloot lijkt, blijkt een zee. Hoe we dat weten? Er zit een gigantische octopus in. Bizar, maar in de fantasievolle en grenzeloze geest van Van den Heuvel is er plek voor en je neemt het grijnzend van hem aan.

Hij speelt bovendien met de waarneming. Zo zoomt hij steeds meer uit, naarmate de stapel groeit. En elke bladzijde wordt de kleur van de lucht in de gedetailleerde illustraties iets donkerder en zo begint het te schemeren, begeven we ons door het zwart van de nacht (als, slim genoeg, ook de ruimte wordt bereikt door de stapel koeien), naar de dageraad waarin de boer zegt: ‘Zo is het wel weer mooi geweest!’ Waarna het leven zich hervat zoals alle dagen.