Directeur van Milieudefensie Donald Pols en links advocaat Roger Cox vieren de uitspraak van de klimaatzaak tegen Shell.

Foto Peter Dejong/AP

Interview

Directeur Milieudefensie na het Shellvonnis: 'Niks is meer hetzelfde'

Donald Pols (Milieudefensie) en Roger Cox (advocaat) Na het Shell-vonnis kan volgens directeur van Milieudefensie Donald Pols geen enkel groot bedrijf zijn verantwoordelijkheid nog ontlopen. „De ceo van Tata Steel zei tegen mij: deze uitspraak heeft de Umwelt voor bedrijven totaal veranderd.”

‘Ik zou als bestuurder van een groot bedrijf niet graag tot aan mijn pensioen of zelfs nog langer willen rondlopen met het idee dat ik over tien jaar alsnog kan worden aangesproken op het soort tegendraadse bewegingen waarvan ik heel goed weet wat ik daarmee aanricht”, zegt advocaat Roger Cox in de loop van het videogesprek vanuit zijn Limburgse kantoor. Hij heeft het over de hoofdelijke aansprakelijkheid van topbestuurders van grote klimaatvervuilende bedrijven zoals Shell, het concern dat hij ruim een maand geleden op de knieën dwong door namens onder andere Milieudefensie bij de Haagse rechtbank een strenger klimaatbeleid af te dwingen.

Cox’ woorden klinken niet dreigend, eerder nuchter en zakelijk. Precies zoals hij ook in de rechtszaal te werk gaat: scherp, met veel aandacht voor details en met een grote kennis van de klimaatwetenschap. Zijn gedrevenheid – „Als je eenmaal beseft hoe erg dit is, kun je niet anders dan hier je levenswerk van maken” – blijkt vooral uit de niet aflatende woordenstroom waarmee hij zijn punten maakt.

Het zou, zegt Cox, verstandig zijn als topbestuurders hun aansprakelijkheidsverzekeraar en hun eigen juristen vragen hoe het eigenlijk zit met de persoonlijke aansprakelijkheid. „Geen enkele juridische afdeling zal tegen zo’n bestuurder kunnen zeggen: nee, je hoeft je geen zorgen te maken.”

Donald Pols, de directeur van Milieudefensie die meepraat vanuit Amsterdam, denkt er net iets anders over. „De eerste reactie van zo’n jurist zal misschien zijn: wij verwachten niet dat je als bestuurder het risico loopt om hoofdelijk aansprakelijk te worden gesteld. Maar dan zou mijn vraag zijn: hadden jullie verwacht dat Milieudefensie de zaak tegen Shell zou winnen?”

Vergeet niet, zegt Roger Cox, „dat mensen over een jaar of tien hoe dan ook heel anders denken over wat er nu gebeurt. Net zo goed als we nu heel anders tegen deze materie aankijken dan tien jaar geleden”.

De hele wereld keek mee

Na het vonnis op 26 mei, toen de rechter Shell oplegde om zijn totale CO2-uitstoot vóór 2030 met 45 procent te reduceren (ten opzichte van 2019), waren de emoties heftig. Tranen, vreugdekreten in én buiten de rechtbank, waar tientallen ‘mede-eisers’ gespannen de uitspraak afwachtten. Die ontlading was logisch, want de hele wereld keek mee en Cox had hier samen met Milieudefensie jaren aan gewerkt. Na de vier zware zittingsdagen moesten ze uiteindelijk nog vijf maanden wachten op het oordeel van de meervoudige kamer van de rechtbank. Toch zegt Cox op de vraag wat hij het meest verrassend vond in het vonnis: „Feitelijk niets.” Hij is misschien wel de enige die dat zo stellig durft te zeggen.

„Hoe gek het ook klinkt”, legt hij uit, „dit is wat ik dacht dat eruit zou komen, na alle pleidooien. Ik ben er steeds vanuit gegaan dat onze primaire vordering toegewezen zou worden. Als je het allemaal bij elkaar optelt, is er vanuit juridisch perspectief voor mij geen andere uitkomst bestaanbaar, en al helemaal niet vanuit het perspectief van de mensenrechten.”

Cox wijst erop dat de Hoge Raad in de vergelijkbare zaak van duurzaamheidsorganisatie Urgenda tegen de staat, waarbij hij in eerste aanleg ook betrokken was, heeft vastgesteld dat bij het veroorzaken van klimaatschade ook mensenrechten in het geding zijn, zoals het recht op leven en het recht op een ongestoord gezinsleven. Die connectie is volgens hem inmiddels ook in diverse buitenlandse rechtszaken gelegd. „Wat kun je je dan nog permitteren als je een hele grote speler bent die bijdraagt aan dit mondiale destructieve systeem? Het is onbestaanbaar dat je een grote bijdrage aan mensenrechtenschendingen kunt leveren, zonder daarvoor op het matje geroepen te worden.”

Lees ook: Deze uitspraak over Shell laat zien: het klimaat is een mensenrechtenkwestie

Later in het gesprek zegt Donald Pols: „Het kan niet zo zijn dat wij, geconfronteerd met gevaarlijke klimaatverandering, zeggen: ja, sommige bedrijven kunnen nou eenmaal niet veranderen. Dus moeten we de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen maar opgeven en accepteren dat die bedrijven de wereld naar de knoppen helpen.”

Kritiek op het vonnis, zowel van economen als juristen, wijst Cox licht geërgerd van de hand. Alle argumenten zijn volgens hem op de vier zittingsdagen in de rechtszaal langsgekomen. „We hebben Shell ruim de tijd gegeven om met hun beste argumenten te komen”, zegt Cox. „Dat hebben we ook zo met ze besproken: neem de tijd, want het is een groot vraagstuk. We willen dat ieder van ons met zijn beste verhaal komt. Want we willen de rechtbank echt in een positie brengen om van alle feiten en omstandigheden kennis te nemen en tot het beste oordeel te komen.”

Geen perfecte substitutie

Veel critici herhalen een van de argumenten van Shell: als zij stoppen met olie en gas nemen anderen het over. Onzin, vindt Cox. „Het is niet vol te houden dat het geen impact zou hebben als een bedrijf dat jaarlijks 20 tot 30 miljard dollar investeert in fossiele energie die investeringen verlegt naar klimaatvriendelijke oplossingen. Dit vonnis verandert het risicoprofiel rondom fossiele investeringen – want vergeet niet, wat nu bij Shell gebeurt, gebeurt overmorgen bij een andere oliemaatschappij. Als iets risicovoller wordt, zal de rente stijgen voor leningen in fossiel. En als lenen duurder wordt, wordt er minder geleend en dus ook minder geïnvesteerd. Uit onderzoek blijkt dat voor elk niet geproduceerd vat olie er 0,2 tot 0,6 vaten olie niet geconsumeerd worden. Shell suggereert dat er een soort perfecte substitutie is voor ieder vat olie dat zij niet verkopen. Maar dat is dus niet zo.”

Ook beginnen critici steeds weer over het feit dat Shell geen partij is in het klimaatakkoord van Parijs (2015). Maar volgens Cox doet dat er helemaal niet toe. De wereld heeft al in 2010 gezamenlijk vastgesteld dat een opwarming van twee graden een gevaar voor de mensheid vormt, en voor de ecosystemen waarvan de mens afhankelijk is. Inmiddels denken we zelfs dat twee graden te veel is en dat we daar liefst nog een halve graad onder moeten blijven. „Dat is de gevaarduiding waar de hele internationale gemeenschap het over eens is, de feitelijke politieke consensus”, zegt Cox gedecideerd. „Dat startpunt hebben rechters dus in acht te nemen.”

Met dit vonnis in de hand kan volgens Pols geen enkel groot bedrijf zijn verantwoordelijkheid nog ontlopen. „Shell zei altijd: niet wij zijn verantwoordelijk, maar de consument en de overheid. De rechter heeft nu gezegd: iedereen is verantwoordelijk, dus ook Shell. En vanuit het perspectief van Milieudefensie heeft zo’n grote speler een grotere verantwoordelijkheid dan de gemiddelde burger.”

Lees ook: ‘Stateloze’ multinationals zoals Shell zijn minder ongrijpbaar dan ze leken

„Grote multinationale bedrijven hebben jarenlang het gevoel gehad – en zo was het ook – dat ze zowel het gaspedaal controleerden als de rem”, zegt Cox. „In de rechtszaal hebben we aannemelijk gemaakt dat Shell, maar dit geldt net zo goed voor andere bedrijven, deze risico’s allang in zijn jaarrekening heeft geïdentificeerd. Het risico van versnelde wet- en regelgeving rondom het klimaat. Maar ook het risico van een rechtszaak als die van Milieudefensie, die door Shell met naam en toenaam wordt genoemd. Die risico’s kunnen, schrijven ze, een material impact op hun business model hebben.”

Bedrijven weten dus volgens Cox heel goed waar ze aan toe zijn. „Het is niet zo dat de grote spelers in Nederland, de Tata Steels van deze wereld, opeens zeggen: wat een gekkigheid van die rechters. Nee, voor deze partijen is het een wake-up call dat het nog veel sneller moet dan dat ze al dachten.”

Pols merkt dat ook. Kort na het vonnis had hij een gesprek met Tata Steel. „De ceo zei tegen mij: deze uitspraak heeft de Umwelt voor bedrijven totaal veranderd. Dat zijn letterlijk zijn woorden. Niks is meer hetzelfde.”

De druk verhogen

Milieudefensie heeft plannen om samen met grote vervuilers na te denken over wat dit vonnis voor hen zou kunnen betekenen. Hoe kunnen zij hun bedrijfsvoering aanpassen aan deze uitspraak? „Het gaat om het verhogen van de druk. Meer wil ik er nog niet over zeggen. Het moet ook een beetje een verrassingseffect hebben, maar in de tweede helft van het jaar zullen we er zeker op terugkomen.”

Maar eerst hebben ze Shell publiekelijk uitgenodigd voor een gesprek over uitvoering van het vonnis. Het zou een manier kunnen zijn om een hoger beroep, waar Shell nadrukkelijk op heeft gehint, te voorkomen. „De uitnodiging is van harte gemeend”, zegt Pols, die het niet vreemd zou vinden dat een maatschappelijke organisatie als Milieudefensie zou aanschuiven aan de bestuurstafel van Shell, een plek die gewoonlijk gereserveerd is voor aandeelhouders en beleggers. „Wij vertegenwoordigen een publiek belang. In dit geval het voortbestaan van de wereld. Ja, ik weet het, dat klinkt heftig. Maar het is goed om eens in de zoveel tijd even te benoemen wat ook weer de inzet is van deze zaak. Wij hebben er met onze mede-eisers voor gezorgd, dat vier tot vijf keer de CO2-uitstoot van heel Nederland wordt gereduceerd als het vonnis wordt uitgevoerd. Dat is een enorme stap voorwaarts.”

Pols snapt ook wel dat Milieudefensie nu in het publieke debat soms hard wordt aangepakt. „Dat hoort erbij als het gaat om een uitspraak waarvan de indirecte werking en de impact zo groot zullen zijn. Ik was pas op een bijeenkomst met topbestuurders van grote bedrijven. Er kwam iemand naar me toe – nee, ik ga niet zeggen wie – die zei: ‘ik zal er persoonlijk voor zorgen dat jij nergens in Nederland nog een baan krijgt’. Ja, dit is een grote-mensenspel. Het gaat om grote zaken, dan moet je een bepaald risico accepteren.”

Aanscherpen van de eis

En als Shell toch in beroep wil gaan, is Milieudefensie bereid de strijd voort te zetten. Pols wijst erop dat in de Urgenda-zaak de rechter in hoger beroep de eisen aan de staat heeft aangescherpt. „Wij zullen die kans ook niet laten liggen, als het toch zo ver zou komen.”

Roger Cox vraagt zich af of zo’n hoger beroep nog wel zin heeft. „Moet je als bedrijf energie steken in een publiekelijk gevecht over een zaak die over twee of drie jaar mogelijk toch verloren is? Kun je niet beter de realiteit onder ogen zien, beseffen dat de wereld moet veranderen? Dat is ook waar een deel van Shells eigen mensen om vraagt, de jonge ingenieurs uit Delft, de aandeelhouders, de grote institutionele beleggers, de accountants, de banken.”

En de vraag is volgens Cox ook of je als bedrijf zo lang in onzekerheid wilt verkeren. „Want stel dat een hoger beroep in het voordeel van Shell zou uitvallen, ik verwacht het niet maar het zou natuurlijk kunnen, dan is de onzekerheid nog steeds niet weg. Dan volgt er waarschijnlijk nog cassatie. Dat betekent dat Shell de komende vier tot vijf jaar in onzekerheid moet doorbrengen. Kun je dan maar niet beter gewoon beginnen?”

Natuurlijk zijn er volgens Cox bedrijven die hopen dat Shell in beroep gaat, omdat ze weten dat dit vonnis uiteindelijk ook hen gaat raken. „Maar je zou toch hopen dat elk redelijk denkend mens zegt: weet je wat? Eigenlijk is die druk van buiten wel fijn, want dan hoef ik zelf niet meer al mijn aandeelhouders en werknemers te overtuigen van de noodzaak om te veranderen.”

De keuze is simpel, vindt Cox: totale destructie binnen deze eeuw wereldwijd, of een tijdelijke ontwrichting. „We moeten kiezen voor die tijdelijke disruptie, wat die ons ook gaat kosten”, zegt Cox. Als we dat niet doen, dan ruïneren we ons financiële systeem, ons economische systeem en ons ecologische systeem. Dat zeggen ook de centrale banken. Daar is geen speld tussen te krijgen.”

Hoger beroep of niet, het vonnis wordt er niet door opgeschort. De vraag is dus of Milieudefensie opnieuw naar de rechter stapt om een dwangsom te eisen als Shell in gebreke blijft. „Als ik Shell was, zou ik er niet op rekenen dat zij heel veel ruimte van ons krijgen om implementatie uit te stellen”, zegt Pols. „Niet omdat wij moeilijk willen doen. Maar we hebben volgens de wetenschap nog acht jaar de tijd om de noodzakelijke veranderingen door te voeren om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. Dat betekent dat een grote partij als Shell als de wiedeweerga in actie moet komen. Omdat de rechter dat zegt, maar vooral omdat de klimaaturgentie dat vereist. Daar zullen wij heel goed op letten.”