Opinie

Apolitieke wetenschap, dat is vrijblijvende recreatie

Eind mei werd in het Deense parlement een motie aangenomen om „buitensporig activisme in bepaalde wetenschapskringen” terug te dringen. 72 Kamerleden, van liberaal-links tot populistisch-rechts, stemden vóór, 24 stemden tegen.

De motie komt erop neer dat wetenschap en politiek gescheiden domeinen moeten zijn. Wetenschappers die in feite politiek bedrijven, moeten zich niet voordoen als wetenschappers; omgekeerd moet de politiek zich niet bemoeien met de wetenschap, die een zelfreinigend vermogen heeft.

De tekst is verwarrend. Politici willen enerzijds dat wetenschap gevrijwaard blijft van politiek activisme en eisen dat in een politieke motie op; anderzijds stelt men dat de wetenschap een zelfreinigend vermogen heeft, en dat politieke inmenging uit den boze is.

De motie was de culminatie van een al langer lopend debat. Eerder hadden veertien Deense hoogleraren zich in een gezamenlijk opiniestuk gekeerd tegen de in hun ogen gevaarlijke identiteitspolitieke tendensen op de universiteit. Ik verdiepte mij in de achtergrond van de betrokkenen, om te zien of die iets gemeenschappelijks hadden, behalve de status en de macht om de politiek in beweging te krijgen. De wetenschappelijke disciplines lopen uiteen, tussen de (witte) mannen bevindt zich één vrouw, Lene Tanggaard Pedersen, hoogleraar cultuurpsychologie aan de Aalborg Universiteit en auteur van het populair- wetenschappelijke In bad met Picasso, over hoe je meer creatief kunt worden. Picasso ging in bad als hij op nieuwe ideeën wilde komen.

Henrik Dahl van de Liberale Alliance voerde de motie aan. Deze politicus is voormalig wetenschapper, vooral bekend van zijn sociologische lifestyleboek Als je buurman een auto zou zijn. Het drong tot mij door dat ik ooit baantjes met hem had getrokken in een zwembad voor een reisprogramma, om over Deensheid te praten. We hadden hem gevraagd wat hij zoal deed om op creatieve ideeën te komen: zwemmen, zei hij toen.

Minstens 3.241 wetenschappers hebben inmiddels geprotesteerd tegen de aangenomen motie omdat zij menen dat deze politieke inmenging tot zelfcensuur zou kunnen leiden.

Ook in Nederland woedt een dergelijk debat. Afgelopen zaterdag vroeg de Volkskrant zich af of de academische vrijheid in het geding is. De bedreiging kwam uit, of werd gezocht in, de hoek van de studenten. Anekdotisch bleek dat zéér mondige ‘woke’ studenten eisen dat er waarschuwingen komen bij bepaalde teksten en dat bepaalde teksten wel en andere niet worden gelezen.

Het engagement onder studenten klonk mij niet heel verontrustend in de oren – betrokken leestips: altijd welkom. Wel de typering van een generatie studenten die niet nieuwsgierig is en wil leren, maar conform het marktdenken eist en als iets niet onmiddellijk gebeurt, overgaat op de klachtenprocedure. De universiteit stimuleert al jaren deze manier van marktdenken. Toen ik een aantal jaar geleden samen met Stephan Sanders een college zou gaan geven over identiteit, moesten we ten overstaande van een honderdtal studenten onze cursus pitchen op een cursusmarkt. Voor ons zat een gelikt praatje over happiness studies, de wetenschappelijke studie van geluk. We werden in een competitieve race met andere docenten gedwongen, met studenten in de rol van de vergelijkende consument. Sanders deed van de weeromstuit zijn best om de studenten af te schrikken (‘Wij lezen alleen hele moeilijke teksten’).

Voor ‘frisse’ ideeën kun je in bad gaan liggen, of gaan zwemmen, menen geleerde anti-woke Denen. Ik vind de resultaten niet zo fris; de muffe motie is een staaltje populistisch-rechtse symboolpolitiek vermomd als hoeder van de apolitieke wetenschap. Ze ontdoen de wetenschap daarmee van haar relevantie en maken die tot vrijblijvende recreatie, een soort leuke vakantie waar je creatieve marketingideetjes opdoet, terwijl de samenleving juist schreeuwende behoefte heeft aan relevante wetenschap, van technische oplossingen tot nieuwe maatschappelijke inzichten. Zeker, de universiteit is er om een wetenschappelijke houding aan te leren, en dat houdt in dat je vanuit verschillende perspectieven leert kijken. Zoals Anne Applebaum het zaterdag treffend in NRC formuleerde, is het in het belang van de democratie dat we blijven opteren voor „onderwijs dat studenten, academici, lezers en kiezers leert om uit verschillende gezichtspunten naar boeken, geschiedenis, samenleving en politiek te blijven kijken”.

Studenten moeten niet worden gewaarschuwd voor teksten die niet meteen in hun (identitaire) straatje passen, maar worden aangemoedigd zich óók daarin onder te dompelen. Toch een waarschuwing: veellezerij kan je engagement ernstig verdiepen.

Stine Jensen is filosoof en schrijver. Ze vervangt deze week Paul Scheffer.