Opinie

Aanslag op Peter R. raakt journalistiek op kwetsbaar moment

De Rechtsstaat

Is de moordaanslag deze week op Peter R. de Vries (64) er ook een op de persvrijheid? Zo voelt het wel. Maar zolang de motieven van de daders nog in nevelen zijn gehuld blijft het speculeren. Daarbij speelt mee dat De Vries een hybride figuur is – journalist, zeker, maar niet altijd. Hij is ook belangenbehartiger, detective, woordvoerder en ‘vertrouwenspersoon’ van een kroongetuige annex verdachte in een mega-strafzaak over liquidaties en drugshandel.

Ontegenzeggelijk is hij journalist, uit de Telegraaf-school van misdaad- en campagne-journalistiek – een mix van betrokkenheid met de slachtoffers, human interest en oplagedrift. Dat engagement kon trouwens ook veroordeelde daders gelden, zo bewees hij in de Puttense moordzaak, toen hij 42 uitzendingen lang betoogde dat hun veroordeling dubieus was. Hij toonde in die zaak ten slotte een gerechtelijke dwaling aan. Wat mij betreft is het zijn belangrijkste prestatie tot nu toe.

Z’n zwakste moment: toen hem op straffe van een dwangsom van 15 mille door de rechter werd verboden een heimelijke opname in een tbs-kliniek uit te zenden. En dat vervolgens toch deed. Het gezag van de rechter erkende hij pas toen de dwangsom naar vijf ton ging.

Zijn reputatie als gedreven waarheidsvinder is journalistiek stevig gefundeerd, namelijk zonder aanzien des persoons. De Vries bewees met de Puttense zaak niet alleen een bekwame freelance crimefighter te zijn, maar ook een rechtsbeschermer, wat bij goede journalistiek hoort. De politie leerde dan ook rap met hem samenwerken – in de media ontwikkelde hij zich tot opinieleider, meestal op de hand van de opsporing. Ik mocht hem ooit op tv proberen tegen te spreken bij De Wereld Draait Door, over de wens van politiek rechts een nationale opsporingsdatabank op te richten met ieders dna. De formidabele Peter R. was voor. Wie niets te verbergen heeft, hoeft zich geen zorgen te maken – zo’n soort gesprek. Ik was zenuwachtig. Hij natuurlijk niet.

De Vries is een mediamerk en een mannetjesputter, aan wie niet altijd meer gevraagd wordt welke belangen hij op welk moment dient. Als zo iemand wordt neergeschoten, raken er dus heel wat meer huisjes beschadigd. Niet alleen dat van de persvrijheid. Maar ook dat van hulpverleners van verdachten in een strafproces, van hulp aan nabestaanden, van het recht op vrije deelname aan het publieke debat.

Zo’n aanslag raakt ook het recht op een eerlijk proces, op representatie in de media en behartiging van alle andere belangen die De Vries diende. Een aanslag op de rechtsstaat dus, waarin De Vries meerdere rollen vervulde dan alleen journalistieke.

Voor de journalistiek valt de aanslag midden in een sluimerende crisis, waarvan de burger alleen de incidentjes ziet. Als een fractieleider in de Kamer bijvoorbeeld journalisten tout court „tuig van de richel” noemt. Of als een boze plattelander met zo’n kolossale laadschop een fotograaf met auto én bijrijder in een greppel schuift. Ook de agressie van de viruswappies en complotdenkers tegen journalisten bij demonstraties zijn bekend. Persoonlijk feit: ik ben in m’n vrije tijd bestuurder van de Nederlandse Vereniging van Journalisten, dus vergeef mij dit engagement. Nederland zakte voor het derde jaar op rij op de EU-lijst van rangorde in persvrijheid. Nu nog op een respectabele zesde plaats, maar de trend is negatief. Bij een recent onderzoek gaf 8 van de 10 ondervraagde journalisten aan met intimidatie of bedreiging te kampen te hebben.

Ophitsing door PVV en FvD speelt een rol – het zijn verkapte aanvallen op de democratische rechtsstaat waarmee pluriformiteit verdacht wordt gemaakt. Intussen verzwakt de rechtspositie van journalisten en daarmee hun onafhankelijkheid. Meer dan de helft van de ‘makers’ is inmiddels freelance – slecht verzekerd, niet gesteund door sterke uitgevers, onderbetaald, zelf commercieel verantwoordelijk. Voordat journalisten tegenwoordig verslag doen van demonstraties in Nederland gaan ze op cursus om risico’s te leren taxeren, om te kunnen omgaan met agressie en hoe zich veilig te verplaatsen. Onlangs hield de nieuwe Kamer er een hoorzitting over – ik hoop dat ze schrokken. Het gaat dus niet goed met ons. Zo’n aanslag treft daarom iedere journalist en dus ook iedere burger.

Folkert Jensma is juridisch redacteur. Deze column keert op 11 september terug in de bijlage Opinie en Debat.