Interview

‘Nederland moet een keuze maken over zijn EU-beleid en ophouden met zwabberen’

Advies Commissie Europese Economie Meer samenwerken binnen de EU is altijd goed, schrijven economen en politicologen in een advies aan kabinet en Tweede Kamer. Nog belangrijker: Nederland moet zich minder opportunistisch opstellen in Brussel en betrouwbaar worden.

Demissionair premier Rutte in Brussel bij een vergadering van EU-leiders eind juni Foto Johanna Geron

In de Tweede Kamer het ene zeggen, en in Brussel het andere doen: als het om de Europese Unie gaat, voeren opeenvolgende kabinetten al jaren een gespleten beleid. De weerzin tegen vergaande financiële solidariteit binnen de EU leidt ertoe dat Nederland zich stoer opstelt. Maar vervolgens dwingt de Europese politieke realiteit Nederland dan vaak toch tot grote concessies. Dit proces verloopt via een inmiddels volstrekt voorspelbaar scenario. En dat is een slecht scenario, schrijft een groep vooraanstaande economen en politicologen donderdag in een advies aan Tweede Kamer en kabinet.

In een donderdag verschenen rapport concluderen zij dat Nederland zwabbert en te weinig duidelijke keuzes maakt in zijn Europa-beleid. Volgens hoogleraar Roel Beetsma, voorzitter van de ‘Commissie Europese Economie’, maakt Nederland zichzelf zo kwetsbaar. „Als je in onderhandelingen steeds van positie verandert, weten anderen dat je dus over te halen bent”, zegt hij. „Selectief winkelen in de snoepwinkel”, noemt econoom, bankier en co-auteur Barbara Baarsma dat. NRC sprak met Baarsma en Beetsma voor nadere toelichting op het rapport.

In Brussel denken ze dan al snel: Nederland draait wel bij, omdat het toch geen échte standpunten heeft. En terug in Den Haag denkt iedereen: hé, we zouden onze poot toch stijf houden?

Vier manieren vooruit

In het rapport worden vier integratiemodellen beschreven: vier manieren om consequent en helder beleid te voeren in Brussel. Bij elk van de vier modellen kiest Nederland ondubbelzinnig voor meer Europese samenwerking, maar de intensiteit daarvan verschilt per model.

De onderzoekscommissie spreekt zelf geen voorkeur uit voor een van de vier. „Dat is aan de politiek”, zegt Baarsma. „Wij zeggen alleen: kies! Je moet niet de hele tijd reageren, maar acteren, en dat moet je consistent doen.”

De onderzoekscommissie bestond uit een bont gezelschap, en dat leverde soms stevige discussies op. Econoom Lex Hoogduin is kritisch over integratie, terwijl politicoloog Catherine de Vries zich daar vaak positiever over uitlaat. Gita Salden is bankier en oud-topambtenaar, wijlen Hans van Baalen een VVD-politicus.

Ondanks de soms grote verschillen van mening vond geen van de commissieleden een Nexit – een uittreding uit de EU – teen realistisch model. Baarsma: „De politieke en economische kosten daarvan zijn veel te hoog, terwijl we ongelooflijk veel profijt hebben van Europa.” Beetsma: „Nederland kan zich terughoudend opstellen op onderdelen, maar niet op het fundament van eurozone en Unie.”

De commissie werd een half jaar geleden ingesteld op verzoek van Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt (toen nog CDA), nadat minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) met EU-collega’s was gebotst over de economische gevolgen van de coronacrisis. Hoekstra's boodschap dat landen zonder financiële buffers nu maar op de blaren moesten zitten, kwam hard binnen in Zuid-Europa, waar op dat moment massaal coronaslachtoffers werden begraven. De minister erkende later „te weinig empathisch” te zijn geweest.

Eerdere grote EU-plannen

Een grote crisis is vaak het startpunt van grote EU-plannen. Zo leidde de financiële crisis tien jaar geleden tot de oprichting van een ‘bankenunie’, een systeem van Europees bankentoezicht. Voorheen was toezicht op banken alleen nationaal, waardoor potentiële gevaren voor héél de EU onder de radar bleven.

Na de vluchtelingencrisis van 2015 kwam er, voor het eerst, gecoördineerde grensbewaking (Frontex). En tijdens de coronacrisis ontstond er coördinatie op zorggebied (bij de inkoop van vaccins) en kwam er, ondanks de Nederlandse bezwaren, een Europees Herstelfonds (750 miljard euro). Toen Duitsland overstag ging, kon Nederland niet meer achterblijven.

Baarsma en Beetsma vinden het knap hoe het Europees Herstelfonds in korte tijd en onder moeilijke omstandigheden is opgetuigd. De komst ervan was een krachtig politiek signaal, waarmee de chaos van de eurocrisis, met paniek op de financiële markten, is voorkomen. Tegelijkertijd constateren ze ook dat het fonds ‘suboptimaal’ is, omdat het onder extreme druk tot stand is gekomen. Zo dient elk land zelf plannen in bij de Europese Commissie, die onvoldoende op elkaar blijken afgestemd. Baarsma: „Het is ieder land voor zich.”

Hoe minister Wopke Hoekstra in Brussel botste over de coronacrisis

Dit terwijl de meerwaarde van de EU zit in alles wat grensoverschrijdend is en te groot is om als land alleen te financieren: zaken zoals duurzame energie (waterstof), elektriciteitsnetwerken en een Europees spoorlijnennetwerk.

Kabinet moet kleur bekennen

Volgens de economen zullen dergelijke fundamentele keuzes nog vaker volgen. Het is zaak om hierover al vooraf ideeën te hebben. Beetsma: „Middenin een crisis, wanneer de discussie geagiteerd en geëmotioneerd is en landen het water aan de lippen staat, is dat lastiger.”

De commissie roept het kabinet op kleur te bekennen. Wat voor Europese Unie streeft Nederland na? Beetsma: „Bij de Fransen is dat volkomen helder. Zij willen méér integratie. De Nederlandse positie is aftastend, op basis van wat binnenlands mogelijk is en wat grote broer Duitsland doet.” Baarsma: „Het ene moment zegt het kabinet: ‘we zijn tegen gezamenlijke Europese schulden’. En vlak daarna is het: ‘Duitsland wil het wel, dus volgen we’. Als je kleurloos bent, word je een speelbal.”

Een heldere, herkenbare kijk op Europa zou het volgens de economen moeilijker maken om Nederland klem te zetten. Voor de Tweede Kamer zou die duidelijkheid meer houvast betekenen en minder onrust over Europese ontwikkelingen. Nu kan het Europadebat vanwege het dubbelzinnige kabinetsbeleid gemakkelijk gekaapt worden door eurokritische partijen.

Vier scenario’s

De vraag is dan wel: welke kijk moet het kabinet omarmen? De onderzoekscommissie ziet daar zoals gezegd vier manieren voor . Van ‘Doorpakken’: Europese belastingen, gezamenlijke uitgaven, schulden en besluitvorming. Tot de smaak ‘Meer markt’ waarin Nederland niet meedoet aan financiële vangnetten of herstelfondsen. Wie naast de middelen uit de EU-begroting extra geld nodig heeft, moet in deze laatste variant zelf naar de financiële markten toe om kapitaal op te halen.

De twee andere keuzes zijn ‘gestaag door’ waarin er niet veel verandert en de variant ‘meerdere snelheden’ waarin Nederland alleen verder wil integreren met financieel vergelijkbare landen zoals Duitsland. Een club binnen de club, met extra welvaartsvoordelen. Andere landen mogen uiteindelijk wel meedoen, maar pas als ze hun schuld drastisch hebben verlaagd. Wordt een schuld daarna toch weer te groot, dan moet een land weer een stap terug doen.

Elke voorkeur heeft duidelijke nadelen: er zijn geen magische oplossingen, schrijft de commissie in het 120 pagina’s tellende rapport. ‘Doorpakken’ klinkt daadkrachtig en het levert meer invloed op aan de Brusselse onderhandelingstafels, maar wat als het optuigen van grote vangnetten vooral leidt tot lui hervormingsbeleid in economisch zwakkere landen?

‘Meer vrije markt’ klinkt rationeel, maar betekent ook dat landen uit de eurozone kunnen vallen en de stabiliteit van de gemeenschappelijke munt in het geding kan raken. ‘Gestaag door’ klinkt geruststellend, maar in dat scenario moet ook vaker ad hoc en dus ‘suboptimaal’ worden gereageerd op onverwachte gebeurtenissen. Over de nadelen van elke keuze zou het politieke debat veel meer moeten gaan.

Altijd goed

Behalve meer of minder integratie is er ook integratie die Nederland in elk denkbaar scenario moet nastreven: de zogenoemde ‘no regrets’. Dat zijn maatregelen waar Nederland nooit spijt van zal krijgen, zoals het verder vrijmaken van het dienstenverkeer en verdieping van de kapitaalmarkt. Zaken, kortom, die nu vaak nog nationaal zijn georganiseerd, maar juist een open economie als Nederland grote welvaartswinst kunnen opleveren. Ook het op Europees niveau beprijzen van CO2-uitstoot geldt als een ‘no regret’. Dat is een efficiënte manier om klimaatverandering tegen te gaan én het zorgt voor een gelijk speelveld voor Europese bedrijven op de interne markt. Dat deze no regrets soms óók politiek omstreden zijn, beseft de commissie.

Aan één discussie waagt de commissie zich nauwelijks. In Europa klinkt de klacht dat de regels voor de overheidsfinanciën veel te streng zijn. Moeten die niet ruimer worden? Is een maximale staatsschuld van 60 procent van het bruto binnenlands product nog wel realistisch? Baarsma: „We doen geen uitspraak over het optimale niveau van de overheidsschuld, omdat die discussie economisch nog niet uitgekristalliseerd is. Wel zeggen we: vereenvoudig de regels, want die zijn nu te ingewikkeld. En in de regels zit ruimte.”

Schulden terugbrengen

Er zijn economen die vinden dat overheden juist meer zouden moeten uitgeven nu de rentes laag zijn, maar de commissie hecht nog steeds aan het terugdringen van schulden. Beetsma: „Wat als de inflatie en de rente stijgen? Wat als er een nieuwe crisis komt? De onzekerheid over de klimaatkosten is waanzinnig. De dreiging dat sommige lidstaten hun rentebetalingen niet meer kunnen voldoen, wordt steeds groter. Wij willen niet uit zuinigheid dat de schulden weer dalen, maar om te voorkomen dat we weer in een schuldencrisis terecht komen.”

Voorstellen om schulden deels kwijt te schelden en zo landen als Italië te helpen, behandelt de commissie niet. Baarsma: „Duitsland gaat dat nooit doen. Dus dan kan je het wel opperen, maar hoe effectief is dat? Wij wilden een advies maken waar het nieuwe kabinet meteen mee aan de slag kan. Ons is niet gevraagd: doe eens lekker avontuurlijk.”

Nederland moet wél beseffen dat het in Europa niet alleen kan nemen, maar ook moet geven. Nederland profiteert als exportland enorm van de voor Nederland relatief lage stand van de euro. Baarsma: „De Europese Unie kan voor Nederlanders op een transferunie lijken: we schuiven heel veel geld via de Europese instituties naar Europa.

Maar wat Nederlanders niet zien: via de markt krijgen we ook heel veel terug. Durven het kabinet en de Kamer dát te laten zien?” Beetsma: „De voordelen van de interne markt zijn voor ons zo groot dat we best wat water bij de wijn mogen doen, bijvoorbeeld als landen geholpen zijn met de uitgifte van gezamenlijke schuld.” Baarsma: „Je geeft een beetje maar je krijgt dan ook veel. Dat besef zou meer in het politieke debat moeten zitten.” Beetsma: „Anders kom je niet vooruit.”

Lees ook: Europese ‘wervelwind’ maakt Den Haag zenuwachtig