Opinie

Het financiële stelsel dreigt multipolair te worden

Maarten Schinkel

Hongkong kan een brug zijn tussen China en de financiële markten in de rest van de wereld, zei Eddie Yue dinsdag op een videoconferentie van de Bank voor Internationale Betalingen. Yue is de baas van de Hong Kong Monetary Authority, een instelling die optreedt als de centrale bank van de stadstaat.

Inderdaad: Hongkong heeft zo’n instituut. Van oudsher maakt het deel uit van het ‘westerse’ financiële systeem. In 1998, middenin de Azië-crisis, zei de hoogste financiële baas Donald Tsang in NRC een offensief te willen tegen valutaspeculatie. Hij maakte een tour langs Frankfurt, Londen, Amsterdam en Washington, als gelijke van de centrale bankiers met wie hij sprak.

De sluipende machtsovername van China in Hongkong kan dat veranderen. Of, wat minder voorzichtig gesteld: zál dat veranderen. Want in plaats van een kei in de rivier voor de oversteek tussen China en het Westen, wordt de voormalige Britse kroonkolonie steeds meer onderdeel van het vasteland.

Dat is een extra financiële complicatie bij de snel veranderende verhoudingen tussen China en de rest. Beijing komt nu ook terug op de noteringen van Chinese bedrijven aan de beurzen van, onder meer, Wall Street. Deze week werd – terwijl de beursgang nauwelijks droog was – Didi, het enorme taxibedrijf, onderwerp van Chinees onderzoek naar de veiligheid van Chinese klantendata. De koers kelderde met een vijfde. Daarmee sluit het bedrijf aan bij twee derde van de 34 Chinese bedrijven die in de eerste helft van dit jaar naar Wall Street gingen, en nu onder hun introductiekoers noteren.

Ook bij Amerikanen is de liefde bekoeld. De Republikeinse senator Marco Rubio zei woensdag tegen de Financial Times dat het „roekeloos” is om Chinese ondernemingen een beursnotering te geven. Dat stelt Amerikaanse beleggers volgens hem bloot aan „onverantwoordelijke” bedrijven.

Die Chinese bedrijven zitten zelf vast in een knoop: Beijing wil liever niet dat ze al hun financiële geheimen prijsgeven, maar volledige openheid is juist wél voorwaarde voor een Amerikaanse notering. En zo ontstaat er een schemerzone, waarin niemand weet waar hij aan toe is. Nog vorig jaar kreeg koffieketen Luckin Coffee een Amerikaanse boete van 180 miljoen dollar wegens onregelmatigheden in de financiële verslaglegging.

Ooit was de internationale financiële wereld overzichtelijk: de VS maakten er de dienst uit. China was geen speler van betekenis. De Sovjet-Unie maakte er geen deel van uit, pleegde veel ruilhandel met het Westen – en als er betaald moest worden, wat altijd gebeurde, was dat op tijd. Maar nu de wereld in hoog tempo multipolair geworden is, dreigt hetzelfde voor het financiële stelsel.

Wat niet helpt, is dat de VS de positie van de dollar zijn gaan gebruiken om via het financiële stelsel macht uit te oefenen. Een bedrijf of bank die zich bijvoorbeeld niet aan Amerikaanse sanctieregels houdt, is zwaar de pineut als het ook maar één dollar aanraakt in dit soort transacties. Weet wel: het is vrijwel onmogelijk om géén dollar aan te raken. De straf, uitsluiting uit het Amerikaanse financiële systeem, staat voor de meeste internationale banken en bedrijven gelijk aan een doodvonnis. Dus die kijken wel uit.

Zo worden de breuklijnen langzaam zichtbaar. En dat terwijl, zeker in tijden van crisis, internationale financiële en monetaire samenwerking cruciaal is. We hebben het hier over een van de laatste terreinen waar nog vertrouwen is tussen instituties, zeker ook op persoonlijk niveau. Het zou heel erg zijn als ook dit verdwijnt.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.