Green Deal raakt alle facetten van de Europese economie

Verdeling Klimaatlasten Woensdag presenteert de Commissie twaalf wetten die het EU-klimaatbeleid drastisch zullen hervormen. Maar wie betaalt de lasten? Daarover zullen de lidstaten nog een felle strijd gaan leveren.

Het regent in Brussel: uit talloze gaatjes lekken plannen voor nieuwe klimaatwetgeving. Bijna dagelijks duikt een nieuwe schets van een wetsvoorstel op: voor belastingen op kerosine, een koolstofgrensheffing, hogere isolatienormen.

En er komt dan ook nogal wat aan: volgende week woensdag presenteert de Europese Commissie een megapakket aan nieuwe plannen waarin de ambitieuze klimaatdoelen van de Green Deal worden uitgewerkt. Specifiek richt het pakket zich op het nieuwe, in wetgeving vastgelegde doel in 2030 55 procent minder emissies uit te stoten dan in 2005. „Een van de meest ambitieuze hervormingen van het EU-beleid ooit”, noemde voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen het pakket vorige week. Dat lijkt nauwelijks overdreven: bij elkaar opgeteld grijpen de 12 wetten in op vrijwel alle onderdelen van de economie.

Omdat de voorstellen allemaal in elkaar haken wordt er in Brussel tot op het laatst gesleuteld. Duidelijk is inmiddels wel wat de heikele punten gaan worden in de onderhandelingen tussen lidstaten en Europees Parlement. Wat zijn de grote discussies die na volgende week wachten?

Spook van gele hesjes

Waar de emissieuitstoot in veel sectoren, waaronder de zware industrie, de afgelopen jaren daalde, is dat bij wegtransport nog altijd niet zo. Integendeel: de uitstoot van auto’s en vrachtwagens nam juist toe. Om de doelen te bereiken moet daar nu echt het mes in en daarvoor wil Brussel verschillende instrumenten inzetten. Bijvoorbeeld elektrische auto's een extra zet geven, door de uitstootnormen voor nieuwe auto’s extra snel naar beneden te brengen. Maar ook door de bijmenging van biobrandstoffen verder te stimuleren.

Gevoeligste punt is het nieuwe emissiehandelsysteem waarin Brussel transport wil gaan onderbrengen. Zo’n zogeheten ETS is er al voor de zware industrie en drijft de prijs voor uitstoot daar nu langzaam maar zeker op. Simpel gezegd betekent het nieuwe plan dat ook brandstofproducenten CO2-rechten moeten gaan kopen, waardoor ook de automobilist dat in de portemonnee gaat voelen.

Het plan ligt al bij voorbaat onder vuur, bijvoorbeeld in Frankrijk, dat het trauma van de ‘gele hesjes’ heeft. Maar door de opbrengsten van de ETS in een ‘sociaal fonds’ onder te brengen waarmee burgers ondersteund worden, hoopt de Commissie toch steun voor haar plannen te krijgen. Want niet alleen benzineleveranciers moeten CO2-rechten gaan kopen: ook energieleveranciers, waardoor de stookkosten voor burgers eveneens gaan stijgen.

Luister je naar regeringsleiders, dan hoor je het voortdurend: de klimaatopgave doen we in Europa samen en iedereen draagt zijn steentje bij. Maar de nadruk daarop verraadt dat er in de praktijk voortdurend ruzie oplaait over hoe die opgave dan het eerlijkst verdeeld kan worden. Een land als Polen, dat nog sterk op kolen leunt, vreest dat hen een grotere (en duurdere) opgave wacht dan anderen. Maar een land als Nederland wil juist dat bij de opdracht meeweegt waar het ‘makkelijkst’ en goedkoopst in emissies kan worden gesnoeid. Lees: in Oost-Europa.

Zeker is dat Brussel nu met een aanscherping van de nationale reductiedoelen komt. Maar hoe de last per land precies uitpakt hangt af van het totaalpakket en hoe allerlei schuifjes worden afgesteld: van autonormen via regels voor ‘landgebruik’ (cruciaal voor ‘koolstofopname’) en tot energiebelastingen. Het betekent dat de vraag of de klimaatopgave wel ‘eerlijk’ gaat de komende jaren tot eindeloze discussies zal blijven leiden.

De lat gaat in Europa fors omhoog, maar moet de Europese industrie daarmee ook harder rennen dan concurrenten elders? Om dat te voorkomen presenteert Brussel woensdag ook een zogeheten koolstofgrensheffing: een manier om goederen bij import te belasten voor de uitgestoten CO2. In de praktijk zal het alleen om enkele belangrijke grondstoffen gaan, waaronder ijzer, staal, cement en kunstmest, waarvoor aan de grens betaald moet worden.

Maar nog voor de presentatie wordt het voorstel door de rest van de wereld met argusogen bekeken. Landen als de VS en Rusland spraken zich al expliciet uit tegen de Europese plannen. Brussel benadrukt dat haar voorstel in overeenstemming zal zijn met de regels van de Wereldhandelsorganisatie.

Maar daarvoor moet de EU wel het mes zetten in de ‘gratis CO2-rechten’ die de Europese industrie nu nog krijgt om zich te kunnen weren tegen oneerlijke concurrentie. Grote lobby-organisaties trekken daartegen nu al ten strijde. Hoe de EU haar gelijke speelveld wil gaan inrichten gaat nog flinke strijd opleveren.

Belastingveto's

Het maakt eigenlijk niet uit waarover het precies gaat: zodra het onderwerp ‘belastingen’ in Brussel op tafel ligt, weet je zeker dat er heibel komt. Lidstaten staan uiterst terughoudend, zo niet ronduit vijandig, tegen Brusselse bemoeienis met waar en hoeveel belasting ze heffen. En verzet daartegen loont relatief makkelijk: nieuwe belastingwetgeving kan alleen met unanimiteit worden aangenomen, waardoor alle 27 lidstaten een veto hebben.

De laatste afspraken over het belasten van brandstoffen dateren uit 2003 en een plan van de Commissie om afspraken te maken over belasting op onder meer kerosine mislukte in 2014. Toch doet ze volgende week een nieuwe poging, met onder meer een voorstel voor een EU-breed minimumtarief voor vervuilende vliegtuigbrandstoffen.