Recensie

Recensie Boeken

Een seksueel geremde ‘priester van de liefde’ die vrouwen haat

Biografie D.H. Lawrence

In een bij vlagen briljant boek wordt D.H. Lawrence in soms sardonisch proza geportretteerd als een onmogelijke man, maar ook als een gevoelige geest die trouw bleef aan zijn eigen innerlijke tegenstellingen.

Schrijver David Herbert Lawrence (1885-1930).
Schrijver David Herbert Lawrence (1885-1930). Foto Leemage via AFP

‘Is het niet opmerkelijk dat iedereen die Lawrence heeft gekend zich geroepen voelde over hem te schrijven? Echt, er zijn meer boeken over hem verschenen dan over welke schrijver dan ook sinds Byron!’ Aldus Aldous Huxley, auteur van Brave New World, die met D.H. Lawrence (1885-1930) omging tijdens de laatste jaren van diens leven en meteen na diens dood zijn verzamelde brieven redigeerde. Vriendschap met Lawrence eindigde vrijwel altijd in verzengende haat, berucht is zijn brief aan Katherine Mansfield, stervende aan tuberculose, de ziekte waar ook hij aan leed: ‘I loathe you. You revolt me, stewing in your consumption.’ Maar zat Lawrence eenmaal onder je huid, dan was het onmogelijk je van hem te bevrijden – tijdens zijn leven en daarna.

Hetzelfde kun je zeggen van de schrijver Lawrence. In de jaren zestig en zeventig gold hij, vooral door zijn lang verboden laatste roman Lady Chatterley’s Lover (1928) als de bebaarde ‘Priest of Love’ – de hartstochtelijke prediker van de vrije liefde, bevrijd van benauwende sociale conventies, woest pleitbezorger van het geloof in het instinctieve leven.

Die populariteit sloeg snel weer om. Literaire critici hakten in op zijn romans The Rainbow en Women in Love, intens maar ook prekerig, vaag en gezwollen. Feministen toonden zich genadeloos met betrekking tot Lawrence’s eigen verwrongen seksualiteit, de potsierlijke oud-testamentaire taal waarin hij over seks schreef en zijn vrouwenhaat.

Zijn biografen struikelden over de tegenstellingen in zijn onmogelijke persoonlijkheid en beschreven zijn verzengende verlangen naar vriendschap, zijn eindeloze zoektocht naar een nieuwe gemeenschap van geestverwanten en zijn blinde haat jegens alles en iedereen. De laatste zin van de laatste brief die hij schreef, vanuit een sanatorium in Vence, Zuid-Frankrijk, luidde: ‘This place is no good.’ Het had zo op zijn grafsteen kunnen staan.

Juist die onleefbare tegenstellingen in Lawrence neemt Frances Wilson gretig als uitgangspunt in Burning Man, haar uitzonderlijke, bij vlagen briljante boek over de Britse schrijver, die zoals de flaptekst zegt ‘niet langer wordt gecensureerd, maar nog altijd in de beklaagdenbank staat’. Wilson, een van Engelands beste biografen, ziet Lawrence als een schrijver die ‘trouw bleef aan zijn eigen innerlijke tegenstellingen, en wanneer je hem nu leest is het alsof je een radiozender opzoekt waarvan de frequentie steeds verandert’.

Lawrence was, schrijft Wilson, ‘een modernist met een schrijnende nostalgie naar het verleden, een seksueel geremde priester van de liefde, een hartstochtelijk religieuze ongelovige, een geniaal criticus die kon opgaan in zijn eigen slechtste werk’. De belangrijkste tegenstelling in de man was volgens haar dat Lawrence een intellectuele man was die het belang van het intellect overschat vond en geloofde in ‘de wijsheid van het lichaam dat hem juist zijn hele leven in de steek liet’.

Altijd teleurgesteld

De structuur van haar biografie is experimenteel en bestaat uit de beschrijving van drie bepalende episodes in het leven van Lawrence, die Wilson projecteert op Dantes Goddelijke Komedie, het boek waarmee Lawrence zo vertrouwd was dat hij volgens haar zijn eigen leven erin spiegelde. Helemaal geloofwaardig weet Wilson dat niet te maken, de verwijzingen naar Dante en zijn lange tocht opwaarts naar het Paradijs doen soms wat literair gezocht aan. Wat zeker waar is, is dat Lawrence zijn levenslange zwerftocht als een pelgrimstocht zag, altijd op zoek, altijd teleurgesteld. ‘I love trying things and discovering how much I hate them’, schreef hij aan een vriend.

De driedeling van Burning Man levert wel veel op: het zijn biografische diepteboringen in het bestaan van Lawrence, geschreven in strak, sardonisch proza, waardoor Wilson de man zelf tot leven weet te wekken – zo indringend, dat zij niet alleen onder de huid van Lawrence komt, maar dat hij ook bij jou onder de huid gaat zitten.

Je kunt zeggen dat het zuiver instinctieve leven waar Lawrence naar zocht, verder uit het zicht raakte des te harder hij het probeerde af te dwingen. De seksscènes in zijn romans zijn niet geil, zijn bloedbroederschap met mannen eindigde altijd in ruzie en vervloeking, zijn zoektocht naar de ideale plek om zich ‘thuis’ te voelen – Engeland, Italië, Nieuw-Mexico – liep altijd uit op conflict en vlucht. Alles wat authentiek moest zijn, bleek uiteindelijk onecht of frauduleus – mensen, bewonderde schrijvers, plaatsen, emoties. Dat leidde tot nieuwe uitbarstingen van haat en grootheidswaan.

Getroebleerd

Zonder er veel nadruk op te leggen laat Wilson zien dat Lawrence biseksueel was, maar dat hij te geremd was om daar onvoorwaardelijk aan toe te geven. Daarbij haatte hij de ‘theekransjes’ van de oudere homoseksuelen die hij tijdens zijn reizen tegenkwam – ook bij zijn ideaal van gedeelde viriliteit schoot de werkelijkheid tekort. Zijn verrassende vriendschappen met homoseksuelen als de schrijver Norman Douglas en de deerniswekkende sjoemelaar Maurice Magnus bleken uiteindelijk al even getroebleerd als al zijn andere relaties.

Maar zoals Wilson laat zien, Lawrence liet zich tijdens zijn korte leven opvallend vaak in met mensen waar hij met zijn scherpe blik vrijwel meteen doorheen zag. Zijn biografen laten zulke figuren meestal op de achtergrond, en concentreren zich op ‘grote’ namen, zoals Katherine Mansfield, maar Wilson trekt ze juist naar voren, waardoor we een andere, meer complexe en ook meer kwetsbare Lawrence te zien krijgen.

Wat zag hij bijvoorbeeld in de onbeduidende Maurice Magnus – hij zorgde voor de publicatie van diens memoires en schreef een lange, persoonlijke inleiding die tot zijn beste werk wordt gerekend. Waarom kon hij zijn egocentrische weldoener in Nieuw-Mexico, Mabel Dodge Luhan, met haar bazigheid en potsierlijke zweverigheid, zo moeilijk loslaten? Hetzelfde geldt voor zijn beruchte vechthuwelijk met de Duitse Frieda von Richthofen; al zijn vrienden, met een enkele uitzondering, vonden haar dom, vadsig, en chronisch oversekst.

Misschien herkende Lawrence in hen iets wat hemzelf onthouden werd – een dieperliggende tevredenheid met de wereld zoals hij is, zonder de spanning tussen verlangen en desillusie die hem zelf verscheurde. Frieda was, in de ogen van Mabel Dodge Luhan, ‘complete and limited’; Lawrence daarentegen ‘incomplete and limited’. Dat is precies zoals het was, schrijft Wilson.

De schrijver Lawrence is op zijn best – en dat verbaast niet wanneer je deze biografie leest – wanneer zijn dwingende ego hem niet in de weg zat. Dat is vooral in zijn werk dat zich tot dusver in de marge van zijn reputatie bevond: zijn korte verhalen, zijn poëzie, zijn essays en reisboeken. In geen van deze genres bouwde Lawrence een grote reputatie op, maar juist daar vind je een man met een verbluffend oog voor sprekende details, en een scherpe, gevoelige geest die bijna achteloos tot de naakte kern van het bestaan weet door te dringen.

Burning Man geeft ons deze Lawrence. Wilson probeert Lawrence niet te rehabiliteren, integendeel, maar ze laat je hem beter begrijpen – ook waarom hij zijn lezers niet loslaat.