Een man van middelbare leeftijd en zijn twee minnaressen

Fabels rondom parfumerie La Fontaine De mores en sores van de fabeldieren van Aesopus en La Fontaine zijn tijdloos. Machteld van Gelder bewerkte ze naar het fabelachtig bevoorrechte Amsterdamse Oud-Zuid in de zomer van 2021.

Illustratie Machteld van Gelder

Das was al van middelbare leeftijd toen hij besloot dat het tijd werd om te trouwen. Bij zijn piepkleine besloten tennisvereniging, bij de lustra van zijn studentenvereniging, bij zomertuinbijeenkomsten van museumbegunstigers, nergens vond hij een vrouw. En dat terwijl hij toch niet veel vroeg. Zijn wensen-topdrie: lief, mooi en mooi. Mag slim zijn maar niet eigenwijs, dat laatste zei hij er niet bij.

Volgend jaar Kerst, dan wilde hij minstens verloofd zijn. Als hij zes maanden verkering zou willen voordat hij haar voor het verloven zou vragen, had hij nog een half jaar. Das kreunde. Honderden miljoenen vrouwen waren er op aarde, hoe zou hij binnen zes maanden de juiste vinden?

Toen het voorjaar werd, wilde Das graag vier bruine benen. Als hij van de zomer staand op zijn sloep door de grachten zou willen varen, deden bruine benen het beter dan kantoorkleurige benen.

Das maakte een afspraak bij Tanning Salon Dr. Tan. Bij de balie werd hij opgewacht door twee medewerksters Eekhoorn die gekleed waren als artsen, een pen in hun borstzakje. Hun prachtige rode staarten staken sensueel uit de achterkant van hun witte doktersjassen. Boven hun kastanjebruine glanzende ogen droegen zij een elegant verpleegstersmutsje, waarnaast hun ongetwijfeld zeer zachte oortjes vrolijk omhoogstaken. Sinds een jaar was het Das opgevallen dat schoonheidsproducten steeds vaker vormgegeven werden als nostalgische apothekersproducten of zelfs medicamenten. Das had dertig jaar geleden NIMA A en NIMA B gedaan en tijdens het wachten in de poederkleurige wachtkamer schoten hem marketingwijsheden te binnen die kennelijk nog opgeld deden.

Tijdens zijn overpeinzingen bekeek Das beide Eekhoorns achter de balie. Eentje was jong en eentje was oud, dat zag hij wel. Zouden ze hetzelfde zijn in bed? Das had ondanks zijn leeftijd best weinig seks gehad. Met anderen dan. Zijn seksuele leeftijd stelde hij op begin twintig. Hij had een studievriend, nu een der machtigste dieren van het land, die nog in een eenpersoonsbed scheen te slapen, zijn seksuele leeftijd was misschien vijftien. Terwijl hij de Eekhoorns met hun nageltjes op hun computers zag typen, fantaseerde hij wat hun seksuele leeftijd zou kunnen zijn, en of hij met een van hen… „Mijnheer Das, wij hebben Cabine acht gereed, loopt u mee?”

Een paar dagen later genoot Das in korte broek van een zomerdrankje bij Petit Paris toen de jonge Eekhoorn met een lunchtrommeltje langsliep. Hij noodde haar aan tafel en trakteerde op gekoelde witte hazelnotenwijn. Zij was al dertig, helemaal niet te jong voor hem, vond Das. Zij praatten vrolijk met elkaar en die avond werden zij voorzichtige minnaars. „No strings”, zeiden ze verlegen tegen elkaar.

Beide Eekhoorns hadden hun zinnen gezet op Das en meenden dat Das voor hen zou kiezen, als hij op hen leek

Vier weekjes, drie tenniswedstrijden en een boottochtje later was de mooie teint verdwenen. Das meldde zich weer bij Dr. Tan. Dit keer zat alleen de oude Eekhoorn – haar haar werd al een beetje wit – aan de balie. Das was direct aan de beurt. De oude Eekhoorn, wier oortjes heel goed konden luisteren tijdens de behandeling, bleek een lieve grapjas vol complimentjes. Zij waste de vier benen van Das teder en verleidelijk, terwijl zij hem amuseerde met haar belangstellende vragen. Het kwam ervan dat Das en de oude Eekhoorn die avond, na een voortijdig gestopte schaakpartij bij Das thuis, elkaar op het vloerkleed urenlang hartstochtelijk en geduldig, wild en teder beminden.

Toen had Das opeens twee minnaressen, maar nog geen verloofde. Hoe moest het nu verder? Het lag het meest voor de hand de vrouwen bij de tennisvereniging, de museumvereniging en de privatebankingbijeenkomsten te vergeten en één van de twee Tanning-Eekhoorns uit te kiezen. Maar welke. Die van dertig, of die van vijftig?

Op die vraag kreeg Das vanzelf antwoord. Beide Eekhoorns hadden hun zinnen gezet op Das en meenden dat Das voor hen zou kiezen, als hij op hen leek. De jongste Eekhoorn wilde daarom dat Das geen witte haren meer zou hebben, en als ze hem bewusteloos gevreeën had, trok zij deze ’s nachts bij hem uit. De oudste Eekhoorn meende dat Das voor haar zou kiezen, wanneer hun gelijke leeftijd tot uitdrukking zou komen in Das’ witte haren. Daarom trok zij ’s nachts al zijn zwarte haren uit.

Algauw was Das helemaal kaal.

Hij riep de Eekhoorns bij zich en sprak:

‘Mijn schoonen, ik dank u Duizendmaal, Want ik ben nu geheel en al kaal, Toch heb ik meer gewonnen dan verloren, Want van een verloving zult u niet meer horen. Niet naar mijn wens zou mij mijn hartsvoogdes Mij laten leven, maar naar haar begeeren, Mijn kale kop mocht mij dat leeren, Ik dank u dames, voor de les.”

Das tenniste de rest van de zomer met witte benen en voelde zich bevrijd van de huwelijksbehoefte. Hij ging met zijn studievriend op vakantie naar Terschelling. Met Kerst was hij ongetrouwd en heel gelukkig.

Vrij naar ‘Een man van middelbare leeftijd en zijn twee minnaressen’ van Aesopus en La Fontaine. Het gedicht komt uit de vertaling van Manuel van Loghem uit 1932.